ERNY
1977-02-11
Vanmorgen hadden we groepje Philadelphia-kinderen in de kerk Dat is niet zo uitzonderlijk. De bekende vereniging. die zich voor geestelijk en lichamelijk gehandicapte kinderen inzet, begon haar werkzaamheden in deze omgeving, bouwde hier haar tweede en derde huis, een administratiegebouwen een B.L.O.-school. We zitten er dus midden in. Onze gemeente heeft zelf een ouderloos dooplid in een van deze tehuizen. En meestal tellen we onder onze jonge zusteren wel een paar verpleegsters die een aantal jaren van haar leven aan deze kinderen wijden. Ze mogen dus best eens bij ons in de kerk komen.- Jaargang 21
- nummer 6
Vanmorgen hadden we dan weer een groepje in de kerk. Niemand trekt het zich aan dat ze een tikje rumoerig zijn of draaien, of lachen of luidruchtig hoesten of zo. Misschien zijn we allemaal wel blij, als ze onder ons zitten. Want het zijn erg dankbare kerkgangertjes. Mongooltjes bijvoorbeeld staan er voor bekend, dat ze in hun korte leventje zo vrolijk zijn. En zou God de blijmoedige kerkgangertjes niet lief hebben? Ze zijn lieveheersbeestjes zogezeid.
En luisteren naar muziek en zang doen ze graag. Ze komen op tijd en zeggen de organist goeiemorgen. Als het orgel gaat spelen gaan ze er behaaglijk dwars voor zitten. om niets te missen. Je speelt eigenlijk speciaal voor die kinderen. Want die geven er alles voor terug: hun dankbaarheid. Dat blijkt uit hun -beweeg. hun meedeinen of hun neuriën.
Ze zingen zelfs tussen de regels van de psalmverzen in; en God luistert daar graag naar. zegt psalm 8. Na afloop van de dienst blijven ze even luisteren. Dan is je dag als organist toch goed?
Dat bracht me vanmorgen een man in herinnering. die een gehandicapt kleinkind verzorgde. Erny heette het kind.
Jaren geleden woonde hij hier met zijn vrouwen zijn gehandicapt kleinkind.
Een oud-resident uit Celebes, meen ik. Juist toen hij met pensioen naar het vaderland was teruggegaan, kregen zijn kinderen in Indië een baby, die maar weinig overlevingskansen had. Het kind was onvolkomen geboren en de gebrekkige zorg. die aldaar gegeven kon worden. gaf weinig garantie. Maar de resident telegrafeerde naar Indië: laat een baboe het kind naar ons brengen - wij zullen alles doen!
Hij had zijn woord gegeven en hij was iemand die zijn woord hieldook al had hij tot zijn schade gezworen. Het huis werd omgebouwd voor de kleine Erny, het huiselijk programma werd omgebouwd. het hele leven van de gepensioneerde lieden werd omgebouwd. De grote huiskamersuite - toen wij er voor het eerst kwamen was Erny al zowat twintig - was haar speelterrein. Geen blind paard kon er schade maken. De kachel had rondom een ijzeren hek met sluiting.
De familie woonde terzijde. in de eetkamer. was daar tevreden mee.
Grootvader verzorgde Erny dag en nacht. Dat wil zeggen: dat hij haar kleedde en voerde. met haar wandelde en tegen haar sprak. met haar de slaapkamer deelde en 's nachts onbeperkt voor haar beschikbaar was. Zelfs zijn huis kreeg de naam- Erny; u kunt het vandaag nog zien staan.
Toen ik hem voor het eerst zag was dat op een bospad. ver buiten het dorp. Ik maakte een wandeling en kwam een bejaarde heer tegen. die een patiënt in een wagentje reed. Hij sprak vriendelijk en langzaam tegen de patiënt - maar kreeg geen enkele reactie. Hij wees haar op de bomen. op de vogels. de zon. de wandelaar die ze tegenkwamen.
De patiënt reageerde niet merkbaar. Een oud spreekwoord zegt: iets dat men niet en sparen moet dat is de rand van zijnen hoed. Voor zo iemand neemt u toch de hoed af? Ik ook. En dat is het begin geweest van een jarenlange aangename verhouding.
Eenmaal heb ik mijn oude vriend gevraagd, of hij van Erny ooit enige reactie kreeg? Met die vraag was hij kennelijk blij. Hij zei: ik ben er haast zeker van dat ze het laat merken wanneer ze gelukkig is. Want als ze pijn heeft of verdrietig is, merk ik het ook. Hoewel ik moet toegeven dat mijn vrouw het niet ziet en het nauwelijks kan geloven.
Grootvader was zuinig. Niet omdat zijn pensioen te klein was - maar omdat hij voldoende middelen voor zijn kleindochter wilde achterlaten.
Alles wat hij kon bezuinigen ging naar haar kapitaaltje. Hij wenste dat Emy “menswaardig" zou kunnen leven. wanneer hij er eenmaal niet meer zou zijn.
Enige malen hebben wij gesproken over de mogelijkheid. dat Erny in een verzorgingshuis zou kunnen worden opgenomen. Daar had grootvader goed over nagedacht. Hij had verscheidene huizen bezocht en er kritisch rondgekeken. Geen enkel leek hem geschikt: de patiënten werden er als dingen behandeld - niet als mensen. Vond hij. Eenmaal was hij er bijna toe over gegaan Erny aan een tehuis af te staan.
De verzorgers en de leiding waren idealisten, waren humaan, de verzorging stond menselijk en medisch op hoog niveau, alles leek te kloppen.
Tot hij plotseling, vlak voor het afscheid, per ongeluk een verpleegster hoorde uitvaren tegen een patiënt. Toen wist hij genoeg.
Erny werd niet achtergelaten - maar is tot haar dood bij haar grootouders gebleven. Laat me erbij vertellen, dat de vereniging Philadelphia nog moest worden opgericht.
De oudresident was meer dan ziekenverpleger. Hij had een denkerskop; hield zich altijd met de raadselen van het leven bezig, zocht voor alle vragen eerst oplossing, leefde meer spiritueel dan lichamelijk. Had ook een warm hart voor de medemens; toen de Joden in de oorlog een gele ster moesten dragen droeg de oudresident ook een gele ster: alleen om de discriminatie te doorkruisen! Maar zijn leven was en bleef gewijd aan het onvermogende kind: haar kleding, huisvesting, voeding - ja dat ook; maar vooral haar beetje geluk, liefde en levensvreugde.
Zijn uitgesproken standpunt luidde: wij komen niets te kort - zij komt alles te kort; daarom moeten wij trachten iets goed te maken van hetgeen haar onthouden is.
Je vraagt je dan af: wie is het, die Erny alles onthouden heeft? En je stelt de vraag natuurlijk ook wel eens. Zijn antwoord was: de Schepper heeft haar te kort gedaan. Wie die Schepper is weet ik niet.
Kwalijk nemen kan ik het Hem niet. Maar ik ben dankbaar, wanneer wij het kind iets kunnen vergoeden. En dat gedoogt de Schepper blijkbaar.
Toen ik hem eens iets probeerde duidelijk te maken van de heilige God en de zondige mensheid, zei hij: "ik bid niet, dat weet u, want ik geloof aan geen enkele God. Maar als ik ooit één bede heb dan is het deze: 0 God, als u bestaat, laat mij dan dat kind mogen overleven!
Begrijpt u, het is voor ons een onmogelijke gedachte, het kleinkind uiteindelijk toch nog aan vreemden te moeten overlaten."
Zo iets ontroert u toch? Ik moet eerlijk toegeven. dat ik als jonge man tot in mijn merg getroffen werd. En ook moet ik toegeven, dat ik wel eens getracht heb zulk een "gebed" in meer aannemelijk geachte vormen door te geven aan de Schepper van hemel en aarde. Je zult er toch maar voor staan: dat iemand. die God de Heere niet kent, aan deze onbekende God een verzoek wil voorleggen; en dat jij toevallig wel in relatie staat met je hemelse Vader. Nu, dan ligt het toch op je weg om het gewenste contact te leggen? Maar dan is er nog een Geest, zegt de Bijbel, die onze onvolkomen gebeden reinigt en doorgeeft.
Dat gebed van de onwetende is verhoord. Erny is ongeveer dertig jaar geworden. Toen was het haar tijd om te gaan. En nog geen half jaar later overleed de oud resident, oud en der dagen zat, maar tevreden.
U wilt nog weten, wie de grootmoeder in het verhaal eigenlijk was?
Nu, die zorgde voor de liefdevolle achtergrond in dit menselijke drama.
Die zette haar wensen opzij. Die paste zich geheel aan bij het ijzeren besluit van haar man. Die voegde zich geheel naar het omgebouwde levensprogram. En met graagte. Hebt u ooit een grootmoeder gekend, die niet graag haar eigen vlees en bloed koestert en ziet koesteren?
En wat doet u nou met zo'n verhaal?
Dankbaar zijn als u gezond bent en gezonde kinderen moogt hebben.
Geduldig en tevreden zijn, wanneer u dit onthouden is. En ervan verzekerd zijn dat ons niets bij geval - maar alles uit Gods vaderhand toekomt. U kent de enige en waarachtige God? En u weet dat gehandicapte kinderen niet door zijn schuld ontstaan?
Prachtig. Denk dan aan alle Erny's, wanneer u dagelijks bidt. Financieel loopt dat vandaag allemaal wel, gelukkig. Maar uw gebed kunnen ze niet missen. Geen dag en geen uur.