De middagdienst (1)

2012-05-12
  • Jaargang 56
  • nummer 10
De Reformatie van 20 april is voor een groot deel gewijd aan wat er in onze tijd gaande is rond de middagdienst.
Het is een boeiende en belangwekkende uitgave geworden. Te veel ook om in één Persschouw samen te vatten.
Ditmaal wil ik iets doorgeven uit het artikel dat prof. Ad de Bruijne schreef. Hij signaleert dat het gebruikelijk is om de verminderde opkomst in de tweede dienst te zien als een symptoom van geestelijk verval.
Maar, zegt hij:

Toch is er vandaag meer aan de hand.
Ook ingrijpende veranderingen in onze samenleving ondermijnen de tweede kerkdienst. Dat een dubbele zondagse kerkgang vroeger voor velen geen probleem vormde, betekent nog niet dat christenen toen meer toegewijd waren dan nu. Minstens zo waarschijnlijk is de veronderstelling dat de totaal andere setting van het kerkelijk leven het destijds gemakkelijker maakte om deze beproefde traditie vol te houden. Daarom mag je de huidige beweging niet eenzijdig duiden als geestelijk verval. () Drie ontwikkelingen zorgen ervoor dat het bezoek aan de middagdienst onder druk staat: een drukker bezet leven doordeweeks, ervaringen met andere kerkelijke tradities in het buitenland en deelname aan andere christelijke gemeenschapsvormen. We moeten ons bezinnen op de vraag hoe we het beste inspelen op deze veranderde maatschappelijke situatie.

De Bruijne gaat op elk van deze drie ontwikkelingen breed in, waarbij hij ook de positieve kanten ervan naar voren brengt. En dan vervolgt hij:

Praat ik met dit alles het verzuim van de tweede kerkdienst goed? Dat is niet wat ik bedoel. Wel wil ik voorkomen dat wij oppervlakkig oordelen. We moeten eerst goed begrijpen waarom de tweede kerkdienst onder druk staat.
Dan leren we meer te doen dan klagen en waarschuwen. () Alleen maar spreken over verslapping blijft te globaal.
Om je te kunnen bekeren, moet je scherp voor je zien waarvan.
Aan elk van de drie ontwikkelingen is namelijk een eigensoortig geestelijk probleem verbonden. Aan de ene kant zijn het gewoon kenmerken van onze huidige leefwereld. Aan de andere kant maakt het wel verschil hoe je als christen daarmee omgaat.

De druk op ons moderne leven en daarmee op de rustdag kunnen we niet zomaar keren. Juist jongere generaties voelen die vandaag en het is belangrijk daarvoor oog te hebben en er zo mogelijk op in te spelen. Toch moet je als christen meer doen dan zo’n ontwikkeling maar gewoon laten gebeuren. Passend is erop te antwoorden met een eigen christelijke stijl. () Hier ligt een deel van het geestelijk probleem achter de afkalving van de tweede dienst. Laten we ons helemaal inpakken door de neoliberale prestatiemoraal of zoeken we toch een soort tegenaccent?

Ook de tweede factor vergt een geestelijke keuze. Niemand kan voorkomen dat een veelheid van opvattingen en mogelijkheden uit allerlei richtingen de vanzelfsprekendheid van de tweede dienst ondermijnt. Toch is de valkuil dat je daardoor jezelf nergens meer aan committeert. Omdat alles altijd ook anders kan, leg je jezelf niet meer vast. Je shopt een steeds wisselend patroon van mogelijkheden bij elkaar.
Uiteindelijk weet je niet meer waar je zelf staat en verlies je jezelf. Tegelijk vervaagt de gereformeerde traditie waarbij je hoort.
Christenen zouden de postmoderne fragmentatie die meekomt in deze veelheid van mogelijkheden moeten matigen. Als christen weet je dat je een geschonken leven leidt en geen uitvinder bent van je eigen bestaan.
Daardoor krijg je er oog voor dat God je al ergens gezet heeft, voordat je begint met zelf kiezen. Je komt voort uit je ouders en je staat in een bepaalde traditie. () Concreet houdt dit in dat gereformeerde christenen bij de huidige veelheid aan impulsen allereerst de eigen traditie van twee zondagse kerkdiensten waarvan één een leerdienst is, moeten herontdekken en nieuw leven inblazen. De tweede dienst moet hoognodig weer een echte leerdienst worden. ()

Ook in de derde ontwikkeling herken ik een geestelijke dimensie. Als kerk moeten we zeker meer inspelen op de manier waarop mensen vandaag gemeenschappen vormen, en niet vanzelfsprekend vasthouden aan de structuren van vroeger. Maar tegelijk moeten we de zwakte van die nieuwe gemeenschapsvormen aanwijzen. Ze beginnen bij het individu. Jij kiest of vormt rond jezelf die kring die jij ziet zitten. Dat is hoogstens een halve waarheid. Want als individu kom je ook altijd voort uit een gemeenschap.
() Nu zijn juist de kerkdiensten de plaatsen waar die al bestaande gemeenschap van de kerk zichtbaar wordt. Wie daarmee vooral omgaat vanuit individuele voorkeur, breekt onbedoeld iets wezenlijks stuk.
Als je meent dat de gemeenschapsstructuren van de kerk moeten veranderen of aanvulling behoeven, is het prima om je daarvoor in te zetten.
Maar altijd vanuit die gegeven gemeenschap.

‘Pleidooi voor een open gesprek’ luidt de ondertitel van dit nummer van De Reformatie. Een gesprek dat niet alleen gevoerd moet worden in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt.

Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief