De middagdienst (2)
2012-05-26
Hoe kan het anders? Daarover schrijft ds. Bas Luiten in hetzelfde nummer van De Reformatie (20 april) waaruit ik ook de vorige keer een gedeelte overnam. Er is behoefte, zegt Luiten, aan echte, relevante, inspirerende thema- of leerdiensten. Hij komt met vier voorstellen; de eerste daarvan (Catechismuszondagen clusteren en met een eigentijds thema aan de orde stellen) laat ik rusten. De andere drie zijn: - Jaargang 56
- nummer 11
2. Interactief Leren is een proces van horen, vragen en verwerken. Na onderwijs in de preek over een onderdeel van de leer moet dat onderwijs landen. Dat kan het best door tweerichtingsverkeer: vragen stellen aan en vanuit de gemeente.
Waarom zijn we daar toch zo huiverig voor? ()
Hierin zouden kerkenraden duidelijker leiding moeten geven en niet zo huiverig moeten zijn voor allerlei ‘ergernis’ hierover. Angst is een slechte raadgever en alleen maar voorzichtigheid werkt uiteindelijk verlammend.
Al sinds jaar en dag wordt hier op de generale synode positief en stimulerend over gesproken. Keer op keer is gezegd dat de middagdienst geen kopie moet zijn van de ochtenddienst. Want leren vraagt om interactie, het geleerde moet ook besproken en verwerkt worden.
Daarbij zijn allen ingeschakeld, het gaat om de toerusting van de gemeente. ()
3. Jongerendiensten Naast de vorm van de leerdienst is het denkbaar dat de tweede dienst een speciaal doel krijgt. Er zijn bijvoorbeeld nogal wat jongeren die in toenemende mate van de kerkdiensten vervreemden. Daar is van alles over te zeggen, maar een doeltreffend middel is altijd: betrek hen bij de organisatie en de inhoudelijke voorbereiding! Zo is Willow Creek ooit begonnen. Aan jongeren die steeds minder in de kerk kwamen werd gevraagd: wat zou er moeten gebeuren om jullie er weer bij te krijgen? Nou, niks bijzonders eigenlijk: gewoon meer in hun eigen taal en belevingswereld, ook qua muziek. Ze mochten mee voorbereiden als ze dan ook hun vrienden meenamen, wat ze voorheen nooit deden omdat ze zich voor de kerkdiensten schaamden. Het werd een blijvend succes.
Gelukkig gebeurt dit in onze kerken ook steeds meer. Maar ouderen kunnen zich er ongelukkig bij voelen, net of het dan ‘hun kerk’ niet meer is.
Moeten jongeren dan de dienst uitmaken?
Bungelen de ouderen er maar wat bij? Dat soort argumenten hoor ik soms.
Nee, ouderen hoeven niet achter de jongeren aan te lopen. Dat doen ze ook niet. Hoe je het ook bekijkt, ouderen lopen voorop op de levensweg! ()
Vooropgaan impliceert het omzien naar degenen die volgen: kunnen zij het bijhouden, lukt het hun contact te krijgen en te houden met de kerk van alle tijden? Door het enorme tempo waarin in de samenleving veranderingen hebben plaatsgevonden en door de totaal veranderde manieren van communiceren en contacten onderhouden, is het moeilijker dan ooit om als jong en oud elkaar te verstaan. Maar in de omgang met God is heel veel gelijk gebleven.
Geef dan de jongeren de gelegenheid om dat te ontdekken, maak de afstand niet groter dan die al is, maar betrek ze optimaal in alles, ook in de erediensten! ()
Juist in jongerendiensten zou een interactief karakter een bijzondere functie hebben: dan kunnen we samen horen hoe zij net zo goed als de ouderen de Heer zoeken en van Hem houden. Ook de jongeren hebben de heilige Geest ontvangen, die hen doet zoeken en vragen. Waar kunnen ze dat beter doen dan in het midden van de gemeente?
4. Lage drempel Niet alleen jongeren hebben vrienden.
Wij hebben allemaal collega’s en kennissen die ons na aan het hart liggen, vooral als we bedenken dat er buiten onze Heer Jezus Christus geen weg, geen waarheid en geen leven is. Hoe moeten zij dan behouden worden?
We weten hoe hoog de drempel van de kerk kan zijn voor iemand die van buiten komt. Dus kunnen we de tweede eredienst ook zo inrichten, dat we van tijd tot tijd de drempel bewust wat lager maken. Dat kan door meer uit te leggen, eenvoudige taal te gebruiken en begrijpelijke liederen te zingen. Niet dat het daar om draait, maar het kan helpen. Het belangrijkste zal zijn, dat ten aanzien van het thema goed doordacht wordt hoe niet-christenen daar tegenaan kijken, om daar dan reëel op in te gaan, in het licht van het Woord van God. () Maar hoe moet het dan als een gast een week later terugkomt en in een heel ander soort kerkdienst belandt?
Mij lijkt het niet zo moeilijk om uit te leggen dat er een zekere variatie zit in de tweede diensten. Misschien is het een jongerendienst, of hoort hij een meer pittige preek waarna vragen gesteld kunnen worden. Het zou zomaar kunnen dat hij zich daar heel wat meer bij thuis voelt dan het traditionele kerklid zich kan voorstellen.
Een argument tegen laagdrempelige diensten lijkt het mij allerminst.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.