Bidden is een machtig werk
1977-02-18
De bijbel leert ons, dat het gebed van iemand die de wil van God doet een krachtige uitwerking bezit. Als een ellendige roept, dan hoort God. Hoe dikwijls hebben Gods kinderen hun Here als een stroom aangelopen, en zijn daarin niet beschaamd uitgekomen.- Jaargang 21
- nummer 7
Hij wendde straks hun lot.
Wij mensen willen graag wat dóen. Wij willen het liefst hendelend optreden. En als ons de gelegenheid ontbreekt om de helpende of reddende hand te bieden, gevoelen we ons terneer geslagen en machteloos. Maar ... bidden is ook wat!
U kent allen wel de zinspreuk: Ora et labora d.i. bid en werk.
Ze wordt gewoonlijk in het geweer gebracht. als we in moeilijke situaties mensen opwekken om toch het bidden niet te vergeten. Dan zegt men: ja, ja, bidden, natuurlijk, maar er zal ook wat gedáán moeten worden.
Inderdaad. maar wij mensen kunnen vaak zo weinig doen. En wat een machtige taak is ons dan in het gebed gegeven.
Epafras die in Colosse en omgeving het evangelie had mogen prediken en de kerk des Heren had mogen planten, ziet de kerk daar door gevaren bedreigd. Er zijn mensen opgestaan, die verkeerde dingen spreken en valse godsdienst propageren en zij zoeken de discipelen af te trekken achter zich. Zelfs is hij in Rome bij Paulus en in gevangenschap geraakt. Hij kan niet naar Colosse terug. Tenminste vooralsnog niet. Dan laat Paulus de Colossenzen weten. dat Epafras toch dagelijks voor hen in de weer is: 'te allen tijde strijdende voor u in de gebeden, opdat gij stand moogt houden, volmaakt en volkomen, in alles wat God van u verlangt'.
Zo heeft Epafras voor de gemeente geijverd. In een situatie, waarin hij verder niets kon doen.
En zo moeten wij ook maar veel ijveren voor de gemeente van de Heer.
De nood van de kerk is zo groot.
Wat al afval, verslapping en verdeeldheid. Wat een kwesties en narigheden in plaatselijke gemeenten:
mensen die het elkaar moeilijk maken; gespannen verhoudingen.
We kunnen zelf geen oplossing bieden.
Bidt dan maar veel! Worstelt maar! in de geest van Epafras: dat de brs. en zrs. staande mogen blijven en met name de jongeren niet geërgerd worden en Gods Woord gezag blijve houden.