Ingezonden
1977-01-21
Het was werkelijk een grote verrassing om in Pretoria opgebeld te worden door een lezeres van Opbouw na aanleiding van een bijdrage van br. P. C. van Wijk onder het opschrift: Terloops... De dominee en z'n preek. (pag. 346- 20e jaargang no. 43 5-11-76). Deze lezeres vroeg mij: "Zeg Henk ben jij dat niet geweest over wie die br. Van Wijk schrijft?"- Jaargang 21
- nummer 3
Ik moest het dadelijk beamen.
De zaak zit namelijk zo dat ik de persoon van Nederlandse afkomst in Londen ontmoet die daar op studie was, maar reeds 25 jaar in Pretoria woonachtig was. Die persoon - dat ben ik dus - was lid van de zogenaamde Dopperkerk en br. Van Wijk had met hem een gesprek na afloop van een kerkdienst in The Dutch Church in Londen.
Het gesprek ging o.a. over de preek en preken in het algemeen en toen heb ik mijn mening gegeven. Tijdens dit gesprek gebruikte ik het woord koekenbakker.
Nu wil ik het niet meer over deze dienst hebben, maar wel graag een klein puntje recht zetten en nog kortelijks een paar andere opmerkingen maken. Allereerst moet ik zeggen dat ik nog nooit zo duidelijk begrepen heb dat het gezegde: De wereld is maar klein, zo waar kan zijn.
In Pretoria alleen zijn er ongeveer 29 predikanten van die Dopperkerk en van hen zei ik - en dat bedoel ik niet liefdeloos - zijn er 25 koekenbakkers en 4 prekers.
Natuurlijk is het zo dat er op elk gebied van de samenleving mensen zijn 'die beroepen beoefenen en 1, 3 of 5 talenten daarvoor ontvangen hebben. Dat geldt ook zeker van de roeping (beroep?) van de predikant. Ik ben echter van mening dat de prediking in ons land en zeker ook in Nederland een opknappinq oftewel opfrissing nodig heeft. De term bijscholing is niet nieuw meer en een opknappingscursus voor predikanten is dus ook niets overbodigs.
Ik hang geen nieuwe godsdienstige inkleding van de eredienst aan en ik ben ook geen nieuwe verzoeningsleer toegedaan.
De hele Bijbel is en blijft het geïnspireerde Woord van God en de Weg van Zaligheid die daar beschreven staat, is de enige Weg om tot God te komen.
De Bijbel zelf geeft uitstekende leiding t.o.v. de prediking. Paulus zegt in 2 Tim. 2 vers 15: Dat de prediker rechte voren trekt bij het brengen van het Woord der Waarheid. In vers 24 staat verder: een dienstknecht des Heren moet niet twisten, maar Vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te onderwijzen, geduldig met zachtmoedigheid de dwarsdrijvers bestraffende. In Titus 2 vers 8 spreekt Paulus ook over gezonde prediking waarop niets valt aan te merken.
De prediking kan en moet aktueel en Christocentrisch zijn en recht laten geschieden aan eksegese zowel als toepassing.
De dominee die bidt en studeert.
zal altijd weer de schatten van de Schrift kunnen ontsluiten.
Nog net een paar opmerkingen. Kent de predikant van vandaag zijn gemeente; de werkelijke ziels- en sociale problemen?
Hoe is zijn preekstijl en vooral zijn taalgebruik? Is het misschien nog de tale Kanaäns? Of weet hij, zonder water bij de wijn te doen, toch in een nieuw idioom het hart van de gelovige te treffen? Weet hij hoe hij een preek pakkend moet beginnen? Hoe is zijn voordracht? Leest de predikant nog wat er vandaag op zijn terrein gepubliceerd wordt of roemt hij op zijn ervaring?
Ervaring zonder "up to date" te zijn is niet meer goed genoeg.
Het klinkt misschien te hard, maar dan zeg ik weer: Er zijn nog veel te veel koekenbakkers en te weinig echte predikers en zieleherders.
Br. Van Wijk heeft mij dus helemaal correct aangehaald behalve t.o.v. het getal van predikanten in Pretoria.