LOUTER KABOUTER
1977-02-18
- Jaargang 21
- nummer 7
n.a.v, Wil Huygen en Rien Poortvliet, "Leven en 'Werken van de Kabouter", v. Holkema & Warendorf,
Bussum, f 49,50
Dit boek is het zoveelste, dat uit samenwerking van twee vrienden is ontstaan. Hoewel de naam Poortvliet niet op het tite1blad voorkomt (alleen Rien met het sterretje) blijkt uit de "verantwoording", dat het boek wel degelijk door beide mensen is gemaakt. Merkwaardig. Toen Wil Huygen zijn "Op Schootsafstand" uitgaf, heette Rien Poortvliet de illustrator. Hun boek "Met een kluitje in het Riet" stond op beider namen. En hun samenwerking is zo, dat men hun laatste werk "het boek van Rien" zal noemen.
Rien Poortvliet is onlangs onderscheiden met een literair-artistieke prijs, hem toegekend door de Internationale Raad voor Jacht en Wildbeheer, en wel vanwege de "uitzonderlijk goede wijze, waarop hij de natuur en jacht tot uitdrukking weet te brengen". Die prijs is niet mis.
Bedoelde Raad is samengesteld uit 46 landen; een Iraanse prins is voorzitter en tekende de bijbehorende oorkonde. En als u vraag of Rien deze unieke onderscheiding verdient, dan zou ik zeer positief en zeer bewust knikken.
Maar als u vraagt of Wil Huygen het verdient, zo in de schaduw te verdwijnen, dan is mijn oordeel even bewust negatief. Wil Huygen, een bescheiden Nijmeegs arts, is een bizonder fijngevoelig schrijver in de eerste plaats van kinderboeken, voorts ook van jachtverhalen.
Zijn geestige pennetje, zijn gedetailleerde waarneming, zijn warmvoelend medisch hart... ze zijn onmiskenbare onderdelen van zijn zeer lezenswaard talent. Zonder hem zou het boek De Kabouter nooit geworden zijn wat het nu is.
Rien kan dit met me eens zijn. Eens had ik namelijk beide auteurs samen voor me, in een vergaderpauze. Tegen Wil Huygen zei ik: op gevaar af van grof complimenteus te zijn wil ik u eens danken voor uw heerlijke pennevruchten; ik zie in u een van onze beste jachtschrijvers.
De aangesprokene sloeg bescheiden zijn ogen neer. Maar Rien nam het woord. Hij zei: daar doe je mij nu zo'n genoegen mee, met mijn vriend zo'n compliment te maken; want hij verdient dat ten volle!
Het boek "Leven en werken van de Kabouter" is een boek in overtreffende trap. Het is onbegrijpelijk, dat zoveel schoons voor minder dan een paar schoenen verkocht wordt. Het boek geeft wat het belooft: een volledig overzicht van het leven en de werken van de kabouter, als soort genomen. Als u aan kabouters gelooft moet u het zeker lezen; het versterkt uw kennis geen beetje. Als u niet aan kabouters gelooft moet u het helemaal lezen; u zult voortaan niet meer zo zeker zijn.
Wat een lichtsterk jagersoog in de schemering heeft gezien, wordt in heerlijke daglichtkleuren weergegeven, met wetenschappelijke nauwkeurigheid beschreven. Volkomen serieus en overtuigend wordt het materiaal uitgestald, dat men in twintig jaren van observatie heeft verzameld.
Over het oudst bekende kabouterbeeldje, op ware grootte, anno Domini 1200 ontdekt en nu ongeveer 2000 jaar oud. Over een mededeling van Publius Octavus aangaande de door hem waargenemen Homunculus. Een citaat van de Zweedse arts-schrijver Axel Munthe, die medelijden had met mensen, die nog nooit een kabouter hadden gezien. Over het gewicht van de kabouter: het mannetje staat triomfantelijk op een kleine weegschaal tegenover drie ons aan gewichten; het vrouwtje balanceert lachend op een brievenweger en komt even over de 250 gram; u kunt het allemaal zelf zien. Over de verspreiding van de kabouter in ons land en in heel Europa, waarbij de vindplaatsen merkwaardig samenvallen met de gebieden aan bos en duin. Over hun taal, hun leefwijze, hun gewoonten, hun leeftijden, hun kleren, hun huizen, hun kinderen, hun huisvlijt en wat u maar verder wilt weten. Dit boek gelijkt een handboek, dat u alles vertelt wat de moeite van het vertellen over De Kabouter waard schijnt. Bij al dit wetenschappelijk opgediend nieuws komen illustraties, die stuk voor stuk ingelijst moesten worden. Geen wonder dat een winterlandschap, van drie pagina's grootte, er gewoon uitspringt. Die hoort aan de muur van een kinderkamer te hangen. U krijgt te zien hoe de kabouter persoonlijk een stel reeën voedert en hoe het kaboutervrouwtje uit haar boezelaar eten voor het kleinwild strooit. Zulk een akwarel is even overtuigend als het beeld van een bosbrand, van een molen bij zonsondergang of een sneeuwlandschap in de maan. Twee pagina's groot is een boslandschap, waarop u met wat moeite een reegeit ontdekt. En wat te denken van Rembrandt's Nachtwacht, waaraan de grote schilder zelf de laatste hand legt ... terwijl achter hem op tafel een echte kabouter zit mee te tekenen? Zelfs op het schutblad vindt u een tiental zangvogels, die zeker niet onder doen voor de illustraties uit Het Grote Vogelboek van Readers Digest: overigens staan al die vogels te wachten op een kabouter, die voeder uit zijn broekzak delft; en dat geeft Readers Digest er niét bij! Aangezien alles uit kabouterland zo klein is (de volwassen kabouter komt niet boven de 15 centimeter uit) laat Rien een enkele maal het gezichtje even door een vergrootglas zien. Zo ziet u duidelijk de lachrimpeltjes en de frisse kleur.
Ja, een kabouter lacht graag. Hij heeft een erg opgewekt karakter.
Daarom wordt hij waarschijnlijk zo oud: de medicus vertelt u dat de kabouter ongeveer 400 jaar wordt, zeer matig eet, wel rookt, maar geen gevaarlijke stoffen inneemt. Bovendien is hij met iedereen bevriend, helpt ieder en is met vrijwel alle dieren op goede voet. Alleen heeft elk kabouterhuis een bunzingval (na een fikse bestraffing wordt de bunzing vrijgelaten) en elke kabouter is op zijn hoede voor de verwilderde
kat.
Als u natuurlijke medicijnen zoekt voor een 17-tal meest voorkomende ongemakken - de dokter zal het u wel vertellen. Inclusief de acupunctuur en een operatie om een geit van "scherp" te verlossen. Alleen tekent Rien (toe, mag er ook een aanmerking mogelijk zijn1) bij giftige slangenbeten een ongevaarlijke ringslang, in plaats van de adder.
Maar er staan vondsten in dit boek! Zo bijvoorbeeld, dat elk pasqetrouwd kabouterstel aan de kabouterkoning en -koningin wordt voorgesteld; waarbij de kabouter koning en -koningin wonderveel gelijkenis hebben met een echtpaar, dat te Soestdijk woont. Zo bijvoorbeeld het verhaal van een arme kolenbrander, die vroeg drie wensen te mogen doen, "net als in een sprookje". Zo bijvoorbeeld de kleine werktuigen en gereedschappen, die kabouters gebruiken: excellent doordacht. Zo bijvoorbeeld de prachtig beschilderde en handgesneden troon, die in het kleinste vertrek staat en waarop de kabouter op zijn zeven gemakken zich afzondert; de tijd wordt gekort door een karweitje, het bezetteken wordt gegeven door een miniklokkenspel, zo lang er gezeten wordt. Zo bijvoorbeeld de mededeling dat in Soest, toch heus geen klein dorp, slechts vijf kabouterparen voorkomen en in de omliggende dorpen nog eens vijf. Rien kan dat weten, hij woont in Soestduinen.
In een aantal hoofdstukken zijn de Handelingen der Kabouters afzonderlijk gerubriceerd. Dit zijn eigenlijk verhalen, waarin kabouters de hoofdrol spelen. Hier komt de schrijver Wil Huygen goed aan zijn trekken als schrijver van kinderboeken. Waarmee niet gezegd is, dat De Kabouter slechts een kinderboek zou zijn! De Kabouter is een grotemensenboek, dat u ook rustig aan de kinderen kunt laten lezen.
Ze zullen er veel,van opsteken. Neem nu eens het hoofdstuk De Reukwereld: het opent onvermoede werelden voor de mens, die aan de natuur is ontgroeid.
Als voornaamste waarheid springt naar voren, hoe wijsgerig de kabouter is. Hij ziet door de mens heen. Hij heeft ervaring van eeuwen.
Hij kent onze karakters en onze gebreken. Hij ziet, hoe de mens de grote vernieler van de schone schepping is. Hij is eigenlijk het verpersoonlijkte geweten van een mensheid, die aan eigen grootheidswaan, macht, gelddorst en vernielzucht te gronde gaat.
Het belangrijkste hoofdstuk is dan ook het laatste. Daar hebben Poortvliet en Huygen een gesprek met Tomte Haroldson, de kabouter, die op de Vlasakkers bij Amersfoort woont (en laat Rien nu juist op de Vlasakkers zijn jachtveld hebben). Ze hebben de tekeningen en de tekst gereed en samen spreken ze enthousiast over hun juist klaar gekomen werk. Op dat ogenblik komt Tomte de kopij kritisch doornemen ... waardoor hun enthousiasme gaandeweg verdwijnt.
Het lijkt wat sterk gezegd: dat een kabouter het werk van twee kunstenaars over kabouterland zou doorlopen voor het ter perse gaat. Maar als u het niet gelooft moet u de plaat bezien, die bij het nachtelijk gesprek hoort. U ziet Tomte op tafel zitten, geheel op zijn gemak, boven op een boek (De Vossen hebben Holen) en een tijdschrift (Wild und Hund), naast een lucifersdoosje, een verftube en een gemberpot vol penselen. U herkent de werkkamer van Rien, compleet met trofeeën, jachthoorn en schildersezel. Met zijn pijp in de mond zit Rien. te kijken en te luisteren. Op de voorgrond zit Wil, te luisteren en te kijken.
"Wij gaven hem jolig een eikeldop met vruchtenwijn en een in drieën gesneden Cashewnoot. Hij nam een teugje, draaide de dop peinzend tussen zijn vingers rond, keek om zich heen en vroeg: 'lukt het allemaal?' 'Nou en of, fiepen wij 'we zijn er zowat doorheen'.
'En precies zoals je het had willen hebben?' 'Het kan altijd beter', zeiden wij schijnheilig.
'Dus je vindt het zèlf zó goed?' 'Jazeker, waarom niet?' 'Mag ik eens zien wat het nou geworden is?' We legden de dikke stapel tekeningen en tekst voor hem neer en lieten hem alles van het begin af zien."
En dan komt de kritiek van Tomte Haroldson. De búitenkant van het kabouterleven is vrij aardig weergegeven, zegt hij, maar hij mist belangrijke onderdelen. De mensen hadden de kabouters niet bespied maar andersom. Ook: de kabouters zijn aan de aarde trouw gebleven - de mens, hoewel stof en weerkerend tot stof, is op kunststoffen overgegaan, wat hem van de natuur weghaalt. De mens holt achter de wereld van morgen aan - de kabouter heeft rust en tevredenheid met de wereld van gisteren. Ook: bij de mens is het evenwicht tussen verstand en instinct verloren gegaan; dat maakt hem onverstandig.
Kortom: over dè "vooruitgang" bestaat grondig meningsverschil!
Maar tenslotte neemt de kabouter beide kunstenaars een nacht mee op een tocht, waarbij ze op de golflengte van kabouters met dieren en bomen en planten mogen omgaan. Een ontroerend einde van een verrukkelijk boek.