Herinneringen aan Prof. Schilder
1977-04-01
Het is vandaag 23 maart 1977. Op de dag af vijf en twintig jaar geleden dat prof. Schilder in Jezus ontsliep. En ik kan niet nalaten iets over hem te schrijven. Er gaat geen week voorbij of hij komt in mijn gedachten, duikt een of andere herinnering aan hem in mij op. En voorts: ik ben nog één van de zeer weinigen die hem van het begin van zijn publieke optreden af hebben meegemaakt, en meer dan een kwart eeuw een vriend van hem ben geweest.- Jaargang 21
- nummer 13
Ik herinner me nog als de dag van gisteren dat ik voor 't eerst met de toen mij persoonlijk geheel onbekende Schilder, kennis maakte.
Dat was in oktober 1920. Ik was destijds een achttienjarige onderwijzer en stond in Spakenburg voor een klas van 52 vertegenwoordigers van de lieve jeugd van dat goede dorp.
Op 1 oktober van dat jaar was het eerste nummer van "De Reformatie" verschenen.
In de ook voor de Gereformeerde Kerken toen turbulente naoorlogs-tijd was dat blad "een nieuwe lente en een “nieuw geluid".
Later, toen ik de jeugdpublicaties van Schilder verzamelde met het oog op de uitgave ervan in de vier deeltjes "Om Woord en Kerk" kwam ik aan de weet dat Schilder destijds de verschijning van dat blad met groot enthousiasme had begroet. Het artikel waarin hij erover schreef begint met de woorden: ""Eindelijk eens een daad" zou men ook hier willen zeggen.
Die uitroep opende de inleiding van een brochure van de heer Baas (verschenen bij de heer Kok te Kampen), waarin hij de jonge arbeider zoekt te behouden voor het oude geloof. En hij past ook, meteen heel groot uitroepteken er achter, bij de verschijning van het nieuwe " Weekblad tot ontwikkeling van het Gereformeerde leven, dat onder de titel "De Reformatie" wordt uitgegeven bij de firma Oesterbeen & Ie Cointre te Goes ...
Ik kan niet zeggen, hoe dankbaar ik ben voor dit blad ... Het zoekt allen, die de tijd kennen of willen kennen; die verstaan hebben, dat het oude geloof door duizenden afgezworen wordt, mede, omdat de kerk verzuimde, haar dagboek bij te houden." 1) Op "De Reformatie" had ik mij, ondanks mijn maandsalaris van 76 gulden - waarvan f 60,- "kostgeld" afging! - direct geabonneerd. En ik spelde die krant van a tot z.
Welnu, in een paar van die eerste nummers schreef de, zoals ik zei, mij toen geheel onbekende Schilder, een paar hoofdartikelen met als titel "Oud en Jong in vroeger eeuw."
De redakteur plaatste er als noot onder: "Het voornemen bestaat bij de Redactie, binnenkort een serie artikelen te plaatsen over "De beweging der Jongeren" (zo'n beweging was er in die tijd in de Geref. Kerken, ze was voor een deel noq al wat georiënteerd op de ethische theologie - C.V.) Dit artikel moge als inleiding dienen."
Het artikel van Schilder fascineerde mij hevig.
Je zou kunnen zeggen: er sprong een vonk van over naar mijn hàrt. Dat kwam ook door de taa1! Wat was die anders, totaal anders dan die van de toenmalige kerkelijke pers. Levendig, sprankelend, raak, vol beeldende kracht. Maar meer nog boeide mij de inhoud. In dat artikel besprak Schilder de bekende profetie uit Zacharia 7, waarin het gaat over helt gezantschap dat uit Bethel naar Jeruzalem gezonden werd om aan de priesters en aan de profeten te vragen of men moest blijven vasten op de verschillende dagen waarop de katastrofe van de belegering en de inneming van Jeruzalem door koning Nebukadnezar, die het einde betekende van Juda als zelfstandige staat, herdacht werden - of dat men feest moest vieren over de terugkeer in het beloofde land. De analyse die Schilder van dit gebeuren gaf was voor mij veel meer dan een knappe exegetische studie.
Zij was voor mij een onthulling van wat ware religie is!
Dit was een eerste kennismaking met Schilder en sindsdien heb ik gelezen - en bewaard!
- zo ongeveer alles wat ik van hem te pakken kon krijgen.
Maar er gebeurde in Spakenburg nog wat dat voor mijn contact met Schilder van beslissende betekenis is geworden.
In het voorjaar van 1921 werd namelijk ds J. de Waard predikant in Spakenburg: Hij was, zoals ik al heel gauw hoorde, de boezemvriend van Schilder. De Waard weid door Schilder op 24 april 1921 "in het ambt bevestigd".
Schilder had als intreetekst gekozen Openb. 11 : 6-11, een fragment uit het visioen van de twee getuigen. Ik kan mij de concrete inhoud van die preek niet meer in details herinneren. Maar dit weet ik nog wel dat Ik met verbijstering, om niet te zeggen ontzetting, geluisterd heb naar die machtige preek, ze had ik nog nooit horen preken over de demonische verzoeking voor en de strijd en het lijden van de kerk in deze wereld en over de ontzaglijke ernst en kracht van de prediking! Later zou ik dit alles herkennen in het bij de dag meer actueel wordende boek van Schilder: "De Openbaring aan Johannes en het sociale leven." van ds De Waard, die mijn goede vriend werd, hoorde ik veel over Schilder. Iets daarvan heeft hij bij het overlijden van Schilder gepubliceerd. Ik zal daarvan nu letterlijk iets citeren.
"Op de 6e september 1903 maakte ik voor het eerst kennis met Schilder. Och nee, een echte kennismaking was het niet. Op de 6e september plaagde ik hem. Op 2 september was de cursus begonnen. 't Was bij de rector dr Kapteijn in huis. (Daar had de moeder van De Waard. haar zoon "in de kost" gedaan – C.V.) Mijn werkkamer was van de studeerkamer gescheiden door een dubbel stel gordijnen. Op een ogenblik hoor ik gepraat, een zware basstem en een jongensstem. En door de gordijnen loerend zie ik over de rug van de rector heen aan de overkant van het schrijfbureau een bleek tenger jongetje zitten.
Hij weid geëxamineerd door de rector in Nederlandse taal, rekenen, geschiedenis enz. En toen zocht ik hem van zijn stuk te brengen door gezichten tegen hem te trekken.
Maar 't hinderde hem weinig, hij gaf resoluut antwoorden."
En dan vertelt De Waard hoe Schilder op het gymnasium kwam en was.
Op de lagere school werd hij door "meester De Waal", een zeer bekend schoolhoofd in de toenmalige Kamper wereld, "ontdekt". Hij was de schoonvader van de bekende uitgever J. H. Kok. ......-De Waal vond het zonde en jammer dat die uliterst begaafde leerling van hem op een kantoorkruk zou terechtkomen.
Schilder was in zeer sobere, om niet te zeggen armelijke, omstandigheden opgegroeid.
Zijn vader had hij nauwelijks gekend en zijn moeder moest met hard werken de kost verdienen voor zich en haar vier kinderen.
De Waal wist enkele mensen voor de jonge Schilder te interesseren - o.a. dr A. Noordtzij, de latere professor - en zo werd het Klaas Schilder mogelijk gemaakt naar het Kamper gymnasium te gaan.
De eerste jaren waren voor hem erg moeilijk.
Het was indie tijd ook was voor een arme arbeidersjongen uit de "Houtwijk" iedere Kampenaar kent dat straatje - om leerling van zo'n deftig instituut als een gymnasiurn te zijn!
Op 7 september, zo vertelt De Waard verder, kwam Schilder als een bleek, tenger, timide jongetje in de klas. Hij kwam als nieuweling.
Want de nieuwe, kleine, klas was al een beetje op elkaar ingeschoten. "De jeugd is vaak hard." Schilder drong zich niet op. En de klasgenoten lieten hem veel alleen staan. In de pauzes tussen de lesuren als de jongens op de binnenplaats van het oude gebouw aan het ravotten waren stond Schilder veel alleen en staarde wat in de lucht. "Hij zei zijn lessen op - goed - hij ging, hij leerde zijn lessen, hij was braaf. Soms was hij aanwezig afwezig, net of hij in een droomtoestand leefde. Zijn wiskundeknobbel moest nog tot ontwikkeling komen. Op mijn rapport over 1904-1905, van de tweede naar de derde klas dus, zie ik geschreven: Schilder ...herexamen meetkunde. Maar op zijn eind-examen haalde hij voor meetkunde een 10, evenals tienen voor de meeste vakken."
In de eerste jaren van zijn gymnasiumtijd gebeurde er evenwel nog wat dat èn voor Schilder èn voor De Waard van grote betekenis is geworden.
Rector dr Kapteijn wás blijkbaar een man met hart voor zijn leerlingen. Hij wist hoe de situatie was in het gezin Schilder. De moeder moest in het onderhoud daarvan voorzien o.a. door het "doen van de was" voor de meer gegoeden. Dr Kapteijn maakte daar ...om tegen een Sint-Nicolaas een pakje voor Klaas Schilder en droeg Jaap de Waard op het naar diens huis te brengen met de opdracht te zorgen dat niemand zag wie het bracht en van wie het kwam. Op een of andere manier had Schilder toch gezien dat Jaap de Waard het bij de deur had neergelegd.
Lange tijd heeft hij gedacht dat het ook een cadeau van hèm was! En dat heeft op Schilder een enorm diepe en onuitwisbare indruk gemaakt. Alleen wie hem goed gekend hebben kunnen beseffen wat dat voor Schilder heeft betekend! Jaap de Waard werd zijn vriend en - al heel gauw - werd Schilder ook de vriend van Jaap de Waard.
Volkomen naar waarheid kon ds De Waard bij het heengaan van Schilder schrijven: "Wij zijn naar elkaar toe geschoven in de hoogste klassen van 't gymnasium, we hebben elkaar gevonden als student, Onze vriendschap was hoger dan gewone vriendschap en is dat gebleven tot zondag 23 maart 1952. We zagen elkaar soms in lange tijd niet, maar waren zo blij elkaars stem te horen al was 't maar alleen door de telefoon. We begrepen elkaar tot in de diepste roerselen."
Wie van nabij heeft meegemaakt hoe deze twee met elkaar omgingen weet dat wat De W aard schreef volkomen waar is. De Waard en Schilder waren in de voile zin van het woord "boezemvrienden." 2)
In de vierde klas van het gymnasium kwam, aldus De Waard, voor Schilder "het grote ontwaken." "Hij werd anders, in alles anders.
Hij ging schreeuwen, hij werd brutaal soms. Hij ging zingen, al had hij geen stem.
Hij ging dichten op een meisje al had hij geen meisje. Hij ging dichten, eerst in 't Nederlands, dan in het Duits, Latijn, Grieks. Het geniale brak door. Hij ging schrijven in onze klaskrant met Van Zuylen en Rispens. Hij speelde mee in de muziekclub T.A.C.M.LA. onder leiding van Jut (dr Gunning). Zijn stemmingen leefde hij uit op het orgel in de Burgwalkerk, nu eens Himmelhoch jauchzend, dan weer zum Tode betrübt. En hij was trouwen eerlijk in alles. En hij bleef dat. Hij was trouw aan zijn moeder. Zijn jeugd was hard, omdat zijn moeder weduwe was, een weduwe met eergevoel. Zij werkte bij dag en nacht voor haar kinderen. Wanneer we 'n gezellige avon'd hadden, als gymnasiasten, of club of corpsvergadering als studenten, dan ging hij vaak halverwege weg, want hij wilde niet, dat zijn moeder zich zou overwerken voor hem, dan stond hij nog een paar uur aan de mangel te draaien, en daarvoor schaamde hij zich niet - en wij waardeerden dat in hem. Hij was trouw aan zijn klasgenoten.
Nooit klopte je tevergeefs bij hem aan, als je zat met een moeilijke Griekse of Latijnse constructie of een zwaar wiskundevraagstuk, altijd vriendelijk en welwillend."
Dit alles hoorde ik in Spakenburg van Jaap de Waard. En later las ik dat van hem.
In Spakenburg heb ik ook Schilder persoonlijk leren kennen. En hem een rede horen houden over een thema dat hem altijd is blijven boeien: De wonderen van de Antichrist: het laatste fragment van de wereldgeschiedenis, een wondervol tijdvak voor het rijk van Satan, een wonderloos tijdvak voor de kerk!
1) Er is aan de verschijning van "De Reformatie"
enorm veel voorafgegaan. Het initiatief ervoor kwam van ... dr Van der Vaart Smit. Het heeft heel veel pijn gekost eer dit schip in de vaart kwam, In mijn bezit is een uitvoerig verhaal over de voorgeschiedenis en de geschiedenis van "De Reformatie" tot op het moment dat Schilder er de hoofdredacteur van werd.
Het is geschreven door de heer Smdt die destijds directeur van de fa. Oesterbaan en le Cointre was. Het is nog niet voor publicatie bestemd. Wat tot dusver over de geschiedenis van "De Reformatie" geschreven is is van weinig waarde.
2) De Waard had brieven van Schilder, maar deze waren van zo intieme aard dat hij ze niemand liet lezen en niet lang voor zijn dood heeft vernietigd