Een beetje plagiaat (2)

1977-02-18
  • Jaargang 21
  • nummer 7
We hebben gezien, dat het humanistische denken het rationalisme toch weer ging verwerpen; omdat de mens zèlf er door in het gedrang kwam. De mens wil niet na te rekenen wezen. Zijn eigen vrije beslissing, dat is het, wat hem tot mèns maakt, menen ze.
Maar als ik naar mijn werk moet, en de bus moet nemen en twee kwartjes betalen moet en op tijd moet wezen en op het werk moet vragen, wat ik doen moet en dat dan ook móet doen ... dan blijft in dit alles van een vrije keuze niet veel over, want dat is allemaal wel degelijk bepaald! En zo gebonden leven we toch allemaal?
Dat leven nu van ons allemaal, dat leven in de gewone gang der dingen, die ons meevoert, dát leven is nu, goed bekeken, onze zónde! Omdat we daarin het eigenlijke mens-zijn verloochenen.
Maar de mens van de humanistische mens-religie laat niet met zich sollen. Daarom treedt hij uit dat sleurbestaan uit, en neemt dan een beslissing, zonder zich van iemand of iets wat aan te trekken. Vrij. Hij bepaalt dan zelf zijn toekomst, helemaal souverein.
Hij legt zich dan ook niet vást op die beslissing! Bijv.: hij bindt zich aan een vrouw - maar dat zegt niets over volgende week! Je kunt dat ook maar beter dadelijk duidelijk maken aan je partner door geen huwelijk aan te gaan. Zekerheden, waarbij de wil gebonden zou worden, zijn, religieus gezien, niet te aanvaarden. Dat "religieus" slaat in dit geval op hun allereerste levensstelling, nl.: ik ben een souverein mens; elk opgeven van mijn souvereiniteit, mijn recht om geheel vrij mijn beslissingen te nemen, zou mijn humanistische zónde zijn.
Uitstappen uit de gebonden gang van alle dag en dan ineens een beslissende keus doen, een keus voor dit ogenblik, dat is het ware mensenleven, Transcenderen noemt men dat.
U merkt intussen wel, dat zo een werkelijke maatschappij niet kan bestaan. Want die moet nu eenmaal berusten op het zich schikken van elk naar zijn eigen opdracht.
Die ogenblikjes van existentieel beslissen, buiten alle werkelijkheid om, alleen vanuitmezelf, komen dan ook merkwaardig overeen met de mystieke eenwording met "god", Beide zijn ze de vrucht van een religieus ingenomen standpunt, waarin het hoogste voor de mens bereikbaar móet zijn. En dat hoogste is, als beheersende kracht in het tegenwoordige humanisme: mijn eigen ogenblikkelijke wil, sámen met de vrijheid om zo dadelijk weer anders te willen. De souvereine mens moet zelfs niet aan zich zelf gebonden zijn!
Hoe diep dit zit, kunt U opmaken uit hun eigen oordeel over het uiteindelijk resultaat. Het is: tot de dood, tot mislukken. Want men kán zich niet blijvend plaatsen buiten de maatschappelijke orde.
Dat is dan het slot van het "eigenlijke" mensenleven, dat zo hemelhoog uitsteekt boven dat leven van alledag; dat leven, dat eigenlijk geen innerlijke waarde heeft - vanuit hun religieus uitgangspunt.
Wat is daarbij hun enige troost? Dit: ik heb toch als vrij man beslissingen genomen.
Maar ze leren óók, dat die vrijheid, die souvereiniteit zichzelf om de medemenselijkheid wél moet inperken. Zichzelf paal en perk moet stellen. En daar gáát ze dan, dadelijk bij haar eerste begin. Want die ander is ook souverein. Daarin moeten we hem vrijlaten. Daardoor staan wij voor de muur!
Vanuit dit troosteloze uitgangspunt - let U maar op de hopeloosheid van veel moderne lectuur, die aan veeljonge mensen te merken is - vanuit dit "tot niets"
leidend beginsel zijn moeilijke denksystemen bedacht. Daarbij is een grondgedachte, dat we leven in een reeks van contingente, dat betekent: toevallige gebeurtenis~ sen; daarin nemen we soms dan zo'n beslissing, waarin we onszelf richting geven, m.a.w.: waarin we eventjes niêt toevallig zijn: op dat ogenblik is er een wèrkelijk gebeuren.
Het gebeuren van de vrije beslissing in het toevallige, dat is de kern.
Heidegger nu, een van de grondleggers van dit moderne denken, verklaart zèlf, dat zijn systeem is opgebouwd vanuit zijn conceptie van het mens-zijn. En die is: de creatieve en autonome soveureiniteit van de mens, weergegeven met het woord: authenticiteit, het echt zichzelf-zijn. Dat denksysteem is volgens Heidegger dus maar niet zo maar een formele opbouw, waarin je elk willekeurig systeem zou kunnen omvatten: neen, maar het systeem geeft mee de werkelijkheid aan! Namelijk wat hij, Heidegger gelóóft omtrent de werkelijkheid. Dat geloóf is in het systeem ingebouwd.
Die geloofde werkelijkheid is dan dé werkelijkheid.' Heideggers denksysteem heeft veel mensen aangesproken.
Zo heeft de kerk er mee te maken gekregen, zo ontmoeten wij het bij het lezen van veel theologische lectuur. Want gedachten van Heidegger en anderen worden gebruikt om de moderne theologie een basis te geven. Die verloren ging, doordat men de eenvoud van het geloof naar de Schrift was kwijtgeraakt. Zulke mannen moesten dan wel een nieuw bastion bouwen om hun theologie te kunnen verdedigen. Ze maakten daarbij gebruik van ideeën uit de existentie-filosofie, En ze dachten, dat dat best kon, als men het denkpatroon ging formaliseren, dus net ging doen, alsof het wèl los te maken was van het ongelovige uitgangspunt. Alsof het denksysteem, tegen Heidegger zelf in, wèl neutraal was.
We hebben dat eerder meegemaakt.
Toen b.v. in onze kerkbode's geregeld geschreven werd over de mens als redelijk-zedelijk wezen; à la Kant. Maar waar blijft dan zijn bepaaldheid door het geloof? Vanuit het hart zijn toch de uitgangen des levens?
Zo vinden we nu de existentiefilosofen in de kerk terug.
Ik heb al gewezen op een gelijkenis met de mystiek, die het "ogenblik der genade" kent, het één worden met "god". Dat is de eigenlijke ervaring in hun leven.
Ze kennen meestal het aantal keren, dat ze hun ideaal hebben bereikt.
Bij veel moderne theologen gaat het eveneens om het momentane, een ogenblik durende ervaring van "god". Het is een telkens onderbroken volgorde van zulk gebeuren. En wat houdt die ervaring dan in? Alleen dát "het" gebeurt; het is de gebeurtenis van de ontmoeting zèlf, als die eens plaats vindt. Want ze blijft: toevallig, onberekenbaar. Zelfs op de plaats, waar ze dan plaats vinden kán, nl. onder het kerugma.
Dat is de prediking door de theoloog.
En zo hebben ze hun bastion, waarin ze standhouden!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief