TWEE GEBEDEN *)

1977-01-07
  • Jaargang 21
  • nummer 1
Er wordt met name de laatste tijd nogal veel gesproken en geschreven over het gebed. De mens is bezig met de vraag naar het kontakt met God. Vele mensen hebben het bidden verleerd of stamelen nog de Naam van God in een ogenblik van diepe nood. Anderen zijn bezig zich in het bidden te oefenen. Er is namelijk nogal wat te koop in het gebedsleven. Er is sprake van disharmonie in het gebed, van doorbreking van de gebedsregelmaat.
van qebedsroutine, van de worsteling met het probleem van de zgn. gebedsverhoring.

Nu stelt de Heiland in deze gelijkenis ons twee bidders voor ogen: de Farizeeër en de tollenaar.
Zij gingen beiden op naar de tempel om te bidden. De Farizeeër trad naar voren. Hij stelde zich op in de voorhof van de tempel. Hij meent een zeker recht te hebben om daar te staan, omdat hij van de gedachte uitging voor God te kunnen bestaan.
Hem overvalt geen verlegenheid en hij kent geen aarzeling. Is dan Psalm 24 geen realiteit voor deze bidder? Stelt hij zichzelf dan niet de in dat psalmdicht aangegeven vragen: "Wie zal klimmen op de berg des HEREN en wie zal staan op de plaats van Zijn heiligheid?" Hij plaatst zich toch voor het Aangezicht van God! Kent hij dan niet dat scherpe antwoord van genoemde psalm: "Die rein van handen en zuiver van hart is, die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid en die niet bedriegelijk zweert. die zal de zegen ontvangen van de
HERE en gerechtigheid van de God van zijn heil"?
Deze man is blijkbaar gewend gelijk te hebben tegenover de mensen. Waarom dan ook niet voor het Aangezicht van God?
Hij zondert zichzelf uit van de schuld der mensheid. Hij brengt zijn eigen rechtvaardigheid mee.
Daarom moet hij straks die tempel verlaten zonder rechtvaardigheid van God te hebben ontvangen.
"De Farizeeër stond en bad bij zichzelf'. Hij bidt eigenlijk tot zichzelf en met het oog op zichzelf.
Maar is dat echt bidden?
Bidden is toch God aanspreken over Zijn beloften, zoals Calvijn het eens uitdrukte?!
Beweegt zich dit zgn. gebed niet uitsluitend in het horizontale vlak zonder dat er iets van een vertikale spanning in gevonden wordt?! Vergelijkenderwijs is dit telefoneren terwijl je je eigen nummer draait. Maar wie kan zich dan nog beklagen, dat hij geen gehoor krijgt? ,,0 God, ik dank U." Een prachtig begin op het eerste gehoor. Maar wie wil leren bidden, moet ook echt leren danken!!
Het danken komt helaas in ons gebedsleven er geweldig bekaaid af. Om over de aanbidding van God dan maar te zwijgen!
De inhoud van dit "gebed" van de Farizeeër is, ontdaan van alle franje: 0 God ... ik ... ik ...
ik ... ik ... amen. En toch is die man zo orthodox als men maar zijn kan. Hij is geen huichelaar.
Hij meent serieus, dat hij voor God bestaan kan. De HERE heeft hem met zijn sektegenoten een uitzonderingspositie verschaft.
Zij doen het beter dan de schare, die de Wet niet kent zoals zij die hebben uitgebreid.
Vasten deden de Farizeeën 104 maal per jaar! Deze man gaf tienden van AL zijn inkomsten terwijl men alleen maar verplicht was tienden te geven van koren.
most en olie. Hij deed meer dan van hem gevraagd werd. En volgens farizese opvatting begon de verdienstelijkheid der goede werken zodra men de grens van de plichten had overschreden.
Hij neemt zijn religie bloedig ernstig. Hij heeft er alles voor over. Terwijl bij velen de gemoedelijkheid en het christendom ophouden als het om het eten en de centen gaat.

Toch wordt deze bidder met dit gebed afgewezen. Deze dankende zonderling wordt vernederd.
Want hij verhoogt zichzelf. Hij kijkt naar de mensen, die hij beneden zich acht te staan. Zijn blik is daarbij ook gevallen op die tollenaar. Geen beste!
En door die blikrichting begint hl; plotseling met genoegen naar zichzelf te kijken. Daarom vraagt hij niets aan God. Daarom bidt hij niet om vergeving van zonden.
Daarom is zijn dankgebed een waardeloos gepraat met zichzelf en niet ingegeven door de Heilige Geest. Want de Heilige Geest leert je juist van jezelf af te zien en te letten op de HERE alleen!
En dan blijft er van de mens niets meer over.

En die tollenaar dan? Hij wordt gerangschikt onder de noemer van zondaren en hoeren. Een verloren zoon van het huis van Israël. Hij heult met de romeinse vijand en perst zijn broedervolk geld af. Geen blanco strafregister!
Een collaborateur in optima forma! Voor zo iemand trek je je neus op, nietwaar? Maar deze man roept uit de nood van zijn misère tot de levende God. Hij heeft zijn ellende leren ontdekken.
Hij wil en durft zelfs zijn ogen niet op te slaan naar de hemel. Hij slaat zichzelf op de borst om daarmee te kennen te geven dat hij tegen zichzelf verdeeld is. Hij weet zich van nature een agressieve vijand van God.
Hij uit slechts een kreet! Deze tollenaar is niet als een Farao of als een Judas. Want zij beleden hun zonden wel aan de mensen, maar niet aan God. En zo kwamen zij terecht resp. in de Rode Zee en in de strop. Nee. deze man richt geen sneer aan het adres van de Farizeeër. Hij heeft genoeg aan zichzelf. Daarom smelt hij zichzelf ook niet op in de massa. Het is geen oppervlakkige uiting van zijn Heest. "Want", aldus Luther, "een geloof, dat alleen aan de oppervlakte van het hart zweeft gelijk het schuim op het bier. is een eigengemaakt geloof".
Deze tollenaar heeft maar één gebed overgehouden. ,,0 God, wees mij DE zondaar (staat er eigenlijk) genadig of anders vertaald: verzoeningsgezind!" Hij weet zich één brok zonde voor God. En God reageert op de S.O.S.-seinen van een mens in nood. Hij voert naar de veilige haven! Hij rechtvaardigt, herstelt de verhouding. Hij zegt: "Zo is het weer goed tussen jou en MIJ". Dat is genade! Daar is niets van de mens bij. Het is een geschenk van boven. Laat uw gebedsleven niet verzanden in egoïsme, hoogmoed en zelfverheffing!
Maar buig onder Gods Woord. En laat u door Hem weer oprichten. Daarvoor staat Christus garant. Hij gaf Zijn levensbloed voor tollenaren en zondaren. Voor mensen die hun doel missen, die er naast zitten, voor ellendelingen. die hun ellende niet kennen en peilen. Ga naar Hem toe met uw zondebagage en deponeer die aan de voeten van Jezus, vertrouwend op Gods beloften. Dan zult u ervaren wat geloof is!! Want geloof is naar het woord van Luther geetrooste vertwijfeling. Dat schenke God u door Zijn Heilige Geest! "Want een ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden. doch wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden".

*) Tekst van de radiotoespraak. gehouden voor de microfoon van de Evangelische Omroep en uitgezonden op zaterdag 13 november 1976 in het programma: Laat ons de rustdag wijden ....

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief