Kerknieuws
1977-02-11
Beroepen te Dronten: Ds A. Koers te Wormer.- Jaargang 21
- nummer 6
Beroepen tot legerpredikant in vaste dienst: Ds P. Dekker. Zaanstreek-C, Bedankt voor Arnhem: Ds Z. G. van Oene te Zwolle.
Ds J. Kranenburg - Ds J. Kranenburg te Groningen is wegens ziekte verhinderd zijn ambtelijk werk te verrichten.
Beroepbaar - In haar vergadering van 2 februari 1977 heeft de classis Alkmaar-Zaandam praeparatoir geëxamineerd en toegelaten om te staan naar het ambt van dienaar des Woords: kand. K. Muller. H. Pootlaan 242 te Alkmaar. tel. 072-16767.
Haren Gr. - In het “Mededelingenblad" van de Gereformeerde Kerk te Haren (Gr.) schreef d.d. 27 nov. '76 de redakteur H. L. Faber het volgende: Zoals u wellicht weet heeft de kerk van Groningen, de "Tehuis gemeente", in principe de beslissing genomen zusters in aanmerking te doen komen voor de verkiezing tot ouderling of diaken. Zij heeft vóór dit besluit te effektueren aan de kerken in de regio gevraagd of de uitvoering van dit besluit op enigerlei wijze de kerkelijke gemeenschapsoefening zou schaden. Volgens de kerkeraad van de Tehuis-gemeente houdt een dergelijke vraag de erkenning in, dat de zusterkerken het recht hebben haar doen en laten kritisch te volgen en te toetsen aan Gods Woord. Indien van de zijde der zusterkerken op Gods Woord gegronde bezwaren worden geopperd. dan wil de kerkeraad van de Tehuis-gemeente deze zaak opnieuw bespreken en aan de gemeente voorleggen.
We zijn blij dat de kerk van Groningen deze zaak heeft voorgelegd aan de zusterkerken in het Noorden, hieruit blijkt een schriftuurlijk denken over hetgeen ons als kerken samenbindt.
De regionale vergadering heeft in juni een kommissie benoemd om haar te dienen met schriftuurlijke argumenten om tot een goede bespreking en besluitvorming te komen. De commissie, bestaande uit de broeders dr D. Holwerda, ds M. Doornbos en ondergetekende is niet tot een gelijkluidende konklusie kunnen komen voor wat betreft het al of niet toelaten van de vrouw tot het ambt. Wel is zij er over eens, dat wat in de diskussies in andere kerken de laatste jaren en in de besprekingen van de kommissie zelf aan exegese van Schriftplaatsen naar voren is gekomen, nog te weinig in de brede kring van onze kerken bekend is, ten dele zelfs onbekend.
Zij meent dat deze gegevens nadere bestudering verdienen, zodat het wellicht mogelijk is dat daardoor te zijner tijd op meer verantwoorde wijze tot een gemeenschappelijk standpunt in deze zaak gekomen kan worden. Persoonlijk meen ik. dat het hier een zaak betreft waarover de plaatselijke kerk niet zonder meer mag beslissen. Het gaat hier over een beslissing die ook diep kan ingrijpen in het leven der andere kerken. En juist in verband met vragen rondom de orde in de gemeente, waarbij ook de positie van de vrouw in geding is, stelt Paulus de vraag of het Woord Gods alleen bij de gemeente van Corinthe is begonnen terwijl hij wijst op de gewoonten van andere gemeenten die toch ook wel in aanmerking genomen mogen worden. (1 Cor. 14: 36 en 11 : 16).
Het gaat hier niet om een kwestie van ondergeschikt belang, maar die de regering der kerk betreft en waarover geen enigheid van gevoelen is. De beantwoording hangt nauw samen met onze beoordeling van de Heilige Schrift; hoe moeten wij haar lezen en hoe denken wij bijv. over de vragen rondom de “tijdgebondenheid", wat is de aard van het Schriftgezag? enz.
Nu het gaat over een zaak waarover de Heilige Schrift zich naar de mening van velen niet rechtstreeks uitspreekt is het des te meer geboden om als kerken tot een gemeenschappelijk standpunt te komen.
Immers, als de Schrift zich duidelijk uitspreekt over een zaak. dan is het niet nodig om daarover lang beraad te voeren. Dan is er op grond van die duidelijke uitspraak niet veel diskussie nodig.
Doch juist wanneer er niet-direkt over een zaak wordt gesproken in de Schrift of er zijn onduidelijkheden. dan kan er verschil van gevoelen optreden en omdat dit vervolgens kan uitlopen op onenigheid is uiterste voorzichtigheid geboden.
Als Gereformeerde kerken werken wij samen op de grondslag van Schrift en belijdenis. Die belijdenis zegt in art. 32 dat wij alle menselijke wetten en vonden om God te dienen verwerpen en alleen aannemen hetgeen dienstig is om de eendrachtigheid en enigheid te voeden en te bewaren. Dit geldt zowel de plaatselijke gemeente als het verband der kerken. Daarom, geloof ik, zullen we er goed aan doen door deze zaak nogmaals in breder verband in studie te nemen. Er kan dan gebruik gemaakt worden van de gaven en kennis die in zal er ook in de andere kerken in ons àlle kerken aanwezig zijn. Ongetwijfeld land over deze vragen zijn nagedacht.
Het zou mooi zijn als de kerken gezamenlijk tot een gemeenschappelijk oordeel zouden kunnen komen.
Tenslotte is een niet te verwaarlozen faktor, onze verhouding tot de Christelijke Gereformeerde Kerken. We zullen er voor moeten waken dat deze, vaak nog tere, verhoudingen worden geschaad door beslissingen waarop men later moeilijk terug kan komen.
Een besluit om de vrouw tot het ambt toe te laten zou een extra barrière kunnen vormen op de weg naar de eenheid, zowel landelijk als plaatselijk. En tot zulk een verhindering mag mijns inziens deze zaak, hoe belangrijk ook, niet leiden.