Harde strijd op het zinkende schip

1977-02-11
  • Jaargang 21
  • nummer 6
Ik ben geen econoom, maar dat neemt niet weg dat ik altijd met belangstelling de berichten ten aanzien van de nederlandse economie volg. Ik zal hier laten afdrukken wat ik zo in de verschillende bladen gedurende de laatste dagen onder ogen kreeg. Ik geef dat door in een willekeurige volgorde.

• "Eind december van het vorige jaar maakte de Vereniging van Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland de uitslag bekend van een enquête, die gehouden is onder 45.000 bedrijven, waar samen 1,3 miljoen personen werkzaam zijn. Die enquête naar de bedrijfsresultaten gaf een buitengewoon somber beeld van de resultaten van het Nederlandse bedrijfsleven in 1976. Slechts bij 28 procent van de kleine ondernemingen en veertig procent van de grote bedrijven namen de geldomzetten in 1976 toe met meer dan het inflatiepercentage. Wat de netto winst betreft waren de resultaten nog ongunstiger."

• "De invoer van confectie uit Oost-Azië is in geld van 1966 tot 1975 meer dan verdertienvoudigd.
Het aandeel van deze invoer op de Nederlandse markt steeg van 1 pct tot 10 pct. Door deze import groei zijn bepaalde soorten lichte confectie praktisch geheel uit het assortiment van de Nederlandse produktie verdwenen.
Dit staat in het jaarverslag over 1975 van de Stichting Struktuurverbetering Confectie Industrie (Strucon).
Op de binnenlandse markt is het aandeel van de Nederlandse industrie versneld teruggevallen van 76 pct in 1966 tot 42 pct in 1975.
Loonveredeling (uitbesteden van een deel van de produktie) vindt steeds meer buiten de EG plaats.
Tussen 1970 en 1975 steeg het Oosteuropese aandeel in de loonveredeling van 11 tot 37 procent, het Noordafrikaanse van 0 tot 5 procent,"

• De papierfabriek van Van Gelder in Apeldoorn zal worden gesloten. Misschien ook die van Wapenveld.
Het is een gevolg van de moordende concurrentie van bosrijke landen als Finland enz. Duizend arbeidsplaatsen moeten vervallen.

• De vleeswarenindustrie ondervond een "geweldige tegenslag door de sluiting van Gevato in Driebergen, het dochterbedrijf in Doetinchem en de mededeling van de pessimistische vooruitzichten van de Unilever-vleesgroep."

• "Het Rotterdamse haven- en industriegebied werd te vuil geacht om nog nieuwe vervuilers toe te kunnen laten. Eerder waren het de spanningen op de arbeidsmarkt in het Rijnmondgebied waarmee bedrijven - onder wie Hoogovens - werden geweerd. En nog vorig jaar kreeg de Duitse Kruwal-Combinatie te horen dat ze de bouw van een gigantische ertsknikkerfabriek op de Maasvlakte wel kon vergeten.
Maar nu ligt de werkloosheid in het Rotterdamse gebied boven het gemiddelde - meer dan 10.000 mannelijke.
De "motor van de nationale economie" begint te horten."

• In de vrachtvaart heerst een zware crisis. Nederlandse reders worden al meer uit de markt geprijsd omdat ze te duur zijn. En dat niet ten gevolge van investeringen of brandstoffenprijzen, maar omdat de bemanningskosten - ten gevolge van het aantal per schip en de lonen - tot de hoogste van Europa behoren.
Bovendien veroorzaken de Oostbloklanden als gevolg van een moordende concurrentie een steeds kleiner wordend aantal bevrachtingen.

• Speciaal in de tankvaart is de toestand onrustbarend.
"Zelfstandige reders krijgen maar weinig opdrachten en moeten deze tegen zeer lage vrachttarieven uitvoeren. De meeste oliemaatschappijen hebben, als bevrachters en scheepseigenaars, eveneens te kampen met tonnage-overschotten. Door de enorme druk op de markt is hun vrachtopbrengst veelal onvoldoende om de exploitatiekosten te bestrijden.
Een aantal banken heeft grote leningen uitstaan op schepen, waarvan de marktwaarde sterk is afgenomen.
Sommige zelfstandige reders hebben de grootste moeite om hun leningen en de rente daarop te betalen.
En aan het einde van' de keten zitten de vele scheepsbouwers, die de dag zien naderen dat hun orderportefeuille leeg zal zijn. Tal van werven hebben hun bouwcapaciteit in de periode van hoogconjunctuur in de tankvaart sterk uitgebreid. Het totale aantal orders is echter thans kleiner dan het sinds 1968 ooit is geweest."

• Drs Rlnze Zijlstra, voorzitter van de Koninklijke Zuivelbond FNZ, verklaarde dat bij het doorgaan van de staking dagelijks ongeveer 5 miljoen liter melk niet kan worden verwerkt en dat op de vergaderingen waar tot staking besloten werd over het algemeen minder dan de helft der werknemers aanwezig was.
Voorts dat bij de staking juist een zwakke groep der bevolking getroffen wordt. Ongeveer 20 à 25% van de boeren heeft een inkomen minder dan het minimumloon.

• In ons land, dat weet iedereen, woedt een hevige inflatie, een waardevermindering van de gulden, een daling van de koopkracht ervan. Het C(entraal) B (ureau voor) S (atistiek) gaf daaromtrent de volgen de cijfers. Als men stelt dat de gulden in 18~9 100 cent waard was, was hij in 1910 83 cent waard, in 1920 43 cent, in 1930 61 cent, in 1940 62 cent, in 1950 30 cent, in 1960 22 cent, in 1970 14 cent, in 1975 10 cent.

• In Nederland is een grote, ja de grootste bevolkingsgroep die van deze inflatie nog niets heeft geleden.
Dat zijn de 600.000 "werknemers" die direct of indirect op de loonlijst van de overheid staan. En de honderdduizenden werknemers die volgens een collectief arbeidskontrakt werken of wier loon gelijke trent houdt met dat van het overheidspersoneel.
Deze allen hadden tot dusver niet alleen een "welvaartsvast" maar ook een "welzijnsvast" inkomen.
Dat wil zeggen: ze gingen ondanks inflatie en economische crisis nog steeds reëel in inkomen vooruit.

• Maar in ons land is ook een enorm grote groep mensen, middenstanders, boeren en vooral ouden van dagen, die geen "welvaartsvast", laat staan "welzijnsvast" inkomen of -pensioen hebben, die hun inkomen van jaar tot jaar zagen verminderen.

• Er zijn duizenden Nederlanders die hun spaarcenten in Staatsleningen hebben belegd. De rente die ze op obligaties ontvingen ging geheel op ten gevolge van de inflatie. Maar daarbij komt nog wat: als iemand b.v. in 1960 f 1000,- aan de Staat leende zou hij nu, als hij een even waardevolle som bij inwisseling van zo'n obligatie terugkreeg f 2200,-moeten ontvangen, maar hij krijgt hoogstens f 1000,-.

• Het wezenlijke van het conflict bestaat hierin dat de vakbonden een automatische prijscompensatie eisen en de werkgevers een aanbod doen waarin niet alleen de verwachte prijscompensatie voor 1977 is begrepen, maar ook een reële loonsverbetering voor de "modale werknemer" is begrepen van 1 ½ %. De vakbonden wilden over dit voorstel niet onderhandelen.

• Dit conflict vindt plaats in een tijd waarin een welvaart, een weelde heerst als waarvan voor dertig jaar niemand ook in zijn meest fantastische dromen een voorstelling heeft kunnen maken. Verleden jaar werden meer dan 400.000 nieuwe auto's verkocht.
De vakbonden maakten voor vijf bedrijfstakken stakingsplannen.
Het gaat om 68 bedrijven met in totaal 21.000 werknemers. In de sector voeding 23 bedrijven met 3.800; industrie 20 met 11.000; grafisch bedrijf 5 met 1400; bouw 20 met 3000 werknemers.


• "De Nederlandse christelijke bond van personeel bij overheid (ook gezondheidszorg en maatschappelijk welzijn) heeft maandag gemeld zijn leden niet tot acties naar aanleiding van vastgelopen loononderhandelingen te kunnen en willen oproepen. De NCBO is bij het CNV aangesloten, dat wel met de FNVacties meegaat.
Voor zijn standpunt heeft NCBO als argument dat een ambtenaar in Nederland niet mag staken en dat de bond "het bijzondere rechtskarakter in de verhouding overheid-ambtenaar niet wil schaden". "Vooral echter niet, omdat in de visie van de NCBO op de overheid in een democratisch staatsbestel. die overheid onbelemmerd moet kunnen functioneren. Dat standpunt blijft voor de NCBO gelden" tenzij de overheid zelf van meninq is dat - via een democratisch genomen beslissing - de ambtenaar het recht van werkonderbreking moet worden toegekend".
"Overigens, al zou vandaag de ambtenaar wel mogen staken, dan nog kan in het conflict van vandaag een ambtenaar zich daarin niet "actief" mengen" aldus de NCBO."

• Het Friesch Dagblad schreef dezer dagen: Als het werkelijk tot stakingen komt van wezenlijke betekenis, dan betekent dit voor onze nationale economie EEN RAMP.
Dat moet met nadruk allereerst worden gezegd.
Niet alleen, doordat stakingen altijd een enorme schade veroorzaken. Ook niet alleen, omdat door stakingen velen worden getroffen die geheel buiten het eigenlijke conflict staan. Zelfs niet in de éérste plaats, omdat onze zwakke nationale economie, wat haar reputatie en mogelijkheden betreft, een slag wordt toegebracht. Maar bovenal omdat het, zoals het er nu uitziet, een strijd gaat worden, die alleen maar kan eindigen doordat één van beide partijen, of beide, uitgeput in de touwen hangen. Een strijd van lange adem, een botsing tussen twee onverzoenlijke standpunten, waar elk overleg en elk compromis wordt afgewezen.
De werkgevers weigeren elke prijscompensatie.
Nadat minstens zeven jaar lang de combinatie bijna vanzelfsprekend werd aanvaard. Aanvaard, voordat er eigenlijk onderhandelingen over eventuele reële loonsverbeteringen werden begonnen.
Onder zo'n geschiedenis kan men niet van de ene op de andere dag een streep zetten.
Aan de andere kant hebben de bonden van werknemers de indruk gewekt, alsof de volledige prijscompensatie in èlke situatie ook in de toekomst als een dogma moest gelden.
Als de zaken van weerskanten zó worden gesteld,
dan komt de vraag naar voren: is er dan geen arbitrage mogelijk? Kan men de zaak niet voorleggen aan een college van wijze, deskundige en onafhankelijke personen, die op zijn minst met een oplossing komen, die voorlópig zal gelden, b.v, voor enkele maanden, tot we beter weten, hoe de economie zich ontwikkelt?
Beide partijen zeggen: nee!
De vraag is gesteld, of het kabinet niet zou moeten ingrijpen, als er zo'n grote ramp dreigt. Wij hebben de indruk, dat het kabinet alleen dàn wil ingrijpen, als het kwaad reeds een angstaanjagend karakter hééft gekregen. Dus nu niet. Trouwens, het congres van de PvdA heeft gisteravond in tegenwoordigheid van de socialistische ministers (waaronder de heer Den Uyl) elke ingreep van de regering verboden. Daarom is het nu de hoogste tijd, dat personen met gezag en ervaring van verschillende richting, met het oog op het nationaal belang, hun stem laten horen om te waarschuwen, dat zij, die nú de oorlog uitlokken of verklaren, stràks samen toch weer over vrede zullen moeten onderhandelen, maar dan waarschijnlijk tussen ruïnes.
Het klinkt misschien wat pathetisch, om het zo te zeggen, maar het is de waarheid.
Er zijn sommigen in ons land, die nu moeilijk langer nog zwijgend kunnen blijven toezien.

***

Nu brengt inderdaad de godsvrucht grote winst, indien zij gepaard gaat met tevredenheid. Want wij hebben niets op de wereld meegebracht; wij kunnen er ook niets uit medenemen. Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn.
Maar wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking, in een strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang.
Want dc wortel van alle kwaad is de geldzucht.
Door daarnaar te haken zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met vele smarten doorboord. (1 Tim 6.: 6-10)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief