Terloops ...
1977-03-11
Aan Marja en zovele anderen - Jaargang 21
- nummer 10
Heer van Uw kerk
Heer van uw kerk, Gij hebt het woord genomen
en zegt ons: laat de kinderen tot Mij [komen.]
want hunner is het koninkrijk.
Hier zijn wij dan: van U is 't jonge leven,
het moet U dankend worden weergegeven
want alles komt uit uwe hand.
Reeds staat Gij klaar en komt ons vriendlijk tegen,
uw liefde vindt ons langs verborgen [wegen,]
eer wij U zoeken zijt Gij daar.
Geef ons uw naam, de oude mens moet sterven,
in U zal hij een nieuw bestaan verwerven
als Gij maar voor hem in wilt staan.
Het water wacht en 't kind ontvangt uw zegen,
Gij spreekt het aan, het heeft een [naam gekregen]
en niemand rukt het uit uw macht.
Uw teken spreekt Gij wilt zijn Heiland wezen,
het is gedoopt, begraven en herrezen
in Vader, Zoon en Heilige Geest.
Uw mild gelaat blijft over 't kind gebogen;
het wordt voor U geboren en getogen,
vervult zijn wegen naar uw raad.
En laat de mond der kindren, die we willen wijden,
eens, zelf ontwaakt, met ons uw , [naam belijden:]
wij leven vast in uw verbond.
Er is gedoopt! Wij allen zijn verbonden,
het voorgeslacht, de ouders, die [hier stonden.]
de ganse kerk in één geloof.
Dit Lied 335 uit het Liedboek voor de kerken geeft op mooie èn troostvolle wijze weer wat de doop aan de kinderen der gemeente inhoudt.
God is de eerste:
Hij heeft het woord genomen, van Hem is het jonge leven, Hij staat al klaar en komt ons tegen.
God is de gever:
Van Hem is het jonge leven, Zijn liefde vindt ons, Hij geeft het kind Zijn zegen.
God is de bewaarder:
Zijn mild gelaat blijft over het kind gebogen en niemand rukt het uit Zijn macht.
God is de vrager:
Hij vraagt de kinderen, die wij Hem Wijden, eens zelf Zijn naam groot te maken.
Er is gedoopt!
En daarin schenkt de Heer van de kerk aan alle gedoopten een stuk verbondenheid, die uitgaat boven de door mensen van de kerk bewerkte verdeeldheid.
En zó is God ook de trooster, gééft Hij troost aan allen die lijden om de verdeeldheid: de ouderen die moegestreden zijn, de jongeren die die verdeeldheid niet áánkunnen.
De ganse kerk in één geloof.
Die eenheid is er in de Heer, nu reeds, zal straks volkomen openbaar worden in de zijnen.