Gods werk onder Indianen en Bosnegers
1977-03-18
- Jaargang 21
- nummer 11
Van de Heer R. de Jong te Paramaribo kreeg ik een knipsel toegezonden uit het blad "De West" in Suriname, waarvan ik de inhoud zo opmerkelijk vind, dat ik het graag ter kennis breng van al de lezers van 'Opbouw'.
Het stond in het nummer van 27 september 1976, onder het opschrift 'Ter overdenking' en was ondertekend door Sprokkelaar (een gepensioneerd onderwijzer en lerend ouderling in de chinese kerk van de Evangelische
Broedergemeente, br. Mastenbroek).
B. Telder
Palumeu 1) tussen Brazilië en Sierra Leone
Drie krantenberichten trokken deze week onze aandacht.
In het Amazonegebied is een Indianenstam zichzelf op doeltreffende wijze aan het uitroeien door systematisch onmiddellijk na de geboorte te doden. De stam is door de openlegging van het gebied in aanraking gekomen met de westerse beschaving en ziet nu geen mogelijkheden meer om volgens eigen levenspatroon te blijven voortbestaan. Binnen afzienbare tijd zal er van dit volk niets meer over zijn.
Het Braziliaanse oerwoud zit vol met soortgelijke drama's.
Tweede bericht.
Sierra Leone werd in 1961 een onafhankelijke republiek aan de Westkust van Afrika. Sedert de onafhankelijkheidsverklaring heeft het land al drie staatsgrepen meegemaakt. twee geslaagde en een mislukte. Het is op dit ogenblik aan z'n vierde president bezig: Siaka Stevens.
Grote delen van het land worden geplaagd door een golf van rituele moorden en mensenoffers.
Een en ander is het gevolg van de opleving van een bepaald soort oude Afrikaanse "koeltoeroe" , waarin velen hun eigen identiteit menen te moeten terug vinden.
In 1973 liet n.b. een minister een moeder met haar baby ritueel offeren!
Dit jaar liet een andere, ontslagen minister een meisje van negen jaar "kopen" en ritueel offeren. De delen van het lijkje werden tot obia's verwerkt om de man z'n verloren ministersbaantje te laten terugkrijgen. Ook kannibalisme grijpt er weer steeds meer om zich heen; niet vanwege de honger, maar vanwege de herleving van de oude religieuze koeltoeroe. Daarbij valt het op, dat meer dan de helft van de deelnemers aan deze misdaden behoort tot de "intelligentsia" van dit land, dat ook lid is van de V.N.
Derde bericht: terwijl u dit leest zijn op de airstrip Palumeu meer dan zeshonderd Indianen bijeen, samen met een kleine groep Bosnegers om vier dagen achtereen de bijbel te bestuderen, onderlinge ervaringen uit te wisselen, te zingen, te bidden en als christenen de eenheid der gelovigen daadwerkelijk te beleven.
Trio's en Wayana's zijn de initiatiefnemers van de conferentie.
die nu al voor het vierde achtereenvolgende jaar gehouden wordt.
Voorts zijn er Wai Wai's uit Guyana, die hier een voettocht van een paar weken voor over hebben gehad en die op vier plaatsen kano's hebben moeten maken om rivieren over te steken. V erder zijn er ook nog Akurio's en Apalais, Het lijkt werkelijk wel een kleine Verenigde Naties, daar in het binnenland. Alle sprekers (hoofdzakelijk Indianen en Bosnegers) worden in vijf talen vertaald.
Per dag worden vijf samenkomsten gehouden, afgewisseld door samenzang (uit speciaal hiervoor samengestelde zestalige liedbundels), bidstonden en, niet te vergeten, gemeenschappelijke maaltijden.
Weken tevoren reeds hebben de Indiaanse vrouwen enorme hoeveelheden cassavebroden gebakken en hebben de mannen bergen wild geschoten en gebarbecot.
Er mag ook wel speciaal vermeld worden, dat alle kosten door de mensen zelf gedragen worden; voeding, gasoline. spijkers, zinkplaten e.d. alles hebben ze zelf betaald.
Het is inderdaad een wonderlijke ervaring een Akurio uit een pot te zien eten met een Wai Wai en een Trio z'n brood te zien delen met een Wayana.
Vijftien jaar geleden zou zoiets onmogelijk geweest zijn en bleef men elkaar in groot wantrouwen zo ver mogelijk uit de buurt. Vijftien jaar geleden zou men deze airstrip alleen maar als slagveld hebben kunnen gebruiken om veten uit te vechten. En nu ...
Hier moet toch wel iets heel bijzonders achter zitten!
Dat bijzondere is, dat zestien jaar geleden een groepje positieve Amerikaanse christenen een zendingsgenootschap stichtte "The Door to Life Gospel Ministeries", met de bedoeling stammen die noq nooit met het evangelie in aanraking geweest waren, te bereiken. Op rationeel niet te verklaren wijze voelde men zich gedrongen, het gebied van de Trio's en de Wayana's als eerste werkterrein te kiezen.
Vijf Amerikaanse echtparen kwamen daartoe naar Suriname en vestigden zich aanvankelijk in tenten tussen de Indianen om hun taal te bestuderen en menselijke contacten te leggen; een levensgevaarlijke zaak.
Later hebben de Indianen verteld dat ze meermalen geprobeerd hebben deze vreemdelingen te doden, maar dat het hun nooit gelukt is.
Intussen deden deze moedige pioniers ontstellende ontdekkingen omtrent de denk- en leefwijze van deze primitieven. Het bleek dat hun leven uit een grote angst bestond, omdat ze omringd meenden te zijn door talloze boze machten, die er alleen maar op uit waren hun leven te vernietigen.
Daardoor bestond hun leven dan ook uit een aaneenschakeling van bezweringen en taboes.
Bijzonder gruwelijk was, dat ongeveer 80% van de pasgeboren kinderen door de moeder werd doodgeslagen of weggegooid. Zodra zich nl. tijdens de zwangerschap of kort na de bevalling iets onaangenaams voordeed, werd dit toegeschreven aan boze geesten, die d.m.v. de baby hun Invloed uitoefenden. Praktisch alle moeders die nu kinderen ouder dan vijftien jaar hebben, hebben vroeger deze praktijken toegepast.
Verleden jaar was er op de conferentie een vrouw, die vertelde dat ze negen van haar eigen kinderen had gedood. Dat was toen een heel gewone zaak. Vandaar dan ook, dat deze stammen steeds op de rand van uitsterven leefden.
Ook het doden van tegenstanders vooral d.m.v. vergif, was een gewone zaak. Een conferentieganger, die in anciënniteit de oudste christen is, vertelde dat hij twee weken voordat de zendelingen zich bij hen kwamen vestigen, nog drie mannen gedood had.
Deze mannen zouden zich als tegenkandidaat van zijn broer bij de kapiteinsverkiezingen hebben kunnen presenteren.
Ook tussen de families onderling bestond de grootste naijver, die er weer oorzaak van was, dat men het grootste deel van z'n tijd en energie verknoeide met het bedenken van afweermiddelen en het beoefenen van zwarte magie.
Tussen deze primitieven vestigden zich de "Door to Life" -pioniers, die zich na een paar jaar associeerden met de hier reeds werkende West Indies Mission (van o.a. Het Goede Boek).
Ze bestudeerden de moeilijke Indianentaal en begonnen ze op schrift te stellen. Ze verleenden waar mogelijk medische hulp en leerden hun vrienden ook lezen en schrijven. De Indianen bleken zeer leergierig te zijn. Ze vertelden hun ook de reden van hun komst: de goede boodschap van de God die hemel en aarde geschapen heeft en die in Christus in mensengedaante tot ons gekomen is om ons uit de macht der demonen te verlossen.
Voor degenen die werkelijk geloofden was dit evangelie een enorme bevrijding. Ze werden (zoals Palumeu ons vandaag bewijst) totaal andere mensen.
Ze doodden hun baby's niet meer, al was de bevalling nog zo moeilijk geweest; ze vervloekten en vergiftigden elkaar niet meer. Integendeel, ze merkten dat ze door hun geloof in een geheel nieuwe gemeenschap waren opgenomen: de gemeenschap van Gods kinderen, waartoe ook andere families en stammen en volken behoren. De wereld begon er ineens heel anders uit te zien, het leven kreeg ineens een heel andere inhoud voor ze. Dat bewijzen de conferenties op Palumeu wel, het resultaat van vijftien jaar bijbels leven en denken. Nu eten Wayana’s en Trio’s uit een potje en zit een Akurio met een kleine Wai Wai op z'n knie. Nu lopen daar jonge vrouwen stralend rond met een baby op de arm en een kleutertje aan de hand.
De vloek van de kindermoord is weggenomen.
Een groepje vrolijke Bosnegergasten uit Albina en Tabiki vertelt nu lachend dat ze vroeger neerzagen op Indianen, maar ook doodsbang voor ze waren. Nu delen ze elkaars brood en binden ze hun hangmatten naast elkaar en zingen ieder in eigen taal op dezelfde melodie tot eer van dezelfde God die ze uit hun van demonieën doortrokken cultuur verlost heeft en ze tot vrije mensen heeft gemaakt. Verloste mensen en daardoor veranderde mensen.
Een merkwaardig ding is ook dit dat deze christenindianen er nu spontaan zelf op uittrekken naar stammen over de Braziliaanse grens, om daar van hun levensverandering te getuigen. Enthousiaste getuigen, die maar niet napraten wat een paar bakra's 2) ze voorgekauwd hebben, maar die door heel hun gedrag en leefwijze laten zien dat het evangelie in hen tot vlees en bloed geworden is.
Als we vandaag Palumeu plaatsen tussen Brazilië en Sierra Leone, dan is er alle reden voor volk en regering van ons land om bijzonder dankbaar te zijn voor wat er gebeurd is en nog gebeurt door de kracht van het evangelie, gebracht door gehoorzame en onbaatzuchtige christenen.
1) Palumeu ligt in Zuid-Suriname.
2) Bakra's zijn blanke Europeanen of Amerikanen