PAAS-DRIELUIK
1977-04-08
MARKUS- Jaargang 21
- nummer 14
Het graf
En toen de sabbat voorbij was. kochten Maria van Magdala en Maria (de moeder) van Jacobus en Salome specerijen om Hem te gaan zalven. En zeer vroeg op de eerste dag der week gingen zij naar het graf, toen de zon opging.
De steen
En zij zeiden tot elkander: Wie zal ons de steen afwentelen van de ingang van het graf?
En toen zij opzagen, aanschouwden zij, dat de steen afgewenteld was; want hij was zeer groot.
De engel
En toen zij in het graf gegaan waren. zagen zij een jongeling zitten aan de rechterzijde.
bekleed met een wit gewaad, en ontsteltenis beving haar. Hij zeide tot haar: Weest niet ontsteld. Jezus zoekt gij, de Nazarener, de gekruisigde.
De boodschap
Hij is opgewekt, Hij is hier niet; zie de plaats, waar zij Hem gelegd hadden. Maar gaat heen, zegt zijn discipelen en Petrus. dat Hij u voorgaat naar Galilea; daar zult gij Hem zien, gelijk Hij u gezegd heeft.
De terugkeer
En zij gingen naar buiten en vluchtten van het graf, want siddering en ontzetting hadden haar bevangen. En zij zeiden niemand iets, want zij waren bevreesd.
Een dode
Jezus - daar zijn de vrouwen vol van: zijn lichaam moet gebalsemd worden en het graf is gesloten!
Consternatie als ze een jongeman in het graf zien zitten, die haar herinnert aan de al te optimistische discipel: 'Al zouden allen aanstoot aan U nemen, ik zeker niet!' In paniek vluchten de vrouwen weg.
houden haar mondje dicht. Bange, zwijgende vriendinnen
MATTHEUS
Laat na de sabbat, tegen het aanbreken van de eerste dag der week, ging Maria van Magdala en de andere Maria het graf bezien.
En zie, er kwam een grote aardbeving. want een engel des Heren daalde uit de hemel neder en kwam nader, en hij wentelde de steen weg en zette zich daarop. Zijn uiterlijk was als een bliksem en zijn kleding wit als sneeuw.
En de bewakers werden door vrees voor hem bevangen en zij werden als doden. Doch de engel antwoordde en zeide tot de vrouwen: Weest gij niet bevreesd; want Ik weet, dat gij Jezus zoekt, de gekruisigde.
Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, gelijk Hij gezegd heeft; komt, ziet de plaats, waar Hij gelegen heeft. En gaat terstond op weg en zegt zijn discipelen, dat Hij is opgewekt uit de doden. En zie, Hij gaat u voor naar Galilea: daar zult gij Hem zien. Zie, ik heb het u gezegd.
En zij gingen terstond weg van het graf, met vrees en grote blijdschap en liepen haastig voort om het zijn discipelen te berichten. En zie. Jezus kwam haar tegemoet en zeide: Weest gegroet. Zij naderden Hem en grepen zijn voeten en zij aanbaden Hem. Toen zeide Jezus tot haar: Weest niet bevreesd.
Gaat heen en bericht mijn broeders, dat zij naar Galilea gaan. en daar zullen zij Mij zien.
Het graf van Jezus - dat gaan de vrouwen bezien: maar ze krijgen een aardbeving te zien, een lege grafplaats, een vervulde belofte, een levende Jezus!
De soldaten schrikken zich dood, als hemel en aarde gaan bewegen. Maar de vrouwen gaan blij op weg om het de discipelen te vertellen. Op die weg komen ze Jezus tegen en aanbidden Hem, de dood gewaande maar levende Vriend.
Blijde, aanbiddende vriendinnen.
LUKAS
En op de sabbat rustten zij naar het gebod, maar op de eerste dag der week gingen zij reeds vroeg in de morgenstond met de specerijen, die zij gereed gemaakt hadden, naar het graf.
Zij vonden de steen van het graf gewenteld,
en toen zij er in gegaan waren, vonden zij het lichaam van de Here Jezus niet. En het geschiedde, terwijl zij daarover in verlegenheid waren, dat, zie, twee mannen in een blinkend gewaad bij haar stonden. En toen zij zeer verschrikt werden en haar aangezicht ter aarde neigden, zeiden dezen tot haar: Wat zoekt gij de levende bij de doden?
Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt. Herinnert u, hoe Hij, toen Hij nog in Galilea was. tot u gesproken heeft, zeggend, dat de Zoon des mensen moest overgeleverd worden in de handen van zondige mensen en gekruisigd worden en ten derden dage opstaan. En zij herinnerden zich zijn woorden, en teruggekeerd van het graf, boodschapten zij dit alles aan de elven en aan al de anderen.
Dit waren dan Maria van Magdala, en Johanna, en Maria (de moeder) van Jacobus.
Haar liefde voor Jezus maakt de vrouwen dom: Jezus leeft toch?
Ze herinneren zich zijn woorden en dat maakt getrouwe getuigenvan haar.
In het paradijs herinnerde de vrouw zich niet, op het paasfeest herinneren de vrouwen zich wel.
Toen reikte de vrouw de man de dood, nu reiken de vrouwen de mannen het leven. Liefhebbende, getuigende vriendinnen. ..