Over een radio-uitzending
1977-02-04
Verleden week donderdag werd ik door een medewerker van de E.O. opgebeld met de vraag of ik wilde meewerken aan een uitzending in “Reflector" waarin het zou gaan over “het seminarie" en in verband daarmee over de zgn. “verwetenschappelijking" van de theologie. Ik weigerde pertinent. Ik zei ongeveer dit: In onze kerken is op wettige wijze met overweldigende meerderheid van stemmen een vorm van opleiding voor de predikanten gekozen namelijk de studie in “Apeldoorn" met een door de kerken ingestelde begeleiding. Deze vorm van opleiding fungeert reeds jaren en naar mijn overtuiging voortreffelijk.- Jaargang 21
- nummer 5
Enkele jaren later hebben een paar broeders een,
van de stichting uitgaand, seminarie in het leven geroepen.
Ik heb daartegen ernstige bezwaren publiek ingebracht. Daarna heeft het “Convent van Kerken" een commissie benoemd om de gehele opleidingskwestie te bestuderen en daarover op een volgend Convent rapport en advies uit te brengen. Ik vind het nu mijnerzijds onbehoorlijk en onkerkelijk, terwijl deze commissie aan het werk is iets - pro of contra - het seminarie te zeggen.
De man van de E.O. hield evenwel aan en vroeg mij dan toch iets te zeggen over die “verwetenschappelijking"
van de theologie. Ik stemde ten slotte toe, maar met de uitdrukkelijke verzekering dat ik zelf vooraf zou verklaren dat ik om de genoemde redenen niet over het seminarie zou spreken!
De volgende dag heb ik mijn verhaal gedaan over “de verwetenschappelijking van de theologie". Aan het eind daarvan stelde de interviewer mij de vraag hoe het daarmee in ons land stond. Ook daarover heb ik een en ander gezegd. En ik verklaarde daarbij ten slotte. dat de Theol. School van Apeldoorn èn principieel èn praktisch iedere verwetenschappelijking van de theologie afwijst en ook dáárom mijn volle vertrouwen genoot. Na afloop zei :k dat ik verlangde dat nu mij gevraagd was over de huidige situatie van de theologie aan de bestaande inrichtingen voor hoger onderwijs iets te zeggen mijn opmerking over “Apeldoorn" in ieder geval moest worden uitgezonden.
Ten gevolge van een communicatiestoornis onder de medewerkers van de E.O. zijn de beide door mij genoemde verklaringen niet uitgezonden. Mij bleek na een gesprek dat hier geen opzet achter school. In de uitzending werd door de presentator wel gezegd, ik citeer letterlijk: “De predikantsopleiding aan het nieuwe seminarie is in de Buitenverband-kerken overigens zeer omstreden.
Veel kerkleden hebben er ernstig bezwaar tegen dat de mensen van het seminarie niet in het midden van de kerken op een kerkelijke vergadering (hun plannen?) hebben neergelegd en bestaande uitspraken min of meer negeerden. Ook vallen er velen over dat de hogeschool in Apeldoorn van de Christelijke Gereformeerde Kerken te negatief wordt beoordeeld en in feite uitgeschakeld wordt. Waardoor de contacten met deze kerk geschaad zouden kunnen worden. Ten slotte is ook het feit dat het seminarie uitgaat van een stichting en niet van de kerken zelf nogal wat buitenverbanders een doom in het oog. Onder hen de Kamper-hoogleraar prof. Veenhof. Overigens deelt professor Veenhof de zorg van de oprichting van het seminarie over de gevaren van de overheersing van de theologische wetenschap in nog al wat predikantsopleidingen, zowel vroeger als nu." En daarna volgde een klein fragment van wat ik voor de microfoon gezegd heb.
Zoals zij die deze uitzending beluisterden hebben gehoord was de hoofdmoot daarvan een vurig pleidooi van ds Blokhuis vóór het seminarie.
Ik heb mij wat zijn toespraak betreft over in ieder geval drie dingen verwonderd.
1e. Hierover dat hij zelf lid van de door het Convent van Kerken benoemde commissie dit betoog hield!
2e. Dat hij verklaarde “dat het seminarie erop gericht is te laten zien dat niet bepalend is de hermeneutische vragen rondom bijvoorbeeld Genesis. maar de inhoud van het boek. Dit is zonder meer een dwaze tegenstelling. Want in de hermeneutiek. de leer omtrent de wijze van uitleggen der Heilige Schrift. gaat het juist over de vragen hoe we de bijbel en ook hoe we het boek Genesis moeten uitleggen! Prof. Greijdanus gaf niet voor niets een boek over de hermeneutiek uit “Schriftbeginselen over Schriftuitlegging".
3e. Ik verbaasde mij ook dat ds Blokhuis zo maar beweerde dat Calvijn had voorgesteld “in zijn tijd,
een hogeschool met drie docenten, één voor het Oude en één voor het Nieuwe en één voor de geloofsleer."
Feit is namelijk dat aan de academie die vooral op instigatie van Calvijn in 1559 in Genève werd opgericht vijf docenten werden benoemd. Voor de onderbouw: “voor de talen", drie, één voor het hebreeuws, één voor het grieks en één voor de “artes", het latijn e.a. Dit waren de “professores publici". Voor de bovenbouw.
de eigenlijke theologie werden slechts twee professoren benoemd. Dat waren de “professores theoloqi"; Eén ervan. Calvijn. doceerde het Oude Testament, de andere, Beza, het Nieuwe. De geloofsleer. de dogmatiek, werd in het geheel niet gedoceerd. Evenmin als aan de universiteit in Wittenberg onder Luther!
Pas toen deze universiteiten hun reformatorisch karakter begonnen te verliezen en daarin “verwetenschappelijking" optrad ging men er toe over ook de geloofsleer. de dogmatiek. te gaan doceren! Vgl. H. H. Kuyper De Opleiding tot de Dienst des Woords. 168.