Nieuwe oogst
2012-05-26
Verrassend is het niet, wanneer er komende zondag een stukje uit de profetie van Joël wordt gelezen. Negen van de tien keer zal het te horen zijn als een fragment uit de toespraak die Petrus op de allereerste Pinksterdag hield. Hij grijpt op die profeet terug als het over de Geest gaat die aan jong en oud geschonken wordt.- Jaargang 56
- nummer 11
Daarop trad Petrus naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe: ‘U, Joden en inwoners van Jeruzalem, luister naar mijn woorden en neem ze ter harte. Deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt; het is immers pas het derde uur na zonsopgang. Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël: “Aan het einde der tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten.
Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten.
Ja, over al mijn dienaren en dienaressen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten, zodat ze zullen profeteren.
Ik zal wonderen doen verschijnen aan de hemel boven en tekenen geven op de aarde beneden, bloed en vuur en rook.
De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed voordat de grote, stralende dag van de Heer komt.
Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.” (Handelingen 2:14-21)
Verrassend is wel de inhoud van deze profetische woorden. De openingszinnen – ‘aan het einde van de tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten …’ – waren voor de toehoorders in het tempelcomplex waarschijnlijk nog wel te plaatsen.
Want ze waren even eerder immers geconfronteerd met uiterst vreemde verschijnselen van wind en vuur. En ze horen hoe Petrus doorschakelt naar de profeet Joël en dit ongewone van wind en vuur verbindt met de gave van de Geest. Toch gebeurt in die paar zinnen, die Petrus uit de profeet citeert, heel veel. Eerst als het gaat over de Geest, die zich in de volle breedte uitbundig manifesteert. Gevolgd door angstwekkende beelden – bloed, vuur, rookwalm, een verduisterde zon en een maan in bloed – die de boodschap van de apostel maken tot een klemmend getuigenis.
Ramp op ramp
Alleen al in dat profetische fragment, dat Petrus aanhaalt, gaat dus al een wereld open. Maar lees je het hele boekje Joël, dan kom je daarvan nog meer onder de indruk.
Want dit profetenboek begint met het sombere scenario van een oogst waar niets van lijkt te komen. Want eerst was het land kaalgevreten door zwermen van miljoenen sprinkhanen.
Dan denk je al: einde verhaal. De oogst kun je vergeten of God zou wel een groot wonder moeten doen.
Maar het tweede hoofdstuk maakt het nog hopelozer, want na die sprinkhanen trekt er een vijandelijk leger over de akkers.
En de effecten waren toen niet heel veel anders dan nu: een spoor van verwoesting. En wat er rest is een kaalgevreten, vertrapt en leeggeroofd land.
Waarmee de hongerdood dreigt. Of er zou een groot wonder moeten gebeuren.
Een kleed van groen
En dat wonder gebeurt! Bij mensen onmogelijk, maar mogelijk bij God! Want God brengt een keer en geeft een wonderbaarlijke vruchtbaarheid aan het land. ‘Een kleed van groen bedekt de woestijn’, lees je tegen het eind van hoofdstuk Twee. De bomen gaan volop vrucht dragen. Dus toch oogst!
Toch Pinksteren, feest van de eerstelingen. Absoluut onverwacht.
Uitbundige overvloed in plaats van bitter gebrek. Door God gegeven.
Hier zou je een punt kunnen zetten. Eind goed, al goed.
Veel dieper
Maar juist als je denkt dat je alles hebt gehad, komt God met een geschenk, dat daar ver bovenuit gaat en Pinksteren in een nieuw perspectief zet.
Toen de mensen zeiden: wat een wonder, dat we toch nog kunnen oogsten – toen kwam de profeet met een profetie van een oogst, die veel dieper ging. Nog eens Pinksteren, maar tegelijk zo anders.
Het is de boodschap van Gods Geest, die na de dorre aarde het leven van mensen vernieuwt, jong en oud. Zodat ze woorden spreken als van God en Gods grote toekomst mee gaan dromen.
Heel het volk heeft deel aan deze redding. Precies zoals de engelen het later bij de geboorte van Jezus zullen zeggen: het goede nieuws, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen.
Beeldend
Het is een afloop, die je vanuit de eerste twee hoofdstukken van dit profetische boek geen moment zou verwachten. Het lijkt hopeloos, met het zicht op dat kaalgevreten en platgewalste land!
Maar precies met dat beeld zegt Joël iets over mensen die soms nauwelijks de aandacht bij de Here God kunnen houden. Geestelijke armoe en dorheid, die zo van binnen zit. De pijnlijke leegte van uiterlijke godsdienstigheid, waar niets te oogsten is.
Zoals in de opening van Genesis: tahoewabohoe.
Daar breekt God doorheen door de Geest uit te gieten over jong en oud.
Als een begin van de herschepping van mens en wereld, van u en jou.
Een begin van de grote toekomst, waar de Geest van God zo naartoe werkt.
Vol verwachting onderweg
Vanuit de profetie krijg je mee: Pinksteren is het feest dat gevierd wordt tegen een weerbarstige achtergrond. Mensen onderweg naar de grote oogst, waarin de werkelijkheid vaak zo pijnlijk achterblijft bij het grote visioen.
Tegelijk: verwacht veel van de eerstelingen die God geeft in het hier en nu. Ook in 2012! En blijf verwachten, juist als je stuit op geestelijke leegte en dorheid in jezelf of anderen. Geniet elke keer als je door de kracht van Gods Geest iets ontvangt van dat wat komen gaat en verlang naar meer. Het beste komt nog.
Dat is Pinksteren. Onmogelijk bij mensen, maar mogelijk bij God.
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK van Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.