Ziet toe hoe gij hoort ... !

1977-01-21
  • Jaargang 21
  • nummer 3
Het aanknopingspunt
Eén en ander maal hebben we nagedacht over het voorschrift van Lev. 19: 9 en zijn merkwaardig open karakter. De rand van het veld niet gehele afmaaien ...
en dat in het belang van de armen en de vreemdelingen. We zagen dat de latere uitleggers dat open gebod hebben gesloten door in hun uitleg de bedoeling van de HERE te konkretiseren op een zestigste gedeelte van de oogst.
We hebben toen gesteld, dat een dergelijke eigenmachtige konkretisering het wetticisme in de hand werkt. Men behoeft zich niet meer te stellen voor het aangezicht van de HERE. Men weet het zó immers al. En op die weg gaat dan de wet van karakter veranderen. Ze is niet meer de onderwijzing van Israël's God, maar ze is en ze wordt steeds meer een instrument, een apparaat.
waardoor men zich tegen Israël's God kan beveiligen. Men verzekert zich tegen (!) de HERE met een gehoorzaamheidsdaad. In de eigenmachtige uitleg van de ouden vindt het wetticisme zijn aanknopingspunt.
Maar ... laten we de genoemde afdwaling niet onderschatten.
Het wetticisme heeft tenslotte niet een fout in de uitleg of in de prediking nódig! Het vertoont vaak een meer direkte aansluiting aan het Woord van God zèlf.
Het draagt dan ook vaak het karakter van een direkte toepassing!

De ark en de tempel
Om één en ander te verduidelijken zou ik eerst willen wijzen op wat we omtrent de ark lezen in Num. 10: 35 "Wanneer nu de ark op brak, zeide Mozes: Sta op, HERE, opdat uw vijanden verstrooid worden en uw haters van uw aangezicht wegvluchten". Vervolgens springen we door de geschiedenis heen naar 1 Sam. 4 : 3 waar we de oudsten van Israël na de verloren slag horen zeggen: "Laten wij de ark van het verbond des HEREN uit Silo halen, zodat die midden onder ons kome en ons verlosse uit de macht onzer vijanden". Wordt in die overweging van de oudsten dat woord - van Mozes niet toegepast en met nieuwe kracht opgenomen? Ligt het aanknopingspunt niet in de onderwijzing die Mozes als de man Gods gegeven heeft?
Ook wil ik even verwijzen naar hetgeen gezegd wordt in 2 Sam. 7 : 13 over Salomo en de toekomstige tempel: "Die (zoon van David) zal mijn Naam een huis bouwen, en Ik zal zijn koninklijke troon voor immer bevestigen". En dan springen we weer over eeuwen heen naar de tegensprekers van Jeremia, die in 7 : 4 sprekend worden ingevoerd "Des HEREN tempel. des HEREN terne el. des HEREN tempel is dit". Jeremia noemt dit "bedrieglijke woorden", maar sluiten deze woorden niet direkt aan bij wat de HERE aan David beloofd had? En maken de tegensprekers van Jeremia met hun beroep op de betekenis van de tempel niet een veel "geloviger" indruk dan de profeet zèlf? Sterken zij zich niet in de HERE~in~de~tempel. terwijl Jeremia juist verkondigt dat Juda niet ontkomen kan en niet ontkomen zàl?

Voorbeelden verkeerd?
Ik zou me kunnen voorstellen, dat u die voorbeelden helemaal verkeerd vindt. We hadden het immers over het wetticisme. En de voorbeelden die ik noemde stammen uit tijden waarin de wet van de HERE het volk helemaal niet beheerste, op geen enkele manier.
Hebben we hier niet met het tégendeel van het wetticisme te maken? Schijnbaar is dat inderdaad zo. Maar als we dieper zien. dan verstaan we de grote overeenkomst. Waarom brak het volk in de dagen van Hofril en Pinehas en evenzeer in de dagen van Jeremia niet met zijn qoddeloosheid?
Omdat het in de oude beloften van God een vastheid gevonden meende te hebben, die hen tégen de HERE en tegen elke mogelijke gerichtsdreiging beveiligde.
De gedachte van de verzekering tegen (!) de HERE beheerste hen volkomen en liet geen enkele lust bij Israël leven om zich wèrkelijk aan de HERE te geven. En het maakt geestelijk niet zo veel uit of men nu in de belofte of in de wet die levensverzekering tegen God denkt te vinden. Dat laat de Here Jezus ons ook zien. In Matth. 23: 29 e.vv. stelt Hij de farizese wetsijveraars op één lijn met, de wetteloze profeten doders van het verleden. Zij zijn kinderen die naar hun vaderen aarden! Hun gehoorzaamheid is ...- om met Luther te spreken ...- niet anders dan een "blinkende" variant op de "stinkende" wetteloosheid van de vaderen. De farizeeërs hebben met de kruisiging van de Here ingestemd krachtens de handhaving van hun levensverzekering-in-de=wet.
De vaderen hebben de profeten gedood krachtens hun levensverzekerinq-in-de-belofte.
Maakt dat wezenlijk iets uit?
Steeds weer komt de vervalsing van de werkelijke rust naar voren.
Steeds weer de verzekering teqenóver de HERE in de plaats van de zekerheid die we uit zijn genadewoord ontvàngen. En die we in geloof, vertrouwen, gehoorzaamheid mogen beàntwoorden.

Nogmaals de omkering
We kunnen de HERE niet genoeg danken, dat Hij zich aan ons geopenbaard heeft, dat zijn Woord nabij is, dat we Hem mogen horen en dat wij zijn Woord mogen verstaan. Maar juist dat werkelijke binnenkomen van de HERE in het leven van zijn volk heeft altijd de zonde geaktiveerd.
Het volk heeft zich verzet tegen het Woord, dat beslag legde op het hele leven. Maar het heeft ook een veel geraffineerder opzet! ...- de orde van God omgekeerd en gepoogd van zijn kant op God en zijn Woord beslag te leggen. Het heeft het Woord telkens weer gehoord "naar zichzelf toe". Het heeft van het evangelie een evangelie naar de mens willen maken. Dat kon dan worden een evangelie naar de "vrome" mens... het wetticisme.
Het kon ook worden een evangelie naar de mens die de genade als vrijbrief voor wetteloosheid opvat. Het trieste vermogen om het Woord om te keren en te maken tot öns apparaat tegenover God!
Dan wordt de schepping sarde op zijn kop gezet: De mens schept zich zijn God naar zijn eigen beeld en gelijkenis.
Zo heeft het volk ook de Here Jezus naar-zichzelf-toe willen beluisteren: Hij mocht profeet zijn ... en broodbezorger., , en hun koning.
De Here doorbrak dat.
Toen kwam het kruis. Maar ook het kruis werd later weer van de mens uiten naai de mens toe verklaard.
Het "Hoort naar Hem ... !" ...- schijnbaar zo'n simpel gebod ...- werd niet in acht genomen.
"Horen" werd invoegen in het stramien van de eigen gedachten!
En het vreselijke is telkens weer geweest, dat men maar niet van een foute of eigenmachtige uitleg uitging. Neen, de wagen kon telkens weer starten bij Gods Woord zèlf. Het duidelijkste voorbeeld geeft ons niemand minder dan Petrus: ..Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God!" ...
"Dat verhoede God, Here, dat (lijden en sterven) zal U geenszins overkomen!" -- bijna in één adem! Wat de Vader hem geopenbaard had werd uit de Vaderhand gerukt en in Petrus' hand gemaakt tot een apparaat dat hem beveiligen moest voor wat het vlees niet wilde!
Merkwaardig, dat juist de apostel Petrus ons zo'n duidelijk voorbeeld heeft nagelaten. Waarom mocht het niet tot de tegenstanders beperkt blijven? Jawel. maar zouden wij ons dan niet te veilig voelen?
Het gebed om het rechte horen Men zegt terecht. dat er veel gebeden moet worden voor de predikers.
opdat zij het Woord op de rechte wijze verkondigen. Het is fijn en goed als de gemeente dat gebed trouw opheft. Maar ... laat de gemeente zichzelf niet vergeten! We hebben vaak ongemerkt de typisch-verstandelijke gedachte. dat het doel met een zuivere preek wel bereikt is. En de hele geschiedenis spreekt dat tegen! En de geschiedenis leert ons ook dat afschuwelijke feit, dat Gods Woord telkens met beroep op Gods Woord verworpen werd. Verweer in de gestalte van vroomheid. Een vreemde vermenging van de-oren-dichtstoppen aan de ene kant en naar-zichzelf-toe-luisteren aan de andere kant.
Bidt om de rechte prediking. Maar laat niemand zich overschatten.
Bidt niet minder om het rechte horen. Opdat u niet met Hem doet wat U wilt. Opdat u niet verzekeringen tégen de HERE gaat opbouwen. Verzekeringen met het karakter van het wetticisme of met het karakter van zijn schijnbare tegendeel.
Ziet toe hoe gij hoort ... !

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief