Jerusalem, mijn vaderstad!
1977-04-08
- Jaargang 21
- nummer 14
Vrienden maakten mij attent op lied 265 uit het Liedboek voor de Kerken. Dat is een zestiende eeuws Engels lied, herdicht door ds W. Barnard, de bekende predikant uit Rozendaal bij Velp; als dichter bekend onder de naam Guillaume van der Graft. De melodie is die van een simpel Engels volkslied, in de zeskwartsmaat. De tekst is allerminst simpel. De tekst is zo aangrijpend, dat u hem ook moet lezen.
Al lezende volgen wel wat opmerkingen. Om u te dienen. Daarbij hoop Ik aan te tonen, hoe zeer dit lied verbonden is aan de Schrift.
Want dit gelukkige verschijnsel komt in het Liedboek heel dikwijls voor: dat de gegevens uit de Bijbel letterlijk en historisch en als uit Gods hand aanvaard worden. Deze opmerking gaat vooraf. ten overstaan van die broeders en zusters, die met het Liedboek voor de Kerken nog niet zo vertrouwd zijn.
Telkens zullen de coupletten worden onderbroken door enig commentaar.
Laat het u niet verdrieten. De voetnoten geven de bijbelplaatsen aan. De ene lezer eist bronvermelding - de andere legt een artikel terzijde als het doorspekt is met verwijzingen. Daarom dit compromis. 1) En nu volgen de eerste 3 coupletten.
Jeruselem, mijn vaderstad, mijn moederhuis, wanneer zal ik u zien zoals ge zijt, de bruid van onze Heer? - Daar is geen pijn en geen verdriet, geen afgunst en geen nijd, en angst en armoe zijn er niet maar altijd vrolijkheid. - Daar is geen zon, daar is geen maan, geen mist, geen duisternis, maar 't licht komt van de troon vandaan waar de Messias is.
In Jerusalem staat het "huis Mijns Vaders" met zijn vele woningen. 2) En aangezien vader nooit alleen woont is dat huis ook "mijn moederhuis".
Want Jerusalem, zegt Paulus, is ons aller moeder. 3) De bruid is de vrouw van het Lam, 4) voor Hem versierd. 5) Zo is Jerusalem de stad van ons hart waar onze schat is daar is ons hart. 6) Daar zal geen rouw meer zijn, geen moeite, geen verdriet. 7) God zal alle tranen afwissen. 8) Zon en maan zijn niet meer nodig, want de heerlijkheid Gods verlicht Jerusalem.9) En er heerst een vreugde, zoals geen oog gezien en geen oor gehoord heelt.10) Er zal ook geen nacht zijn. 11)
En zeker is geen ziekte daar geen ongeluk, geen dood, geen boze duivel, geen geváar en geen gebrek aan brood. - God geve mij, Jerusalem, dat ik eens op een dag een pelgrim aan uw poorten ben en dat ik binnen mag.
Zij zullen niet hongeren of dorsten. 12) Niemand zal zeggen: ik ben ziek. 13) Maar niemand die gruwelen doet zal binnengaan. 14) Geen vervloeking zal er zijn.15) Wel plaats voor zachtmoedigen, nederigen, pelgrims. De verloren zoon was een pelgrim, een zwerver, een trekker; zijn wij allen geen verloren zonen? 16)
Daar zijn de muren transparant, de deuren parelmoer, de sterke plaatsen diamant, zilver en goud de vloer. - De huizen zijn er van ivoor met vensters van kristal, 0 mocht ik maar die deuren door, dan wist ik alles al! - De heiligen staan in het licht en kijken honderd uit van aangezicht tot aangezicht met God en met zijn bruid.
De fonkeling van kristal, de fundamenten met edelstenen en de straten van goud vindt u in de Openbaring. 17) De heiligen mogen Gods aangezicht zien. 18) Ze zullen hun ogen uitkijken. Want God is hun licht. 19)
Jerusalem, die grote stad, mijn God was ik er maar op 't vrolijk heilig huwelijk een van de gasten daar. - Want hier is alles zo vermengd met gal en bitterheid, geluk wordt altijd weer gekrenkt, hoe nijpen schuld en spijt!
Wie zou niet graag genodigd zijn tot de bruiloft des Lams? 20) "Op aarde was, als ijdel glas, uw blijdschap licht om schenden; maar eenmaal kan de vreugde van de bruiloft nimmer enden", zong Gezelle.
En "die grote stad" vindt u gebruikt voor Nineveh: ook vertaald met "stad Gods".
Maar daar is leven een en al verrukking en plezier en duizend jaren zijn er als de dag van gistren hier. - De stroom des levens vloeit maar aan, de straten in en uit, waarlangs de hoge bomen staan, het groene levenskruid. - En engelen zitten op een rij als vogels in een boom, de vreugde gaat er nooit voorbij, het is als in een droom.
Duizend jaren zijn bij de Heer als een dag, zei Petrus; als de dag van gisteren, zei Mozes21) Het water des levens vloeit uit Gods troon, besproeit de bomen, die elke maand hun vruchten geven met geneeskrachtige bladeren. 22) (Zie ook naar psalm 1.) Het beeld, dat de Schrift over het nieuwe Jerusalem geeft, gaat boven elke denkbare realiteit uit. De Openbaringen vormen geen program - maar een reeks visioenen, droomverhalen. De zaligheid is "niet af te meten".
Daar groeit het graan, daar rijpt de wijn voor iedereen te geef als neetaren als ambrozijn waarvan men eeuwig leeft. - David is daar met harp en al, koormeester van de stad, Maria, denkend aan de stal, zingt het magnificat: - Simeon heft zijn lofzang aan ,Mirjam en Hanna zijn bij alle vrolijkheid vooraan met trom en tamboerijn.
Kopen zonder geld, zei Jesaja. 23) En wijn wordt daar gedronken. 24) De dichter grijpt naar de godenspijs enrank uit de Griekse mythelogie; onze taal is hem te arm. God is geen God van doden - maar van levenden. 25) Abraham bij voorbeeld is in mijn vaderstad te vinden. 26) David ook. die de 150 psalmen op zijn naam heeft staan; hij staat boven al zijn opperzangmeesters. "Magnificat" is het beginwoord van "Mijn ziel maakt groot de Heer". 27) Simeon's ogen hebben Gods zaligheid gezien.28) Mirjam voerde met de tamboerijn de reidans aan bij de Rode Zee. 29) Harma's lofzang stond model voor de lofzang van Maria. 30)
Te Deum zingt Ambrosius en alle vaders mee, Johannes en Gregorius zingen laudamus te. En Luther zingt er als een zwaan en Bach, de grote Bach, die mag de maat der englen slaan de lieve lange dag. De negers met hun loftrompet, de joden met hun ster, wie arm is, achteropgezet. de vromen van oudsher, - van alle kanten komen zij de lange lenendoor, het is een eindeloze rij, de kinderen gaan voor.
Het Te Deum (Grote God, wij loven U) is de allerbekendste Ambrosiaanse lofzang. Gregorius I heeft 1400 jaar geleden de kerkmuziek ontwikkeld en geordend; een nieuwtestamentische David. Johannes ach, wie heeft hem behalve "de lofzang" ooit horen zingen? - hoort Hier bij: hij was een dichter en de geliefde vriend van de Heiland.
Laudamus Te = laten wij U lofprijzen.
Lutherse kerktorens dragen een zwaan in plaats van een haan. Waarom?
Toen Johannes Huss op de brandstapel kwam moet hij tegen zijn beulen gezegd hebben: jullie gaat een gans braden - maar straks krijg je met een zwaan te doen! In Luther werd later die zwaan gezien.
Vandaar die zwaan op de kerktoren aan de Burgwal te Kampen. Van zwanen wordt door de mythologie beweerd, dat zij zingen als zij gaan sterven. "Gelijk als de witte zwanen zingen op haar levenspad ... ", zongen onze vaderen. Mythologie en Bijbel zijn soms verweven. Houdt u ze maar goed uit elkaar. Maar Luther heeft inderdaad gezongen voor zijn leven! En dan Bach - mag hij de grote Bach zijn? Toen Schumann zijn graf zocht, zei de doodgraver verontschuldigend: er zijn hier zo veel van die naam begraven. Maar vandaag kent de hele wereld J. S. Bach. Laat hij de engelenzang maar mogen leiden: dan loopt dat perfect.
De trompet is instrument bij uitstek van de jazzmuziek der verdrukte negers; maar de lóf-trompet, dat is nog meer dan muziek: denk eens aan de spirituals, geestelijke liederen bij uitstek. Wie denkt nu niet aan Louis Armstrong? Aan Nat King Cole?
En de Joden, och arme, droegen voor hun vernietiging een gele ster.
Een doodsteken? Helemaal niet: Bileam 81) had van het Jodenkind Jezus al geprofeteerd: dat in Jacob een ster zou opgaan. En Zacharias bevestigde dit met "de Opgang uit de hoogte". 32) Vele laatsten zullen de eersten zijn. Jerusalem heeft twaalf poorten: staat naar alle kanten open. De verdrevenen worden van alle kanten, van het uiterste der aarde, vergaderd. 33)
Jeruselem, mijn vaderhuis, mijn moederstad, wanneer zal ik u zien?
Wij zijn op reis naar u en naar de Heer!
En daarom: wat is het vooruitzicht schoon! Hoe lieflijk zijn de vele woningen in het vaderhuis. Mijn ziel is begerig naar de voorhoven des Heeren. Ik bezwijk letterlijk van verlangen. Gelukkig mens, die uit deze beloften leeft en daar vandaag al een voorproef van smaakt, in de kerkelijke samenkomst, 84)
Zo’n lied is toch de prijs van het hele Liedboek waard? Tot weerziens dan in Jerusalem,
1) Dit compromis (de voetnoten op een hoop geveegd) doet u natuurlijk denken aan de bakker, die voor vrienden en magen een krentebroodfeest organiseerde. Toen het zo ver was, bleken de krenten in het krentebrood vergeten te zijn. Daarom zette de bakker de fles met krenten maar op tafel. - 2) Joh. 14: 2 - 3) Galaten 4 : 264) Openb. 21 : 9 - 5) Op. 21 : 2 - 6) Luc. 12: 34 - 7) Op. 21 : 4 - 8) Jes. 25 : 8; Op. 7 : 17; 21 : 4 - 9) Op. 21 : 23 - 10) Op. 19 : 7; 1 Cor. 2 : 9 - 11) Op. 21 : 25 - 12) Op. 7: 16 - 13) Jes. 33: 24 - 14) Op. 21 : 8 - 15) id. 22: 316) Luc. 15 - 17) Op. 21 : 18, 21 - 18) Op. 22: 4 - 19) Op. 21 : 23 - 20) Op. 19: 7 - 21) 2 Petr. 3 : 8; Ps. 90 - 22) Op. 22 : 1. 2 - 23) Jes. 55: 1 - 24). Joh. 2 en Matt. 26: 29 - 25) Luc, 20: 38 - 26) Luc. 16 - 27) Luc. 1 : 46 - 28) Luc. 2 : 29 - 29) Ex. 15 : 20 - 30) 1 Sam. 2: 1 - 31) Num.24: 17 - 32) Luc. 1 : 78 - 33) Jes. 56 : 8; Ps. 147: 2 - 34) Psalm 84 : 3, 13.