De kerkelijke verdeeldheid
1977-03-25
Beste Marja,- Jaargang 21
- nummer 12
Je hebt wel begrepen dat het vorige artikeltje in deze rubriek verband hield met het gesprek, dat we bij ons thuis hadden tijdens de reünie van de jongelui, die vorige jaar het bijbelstudieweekend te Schoonloo meemaakten.
Je maakte een opmerking over de kerkelijke verdeeldheid en liet duidelijk merken, dat je met die verdeeldheid moeite hebt. Je bent vooral bedroefd over de felheid, waarmee sommige "binnenverbanders" je tegemoet treden, over de dingen die ze zeggen. En je zegt terecht, dat de Here Jezus het zö toch niet heeft gewild. Je wilt er iets aan doen.
maar je weet niet wat.
'k Wil wel eerlijk zeggen dat ik het eigenlijk ook niet weet. Ik kan wel met allerlei cliché-verhalen gaan gooien, maar daar heb je niet zoveel aan. Eén ding staat wel voor me vast: We moeten niet proberen te wennen aan de verdeeldheid onder hen die in Jezus Christus geloven. We moeten het vooral niet gewoon gaan vinden, dat zoveel kinderen van de Heiland gescheiden optrekken, gescheiden aan het Avondmaal Zijn dood gedenken. We kunnen ons er hoogstens in onmacht bij neerleggen, daarbij gelovend dat de Heer Zelf machtiger is dan wij. Je onmacht tegenover God erkennen is geen schande; áls je het doet, voel je je des te meer afhankelijk van Hem.
Ik wil er graag nog iets meer van zeggen.
Ik las deze week een boekje van B. W. Wilmink, dat onder de titel "Jeugd en oecumene" werd uitgegeven bij J. Boersma B.V. te Enschede. Ds H. Scholte te Rotterdam (“binnen verband") schreef er een voorwoord bij. Ik heb dit boekje met enige verbijstering gelezen.
De inhoud was niet nieuw voor me, want het drong weer opnieuw tot me door, hoe op volkomen on-Schriftuurlijke wijze de verdeeldheid onder de gelovigen wordt goed gepraat, nog wel met een beroep op de woorden van de Here Jezus. In Lukas 12: 51 en 52 lezen we, dat de Heiland zegt: "Meent gij, dat Ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen? Neen, zeg Ik u, veeleer verdeeldheid.
Want van nu aan zuilen vijf in één huis verdeeld zijn, drie tegen twee, twee tegen drie." Dit beroep op de bijbel gaat echter niet op, omdat de Heiland deze woorden duidelijk in verband brengt met het dienen of niet dienen van Hem. Zijn komst in de wereld brengt verdeeldheid: er zijn mensen die voor Hem zijn en die tegen Hem zijn (zie ook Matth. 10 : 32 e.v.) . Een bij de jongeren levende klacht over de verdeeldheid tussen gelovigen afwijzen met een beroep op déze woorden van de Here Jezus is erg. Want de Heiland heeft het hier niet over verdeeldheid tussen gelovigen, maar tussen 'gelovigen en ongelovigen.
Wie zó over de verdeeldheid van de gelovigen denkt, zal moeilijk een stap kunnen doen om breuken te helen. God wil de verdeeldheid immers?
Maar het is gelukkig niet waar. Zou de Heiland verdeeldheid willen tussen gelovigen die straks op de nieuwe aarde aan één avondmaalstafel zullen zitten.
Dán zou Zijn bidden in Johannes 17 één grote léugen zijn.
Het vers dat ik de vorige keer doorgaf, zegt o.a.: Wij allen zijn verbonden in één geloof.
Wij allen zijn als gedoopten verbonden in Hem, door Wie de doop betekenis heeft. Een schraal overblijfsel van deze verbondenheid is de erkenning van de doop die bediend wordt in gemeenten van andere kerkverbanden.
Een schraal overblijfsel.
Want samen verbonden zijn in Hem is méér dan een formele doopserkenning.
Samen verbonden zijn in de doop, is samen verbonden zijn in het reddend werk van de Heiland.
Ik weet het, het klinkt mooi, want je ziet er zo weinig van.
Je zit er mee.
Met die verdeeldheid.
Met de hardheid van Gods kinderen.
Met al die zware woorden die over je hoofd gaan.
Met die gescheurde kerken, die onmachtig zijn en steeds onmachtiger worden om het evangelie uit te dragen in de wereld.
Je zit er mee en je vraagt je af wat je er aan doen kunt.
Ik wil je niet teleurstellen, maar je kunt er niet zo veel aan doen. Want de satanische macht áchter die verscheurdheid is groot.
Maar je kunt het laten zien aan anderen, dat je maar niet een afgedwaald schaap bent, dat je maar niet behoort tot een gemeente die bet niet zo nauw neemt - waar haalt men overigens de moed en de leugen vandaan om het te beweren! - omdat je behoort tot een gemeente die bekend staat als "buiten verband".
Je kunt het laten zien!
In je leven van elke dag.
In je werk.
In je gesprekken met hen die zo fel kunnen zijn.
En bid vooral voor hen die jou geweld aandoen, die kwaad van je spreken.
Laat iets van Gods barmhartigheid, die is doorgebroken in jouw leven, zien aan anderen.
En blijf het geloven, dat boven onze onmacht om breuken te helen er een God is Die nu al bezig is om de éne avondmaalstafel in gereedheid te brengen.
Dán zal het werkelijk blijken dat alle gelovigen verbonden zijn in Hem.
Dan maar één Woord, één brood, één wijn.
Dan tot allen hetzelfde woord uit één mond. Ik wil maaltijd met u houden.
Marja, ik weet niet of deze brief je iets verder heeft gebracht.
Misschien!
Zelfs in onze onmacht kunnen we elkaar toch wel eens helpen.
Met hartelijke groet.
Je P. C. van Wijk