Klein in Bijbels licht

2012-06-09
  • Jaargang 56
  • nummer 12
In Opbouw 10 gaf Pieter Kleingeld een overzicht van de kleine gemeenten binnen ons kerkverband. Bijna de helft valt in die categorie en juist bij kleine gemeenten zie je de grootste krimppercentages. Hij voert dan ook terecht een pleidooi voor nadere bezinning.

Uiteraard mogen we hier ook met nuchtere ‘wereldse’ wijsheid naar kijken.
Ook daar vind je discussies over groot en klein met de bijbehorende na- en voordelen. In de terminologie destijds van de econoom E.F. Schumacher: ‘small is beautiful’, waarmee hij de ongebreidelde groei naar meer en groter begin jaren ’70 ter discussie stelde. Het heeft evident voordelen om op overzichtelijke en menselijke schaal de economie in te richten tegenover de druk en de verleiding om te gaan voor ‘bigger is better’.
Ook op kerken kun je deze benadering toepassen. En dan heeft een kleine overzichtelijke gemeenschap duidelijk voordelen boven een massale. Tegelijk kent een kleine gemeente ook nadelen. Je bent kwetsbaarder, waarbij de zorg voor de jongeren in de regel het zwaarst weegt.
Ook grote gemeenten kennen hun eigen kwetsbaarheden, maar daar zal minder snel het voortbestaan ter discussie komen te staan. Goed om te benoemen en te bespreken. Maar er is meer dan deze ‘wereldse’ wijsheid.
Vanuit het evangelie valt er een eigen licht op onze kleinheid. En het is goed om ook dat licht over ons te laten schijnen.

Gods voorkeur
Het eerste dat ik hier wil noemen is de voorkeur van onze God voor wat klein en zwak is. Zo leren wij Hem de hele Bijbel door kennen. Dat is in de eerste plaats zijn ontfermende liefde. Zoals – om een van de vele voorbeelden te noemen – Psalm 72 het bezingt: Voorwaar, hij zal de arme redden, die om hulp roept, de ellendige, en wie geen helper heeft; hij zal zich ontfermen over de geringe en de arme, hij zal de zielen der armen verlossen. Van druk en geweld zal hij hun leven bevrijden, hun bloed zal kostbaar zijn in zijn oog. Wie in de verdrukking verkeert, mag weten dat hij of zij in Gods bijzondere aandacht staat. Ook als kleine gemeente in je gebrek aan mogelijkheden en in je kwetsbaarheid is het goed om deze Bijbelse waarheid te overdenken. Anders dan de aandacht van de wereld wordt de aandacht van de almachtige God getrokken tot wat geen aanzien heeft of indruk kan maken. Een kleine gemeente mag zich daarin rijk rekenen.

Bruikbaar
Maar het is meer dan dat wie dreigt te bezwijken mag rekenen op Gods hulp. Wat klein en zwak is, is niet alleen voorwerp van zijn ontferming, maar, zo laat de Bijbel keer op keer zien, ziet Hij als bij uitstek bruikbaar voor zijn Koninkrijk. Zo zien we Hem toch telkens te werk gaan?
Voor de start van zijn wereldomvattend reddingswerk begint Hij bij een bejaard echtpaar zonder kinderen.
Bij de tweeling uit Rebecca verkiest Hij de tweede en de zwakkere boven de eerste en de sterkere. Over Israël merkt Mozes in Deuteronomium 7:7 op: Het is niet omdat u talrijker was dan de andere volken dat hij u lief kreeg en uitkoos – u was het kleinste van allemaal!
Deze voorkeur is in het Nieuwe Testament niet anders. Lees de zaligsprekingen – het Koninkrijk der hemel is voor de nederigen en de treurenden – en hoor hoe Jezus zijn kleine kring leerlingen bemoedigt: Vrees niet, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie het Koningkrijk willen schenken (Lucas 12:32).
En Paulus houdt de gemeente in Korinte voor in 1 Korintiërs 1:27v: Maar wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen; wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen. Zo kan geen mens zich tegenover God op iets beroemen.

Oordeel
In dat laatste zit overigens wel een oordeel over ons mensen. Dat wij met al ons kunnen en weten voor God niet bruikbaar zijn voor zijn Koninkrijk, is bepaald geen compliment.
Kennelijk hebben wij de neiging om ons tegenover God te willen beroemen.
De diepgewortelde neiging om ons leven in eigen beheer te willen nemen. En hoe meer wij daarvoor de potentie zelf in huis hebben, des te groter het risico dat deze neiging ons zal beheersen.
Het bouwen van ons eigen Babel zit ons in het bloed. Gods volk heeft zich daaraan meer dan eens schuldig gemaakt.
Babelbouw in de wereld is erg genoeg, Babelbouw in de kerk is meer dan erg en roept om Gods oordelend ingrijpen. Zo lezen we al in de Thora de bedreiging dat als Israël zijn afhankelijkheid van de HERE prijsgeeft en eigen wegen gaat, God daarover met zijn oordeel zal komen en dan slechts nog een rest van het volk zal overlaten (Deuteronomium 4:27v.).
De profeten Jesaja, Jeremia en Ezechiël hebben de boodschap van dit oordeel en de rest die overblijft nader ingevuld (Jesaja 10:20, Jeremia 23:3; Ezechiël 6:8).

Rest
De rest die overblijft, is slechts een schamel overblijfsel. Met alle negatieve en deprimerende gevoelens van dien. Want het maakt verschil of je klein bent en met enthousiasme samen een start maakt, of dat je hebt meegemaakt hoe alles ingestort is en dan met een overblijfsel op de puinhopen zit. Als de droom zich heeft ontpopt als een nachtmerrie, is toch alle hoop en motivatie de bodem ingeslagen. Een nood waar menig kleine gemeente zich ook wel in herkent. Hoeveel schade en verlies is er niet geleden door strijd en kerkscheuringen.
Hoe moeilijk, zelfs onmogelijk is het om dan over je eigen schaduw heen te stappen. Want het zal nooit meer worden wat het ooit was. Bijzonder ontmoedigend.

Nieuwe start
Maar laat nu juist hier de kracht en het wonder van het evangelie zichtbaar mogen worden. Want de rest als oordeel wordt door de profeten verkondigd als de rest van Gods genade met toch weer toekomst en leven.
Ja, juist als kleine rest mag men zich weer in Gods bijzondere aandacht en Gods bijzondere voornemen opgenomen weten. Is dat niet uitermate bemoedigend: ook de kleinheid die het gevolg is van Gods oordeel over onze fouten, mag in het licht van het evangelie niet alleen een nieuwe start beleven, maar heeft juist Gods bijzondere voorkeur. Waar de zonde met alle schade en schande over alle grenzen is heen gekomen, juist daar wil Gods zijn genade des te meer laten overvloeien.

Bemoediging
Laat het vooral een bemoediging mogen zijn voor kleine gemeenten die tobben met hun kleine capaciteiten en die misschien met jaloerse blikken of met een besef van falen kijken naar de soms verbluffende resultaten van andere kerken. Als kleine gemeente mogen ook zij er zijn, ook als er geen wonderbare groei komt of zelfs wanneer de krimp doorzet. Juist als kleine gemeente zijn zij voorwerp van Gods ontferming en bruikbaar voor Gods rijk.
Het geheim van die bruikbaarheid begint met het besef dat de glimlach van de Vader op je rust in je kleinheid en niet pas als er aanzienlijke groei is behaald. Zo geeft het te denken dat slechts twee van de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3 waardering zonder kritiek van de Heer ontvangen en dat beide gemeenten zwak en verdrukt zijn.

Verwachting
Lopen we zo niet het gevaar om het kleine te verheerlijken en ons onder vrome voorwendselen te verzoenen met kleinheid en zelfs krimp? Dat gevaar is reëel. Kleinheid is geen kenmerk van het ware, evenmin als getalsmatige groei dat is. Het geheim is dat we onder de glimlach van de Heer alles voor mogelijk houden. Dan staan we ervoor open en zoeken we kansen dat de Heer velen aan de gemeente zal toevoegen. Maar we staan evenzeer open voor zijn keuze om ons als kleine gemeente op een andere wijze vruchtbaar te maken voor zijn Koninkrijk in deze wereld.
Dat mag ons behoeden voor een ‘de druiven zijn zuur’-mentaliteit of voor een geest van onvrede en frustratie.
Maar het mag ons ook behoeden voor de gesel van de kerkgroeiprofeten.
De heilzame wijsheid van Psalm 25:5 die ons doet zeggen: want u bent de God die mij redt, op u blijf ik hopen, elke dag weer. De les van de kleine kerk om elke verwachting in Gods hand te leggen.

Luthers appelboompje
Misschien is dat wel het kenmerk van Christus’ gemeente dat zij elke dag uitziet naar haar Heer. In dat perspectief wordt groot en klein, groei en krimp volstrekt gerelativeerd en krijgen we hart en handen vrij om op te pakken wat de Heer vandaag op onze weg brengt. Ook dit ter bemoediging voor zo’n kleine gemeente waarvan men met enig cynisme opmerkt dat je kunt uitrekenen wanneer deze gemeente ophoudt te bestaan. Zo’n opmerking is een aanranding van het gelovig verwachten. Met een variatie op wat Jezus zei in Johannes 21:12: het is niet onze zaak of een gemeente blijft tot de jongste dag; het is onze zaak Hem te volgen. En zelfs als je naar de mens gesproken het einde van een gemeente kunt berekenen, is er geen enkele reden om niet vandaag als gemeente dat met geloof hoop en liefde te doen wat de Heer vandaag op je weg brengt. Veracht de dag der kleine dingen niet (Zacharia 4:10, NBG’51).
Zoals Luther vandaag zijn appelboompje zou planten, zelfs als hij wist dat morgen de Heer terugkomt.
Onderschat niet de geestelijke zegen die van een kleine gemeente met deze verwachting uitgaat en die langs Gods wegen wellicht mag meewerken aan groei op een andere plek. Om dan Paulus na te zeggen: daarin verblijd ik mij en zal ik mij verblijden! (Filippenzen 1:18).

Ds. Ton Vos is predikant van de NGK Assen en lid van de redactie van Opbouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief