Geen wetticisme

1977-02-18
  • Jaargang 21
  • nummer 7
De vorige keer wees ik op het roemen-in-eigen-werken en het vasthouden-aanbestaande-gewoonten bij veel kerkleden en ik gaf daarbij door enkele citaten van Auke Jelsma, waarin deze er op wijst dat het nodig is door verkeerde gewoonten héén te breken. In dit verband wees Jelsma op de taak van de predikant en het leek me goed ook het slot van zijn opmerkingen door te geven:

"Een predikant die uit liefde voor de gemeente dwars door de gewoonten en zekerheden heen breekt, kan ergernis verwachten. Het is niet verwonderlijk wanneer hij uit angst voor isolement en mislukking zich in prediking, onderricht, en pastoraat toch maar weer aanpast aan wat van hem verwacht wordt. Deze angst kan hij ook voor zichzelf zorgvuldig toedekken onder vrome argumenten.
Nu blijven de mensen immers naar hem luisteren. Misschien kan hij geleidelijk in de loop van de tijd de gemeente ombuigen naar Gods woord.
Dat heeft nu eenmaal tijd nodig. En op deze wijze blijft er tenminste een goede verstandhouding. Toch kan het zijn dat een voorganger die zo reageert, tekort schiet in liefde voor de gemeente. Uiteindelijk geeft hij voorrang aan eigen belang. aan eigen populariteit.
Wie een echte voorganger wil zijn, behoort, dat eist het woord al, onvermijdelijk tot de avant-garde. De spanning die hierdoor opgeroepen wordt, is wellicht de zwaarste last van het predikantschap.
De kerk kan, als zij zich hierin traint, een gemeenschap vormen van mensen die zich de gebrekkigheid van eigen inzicht voortdurend bewust blijven en hierdoor de openheid kennen om zich te laten gezeggen. Zo'n gemeenschap zal het kunnen begrijpen. soms zelfs waarderen, wanneer iemand zich juist vanuit zijn verbondenheid tegenover haar opstelt.
Bovendien, niet elke weerstand van de gemeente is dodelijk. Ook voorgangers dienen nuchter te blijven. Een gewiekste paardevlieg weet menige slag te ontwijken.
Verscheidene malen heeft men Jezus ter dood willen brengen zonder dat het lukte."

De vorige maal noemde ik het woord “wetticisme" . Het is in dit verband de moeite waard om door te geven. dat onze jongens en meisjes vaak heel scherp dóór hebben, waarin dat wetticisme in het kerkelijk leven naar voren komt.
Tijdens de bijbelstudieweekends van het C.L.J.C., die vorig jaar werden gehouden en waarbij gesproken werd over de christelijke vrijheid werd. voorafgaande aan de bespreking, aan de deelnemers en deelneemsters o.a. de volgende vraag gesteld: “De uitspraak …dit mag je wel, en dat mag je niet!" als leidraad voor je leven, zou je kunnen toeschrijven aan: a) het wetticisme, b) de leer van de Judaïsten, c) de christelijke leer, d) de leer der Nicolaïten." Van de 74 jongelui vulden 56 a) in.
Uit de beantwoording van andere vragen bleek verder duidelijk, dat de meesten het denken in de geest van “dat mag wel en dat mag niet" zagen als een aantasting van de eigen christelijke verantwoordelijkheid. De christelijke vrijheid betekent. dat we in de door God gegeven ruimte zelf leren beslissingen te nemen. zelf onze verantwoordelijkheid gaan zien. Gewezen werd hierbij o.a., op Romeinen 12. waar gesproken wordt over onze “redelijke eredienst". Door de vernieuwing van ons denken zullen we moeten leren wat goed is en wat niet goed is. Een zwart/wit-stelling kan wel gemakkelijk zijn. maar is bepaald niet bevorderlijk voor het zelf dénken.

Ouderen weten het vaak zo mooi te zeggen, dat we ons niet moeten binden aan tradities, maar durven ze er ook echt door heen te breken?
We zouden het eens kunnen proberen.
De wedkracht van de kerk is bepaald niet bevorderlijk door het gereformeerd wetticisme; de kerkdeuren zijn er niet door platgelopen, Wel hebben velen er het naar-de-kerk-lopen door afgeleerd.
Helaas, want God heeft Zijn kinderen lief. En Hij wil ze er allemaal bijhouden.

'k Ben er haast wel zeker van. dat heel dat wetticistisch gedoe - en o, wat heeft de Here Jezus er tégen gepréékt - velen de kerk heeft doen ontlopen. de kerk heeft doen worden tot een “winkeltje van weinigen' (Mr. H. Schelhaas. De kerk - winkel van weinigen of supermarkt voor velen?). Maar God wil dat Zijn gemeente is een "supermarkt. die voor allen open moet staan". Het Woord van God is immers niet geboeid. dat schrijft Paulus aan Timotheüs. Zullen wij de boeien dan ook maar wegsmijten?
Liefde voor de kerk is goed.
Blinde llefde is echter funest.
God vraagt lévende liefde, geen sleur, geen platgetreden paadjes, geen eigenwijs-
vast-houden-aan.
God vraagt ons hart.
Harten. die openstaan voor Hem.
Die plááts láten voor Hem.
Hij - Christus – wil léven in ons.
Als we Hem de kans geven, vallen er veel zelfgemaakte huisjes in elkaar.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief