Een beetje plagiaat (4)
1977-03-04
De vorige keer eindigden we er mee, dat de existentialistische theologen stelden, dat de humanis ten hun tolerantie moesten bewijzen door, tegen eigen' overtuiging in, die nl. de theologie geen eigen plaats en methode toekent naast hun eigen historisch kritische opzet, haar tóch 'n plaats aan de universiteit te gunnen. Dat doet de theologie van haar kant nl. ook! Want principieel houdt ze staande, dat zij alleen de waarheid heeft. Ze heeft geen tegenspeler nodig; gunt hem wèl zijn plaatsje onder de zon. Gebruikt hem zelfs!- Jaargang 21
- nummer 9
De Bijbel mag dan voor die moderne theologen net zo'n profaan en historisch bepaald boek zijn als elk ander boek, en de methode, die ze bij de bestudering toepassen, mag dan als twee druppels water lijken op de historisch critische, die ze geformaliseerd als "correcte filosofie" gebruiken, toch houden die theologen hun eigensoortigheid staande. Theologie is géén filosofie, of het moest zijn een vóór-filosofie. die de filosofen als onfilosofisch afwijzen, waardoor hún filosofie inhoudelijk altijd fout en van onwaarde is. We hebben gezien, dat elke wetenschap aan overtuigingen hangt, overtuigingen van zondige mensen. In die veroordeling van de humanistische filosofie zit dus een goed element; maar kritiek op eigen uitgangspunt blijft evenzeer nodig! Theologie zèlf is geen godsopenbaring!
Door de term "correcte filosofie" zijn we verder gegaan dan loutere litteratuurwetenschap, de filologie. Hier is het stadium bereikt van: wat je nu met het gelezene dóet. Hoe verwerk je het, hoe breng je er systeem in. Dat is filosofie.
U merkt wel, dat de verhouding theologie en filosofie niet je dát is!
Verklaarbaar; want de wijsbegeerte, de filosofie wil de hele werkelijkheid als veld van onderzoek, om daarin de verbanden op te zoeken en het doél. Ze meent gemakkelijk, dat ze daarbij "objectief" te werk gaat en daardoor algemeen geldig is. Maar, vragen we, hoe komt het dan, dat er met hun methode toch zoveel verschillende stelsels zijn? Dat klopt niet erg! Maar we weten ook, dat net als bij elke andere bezigheid, de mens in de wijsbegeerte de eigen levensovertuiging laat meespreken. Je denkt nu eenmaal anders, wanneer je Boeddhist bent, dan wanneer je Marxist zou wezen of Gereformeerd.
Ook de theologie gaat van de grondgedachten van de beoefenaar uit. Een Gereformeerde theoloog, zoals Kuyper, Bavinck, Schilder heeft een ander startpunt en een andere denkweg dan .. de "modernen", die de Bijbel als een (tamelijk) gewoon boek nemen.
Die van geen verbond, dat de HERE met zijn volk sloot, weten willen; die alle wonderen ontkennen en wegwerken.
De waarheid berust dan ook niet bij de theologie! Maar we vinden haar door met een gelovig hart de Schrift te lezen en te aanvaarden.
Daar moeten we onze grondgedachten zoeken. En zo weten we b.v. dat we niet in eigen kracht de volmaaktheid en zondeloosheid bereiken kunnen. Een fata morgana, dat de anderen telkens weer bereikbaar achten.
Zo ver ligt het nog vrij eenvoudig. Wetenschap vanuit Schriftgeloof tegenover wetenschap op eigen voeten, vanuit een afvallig geloof. Maar sinds lang hebben de theologen zich met de kerk vereenzelvigd. Voor hen werd theologie al gauw hetzelfde als geloven. En zo kreeg de kerk, die goed functionerend inderdáád de weg en de waarheid wijst, het juk te dragen, dat de mannen van de "geloofswetenschap" binnen de kerk de toon gingen aangeven, en meenden, dat zij met hun wetenschap de waarheid omtrent het hele leven hadden. Dat dus wat zij poneerden voor ieder moest gelden. Een zelfde pretentie dus als de wijsbegeerte voerde.
Nog zien we, dat de clerus in de wereldraad èn de volgelingen van Marcuse precies weten, hoe het allemaal moet in de wereld. Dat daaruit spanning voortkwam, is wel te begrijpen. Want wie is uiteindelijk nummer één? En hoe?
Ik kom daar straks op terug. Maar daareven heb ik de theologie gekwalificeerd als "geloofswetenschap". Die term geef ik graag voor beter, maar ik gebruik hem om te laten zien, dat de theologie als zodanig niet heel de wereld in al haar facetten tot veld van onderzoek heeft Wanneer we dat bedenken, lijkt de filosofie in de strijd om de eerste plaats een voorsprong te hebben. Heel het wereldbedrijf valt binnen haar horizon. En wel: bekeken vanuit het standpunt van de verschillende filosofen.
De levensvisie van de Christenen omvat ook heel het wereldgebeuren.
En wanneer vanuit hun uitgangspunt de Christenen de orde en verhoudingen in de wereld gaan navorsen volgens wetenschappelijke methode, wat krijgen we dan? Theologie of wijsbegeerte?
Me dunkt het laatste.
Maar dat is voor veel theologen een grote moeilijkheid. Omdat de theologie bij hen de "regina scientiarum" is, de koningin der wetenschappen!
Die positie heeft ze inderdaad gehad; maar als machtspositie. Ik hoef Galileï maar te noemen, die zijn sterrekundige kennis moest verloochenen, omdat ze niet strookte met theologische opvattingen.
Macht in de wetenschap dat is nóg zo!
Op lerarenlijsten van de school van uw kinderen zult U de titel "phil. drs" tegenkomen. Dat is dan iemand, die wiskunde enz. doceert. Een titulatuur die op Middeleeuwse toestanden terug gaat. Theologie, filosofie, rechtswetenschap en medicijnen waren zo de vakken. Maar ineens komen dan de exacte vakken. Het denken in die vakken sloeg nieuwe wegen in, lag bepaald niet in theologische sfeer! Vandaar de naam filosofie. Omdat deze exacte vakken ook hun eigen wereldbeeld meebrachten. Tevens kon haar zo een plaats worden aangewezen.
Want in het theologischwijsgerig denken ....- (U ziet een mengvorm!) ....-dat toen onze cultuur beheerste, behoorde filosofie, met rechten en letteren, met ambacht en handel, met werelds bestuur enz. enz. tot de "natuur", in tegenstelling tot de "bovennatuur" , waarover de theologie gaat.
Deze tweedeling berust op het aanpassen van het denksysteem van de antieke heiden Aristoteles binnen het Christelijk denken.
Aristoteles leerde, dat ieder ding een eigen eindvolkomenheid had, maar daarin weer bouwstof voor iets hogers was. In de reële werkelijkheid was voor hem de stadsstaat het hoogste. Maar idealiter kwam men nog hoger.
Want de hoogste werkelijkheid moest onstoffelijk wezen, dat was het denken, zei hij. Dat bestond alleen voor zich zelf, was alleen met zichzelf bezig; maar trok wel als een soort magneet al het andere naar zich toe. Voor Aristoteles was dat denken zo ongeveer wel het goddelijke, de redegod.
En voor de wetenschap was hij, Artstoteles, het onbetwist eindpunt. Een heiden; Dus bleek, dat de wetenschap een heel eind kon komen zonder de Woordopenbaring.
Maar daardoor was ze toch niet het hoogste. Zoals de staat zijn meerdere moest erkennen in de kerk, en daar dus op aangelegd was, volgens het denkschema, zó had ook de filosofie de kroon nodig van de theologie.
Niet zo, dat de filosofie daardoor in haar opzet werd gecorrigeerd. Maar ze werd beperkt: ze mocht niet heel "het zijn" als haar studie-object nemen.
De theologie wees haar haar plaats: alleen de natuur!
Zo was ze tegeninstantie van de theologie, maar wel op een lagere plaats. Aldus bepaalde de theologie.
Die opdeling in natuur en bovennatuur of genade komen we nog telkens teqen, Daardoor worden hele "terreinen" gemakkelijk aan de tucht van de Schrift onttrokken, als zijnde op hun terrein zelfstandig.
Dat is ook gemakkelijk. Want niemand kan twee heren dienen, filosofie en theologie tegelijk, die beide de pretentie hebben, dat ze de hele werkelijkheid doordenken.
Of de "heren" moeten hetzelfde zeggen.
Dat doen ze veelal niet. Vanuit deze feitelijke toestand verwerpt menig theoloog de mogelijkheid van een Christelijke Wljsbeqeerte.
Daar zit uiteindelijk de oude tweedeling achter. Wie natuur en genade niet als tegenstellingen ziet. kan ook een Christelijke wijsbegeerte aanvaarden. Omdat hij weet, dat zowel het heidense hart als het Christenhart de uitgang is voor dit mensenwerk.
En beiden vatten in hun levensbeschouwing heel de werkelijkheid aan.
Moeten dat dus óók doen, wanneer ze wetenschappelijk systematisch die werkelijkheid benaderen.
Helemaal, met al haar facetten.