Bescheiden bescheid

1977-04-15
  • Jaargang 21
  • nummer 15
"Is dat nu wel juist: om het vroegere Hersteld Verband zo te beoordelen, alsof wij in 1926 fout zijn geweest alsof wij toen de reformatorische boot hebben gemist: alsof wij niet eigenlijk met zijn allen dat spoor hadden moeten volgen?" Zo ongeveer vroeg een onzer vriendelijkste predikanten op de jaarvergadering van Opbouw aan schrijver dezes. En hij dacht aan de artikelen over de Aemechtige Joden, naar aanleiding van ds Herngreen's boekje: over het Hersteld Verband, dat in 1926 ontstond uit de Gereformeerde Kerken en in 1946 opging in de Nederlandse Hervormde Kerk.

Deze vrager wees er op, dat met Assen- 1926 meer aan de orde was dan een synodale blunder te goeder trouw, En dat de kwesties van Genesis 1-3, alsmede de moderne Schrift-kritiek, publiek zijn ingeleid door ds Geelkerken. Omdat de vraagsteller de zaak van de Aemechtige Joden zo begrijpend en christelijk aan de orde stelde, kostte het mij geen moeite daar op te antwoorden.

Nu wil ik graag met zorg uitspreken, dat ik het Hersteld Verband niet heb willen beoordelen, noch ook de synode van Assen- 1926, noch ook onze kerkelijke leidslieden van toen, noch dr Geelkerken. Mij was alleen een bespreking van ds Herngreen's boekje gevraagd. En al lezende viel het op: hoeveel geslaagde experimenten daar in twintig jaar ontwikkeld zijn onder mensen, die het heilige kruis hadden nagekregen.
Hoe "Assen" toch eigenlijk aanleiding werd tot de bloei van woestijnrozen, die in ons toen nog volkomen Kuyperiaanse tuintje niet konden tieren. En dat wij, in onze buitenkerkverbandelijke positie daar van kunnen leren: want een klimaat zonder frustraties, zonder bovenschriftuurlijke bindingen, zonder een ijzeren orde, kan wondergoed werken op vegetaties, die elders verstikt werden.

Zo hebben die broeders van het HV zich losgemaakt van een onhistorisch gebruik van de Drie Formulieren. Zonder onze belijdenis te devalueren of zelfs terzijde te willen schuiven. Wie herhaaldelijk en regelmatig ..Gods Woord en de Drie Formulieren" in één adem noemt onderschat Gods Woord en overschat de Drie Formulieren.
Nog altijd geloof ik - totdat u mij van beter overtuigt, maar dat wilt u niet - dat de Drie Formulieren door mensen zijn opgesteld en dat Gods Woord door God Zelf is “geschreven".

Zo hebben die HV-broeders zich mild en christelijk opgesteld ten aanzien van een kerkverbandelijk samenleven. Elkaar vrijheid van profetie roestaande. van elkander genietende, elkaar dienende. Men besefte dat het artikel: “geen kerk zal over andere kerken heersen"
nog altijd de basis van elke kerkenorde moet zijn. Men bedacht dat deze regel dan ook oorspronkelijk in artikel 1 is ondergebracht.
Zo hebben die HV-broeders de zaken van de jeugd gezien en aangepakt.
Men stelde zich gezond op tegenover politieke richtingen. Men heeft de kerkelijke tucht in handen van de gemeente gelegd, zoals de Bijbel ons trouwens leert.

Zo hebben die HVbroeders van de beqinne aan in andere kerkformaties het werk van Jezus Christus gezien en geëerd; hebben zelfs tot drie reizen toe geprobeerd de geschonden verhouding te herstellen met de uitwerpende kerken ... dat zijn wij!

Dat is alles met elkaar nog al wat. We staan er nu ver genoeg van af, om onbevangen de goede dingen te erkennen. Zonder de vrees, dat we om elk goed woord verketterd zullen worden.

Zeker, met Geelkerken kwam de betekenis van Genesis 1-3 naar voren. Het spreken van de slang, de historie van Kaïn en Abel. de verzwegen vrouwen in de eerste menselijke gezinnen, de vraag naar “avond en morgen" op die “dagen", dat de zon nog niet geschapen was ... de kwesties kwamen in een onafzienbare rij naar voren. Geelkerken heeft de kwesties als kwesties onderkend, Zoals wij vandaag de eerste drie hoofdstukken van de Schrift als van een andere orde zien dan de resterende hoofdstukken. Dit alles bergt de mogelijkheid van dwalen in zich. Maar het uitgangspunt “zo spreekt de Schrift, zo hebben we het te aanvaarden en daarmee uit" - bergt niet minder de mogelijkheid van dwalen in zich. We eren de Auteur van de Schrift het meest als we zijn bedoeling trachten te verstaan. En daartoe moeten we altijd nagaan: was de onder ons gangbare mening inderdaad gevormd door een zuiver inzicht - of wordt ons vandaag misschien enig nieuw licht gegeven?

Naar de vraagsteller mij achteraf verzekerde, was hij met mijn antwoord, hiervoor vrij weergegeven, tevredengesteld. En ook wanneer hij niet voor honderd procent met mij mee zou kunnen gaan, zou hij mij voor honderd procent kunnen verdragen. Zo zijn broeders, als het goed is.

Intussen kwam de brief van br M. Lok mij in handen. Ook hij stelt enige vragen, die overweging en beantwoording verdienen.

Voor een goed deel was het redactionele woord - zie hiervoor reeds een integrale beantwoording van zijn vragen. Waar br Lok zich bizonder tot mij richtte, wil ik trachten hem ook persoonlijk te antwoorden.
Het redactionele artikel draagt de kenmerken van de opsteller en de instemming van de redactie; zo hoop en vertrouw ik dat het volgende, hoewel de kenmerken van de opsteller dragende, ook de instemming van de redactie zal hebben.

Mijn eerste opmerking is dan: dat br Lok verontrust is vanwege gevaren, die hij voor het kerkverband ziet liggen. De labiele situatie, de landelijke vergaderingen, een nieuwe kerkorde, een kerkelijk accoord, het uiteengroeien van kerken, het kerkelijk samenleven, de onduidelijkheid en het gezicht der kerken --- al deze zaken gaan slechts “de kerken in 't gemeen", de landelijke organisatie aan.

Nu leert de Schrift ons meen ik niets over een kerkverband --- maar alles over gelovige mensen, verenigd in een plaatselijke kerk. De Geest schreef door Johannes zeven brieven aan zeven gemeenten, toegespitst op mensen; maar niet een enkele brief aan het kerkverband van Klein-Azië. De verontrusting van br Lok zou mij dan ook heel wat zwaarder wegen, wanneer hij de eenheid binnen de plaatselijke kerken bedreigd zag: de eenheid in Jezus Christus namelijk van mensen, die tesamen met Christus zijn lichaam vormen.

Wanneer de redactie tracht voor het kerkvolk te schrijven (en de redactie tracht niet anders, ieder schrijvende op eigen manier) dan doet zij dat door oude en nieuwe schatten uit te stellen. Zij vraagt u "alles op zij te zetten wat het luisteren naar Gods Woord in de weg staat".

Iets op zij zetten --- dat valt wel eens zwaar, Voor de lezer, maar eerst voor de schrijver. Of hij klassieke termen gebruikt dan wel moderne begrippen hanteert, of hij in belijdenistaal spreekt dan wél een dichterlijke pen vasthoudt: hij is de eerste die er aan fik. En ook onze redacne is met vele vezels vergroeid met ons kerkelijk leven, met zijn voor- en nadelen, met zijn gevaren en zijn zegeningen.

Een buitenverbandelijke situatie, als die wij beleven, kennen wij sedert zo'n 140 jaar niet meer. Geen wonder, dat de litteratuur daarin niet voorziet. Geen wonder, dat die situatie door verschillende mensen verschillend wordt beleefd; dat verschillende mensen verschillende conclusies voor de toekomst trekken. Een overhaaste terugkeer naar een ongewijzigde kerkelijke samenleving zou wellicht even en doordacht zijn als het verbranden van de Dordtse Kerkenordening. Maar belangrijk is dat mensen als br Lok en schrijver dezes in deze situatie naar elkaar luisteren, elkaars argumenten wegen, elkaar trachten te Winnen. Want ( en dat hebben Geelkerken en de zijnen vermoedelijk goed gezien): ons lidmaatschap van een belijdende kerk, van een kerk die de belijdenis in haar vaandel en statuten schreef, helpt ons niet.
Alleen wanneer wij belijdende leden van een belijdende kerk zijn, die met mond en hart belijden en deze onze belijdenis persoonlijk ten koste van lijden willen handhaven ... dan kunnen we op Christus' ontferming rekenen.

Het zwaartepunt van br Lok's brief viel alzo op het kerkverband.

Daarnaast stelde hij ook enkele persoonlijke vragen. Alvorens daar op in te gaan wil ik graag als mijn overtuiging uitspreken: dat het brandpunt van Gods Koninkrijk niet is gelegen in een of andere landelijke organisatie --- maar in de harten van individuele gelovigen, die elkaar als broeders en zusters in Jezus Christus aanvaarden en tesamen met Hem een lichaam vormen.

En nu zijn eerste vraag: waarom ik me niet bij het Hersteld Verband heb gevoegd? --- Antwoord: omdat ik in 1926 te jong was om zulk een beslissing ook maar te kunnen overwegen; om!dat ik in latere jaren al te zeer met de Gereformeerde Kerken vergroeide dan dat ik die kon verlaten; omdat in 1945 mijn gezin (als enig vrijgemaakt gezin in verre omtrek) zich bij de kerk van Wezep moest voegen, om onderdak te vinden. Op dat moment ging het HV op in de Nederl. Hervormde Kerk.

Tweede vraag: hoe ik mij op mijn plaats voel (de) in de Gereformeerde Kerken? Aannemende dat deze vraag serieus is bedoeld wil ik een serieus antwoord geven; hoewel deze vraag mij al dikwijls door anderen op bepaald kwetsende wijze is gesteld. U schrikke niet van mijn antwoord. Het verhaal wil, dat Winsten Churchill (of een ander politicus ) eens uitgesproken moet hebben: democratie is de slechtste regeringsvorm --- maar we hebben geen betere. Daar denk ik wel eens aan, zonder die uitspraak rechtstreeks op de Gereformeerde Kerken te betrekken.

De normen die de Schrift stelt aan ons, broeders en zusters van hetzelfde huis, plaatselijke gemeenten, zijn zo hoog en zo gans anders dan Wat wij daar samen van terecht brengen ... dat ik me moeilijk kan voorstellen hoe wij ooit samen een aannemelijk "gezicht" aan de wereld kunnen vertonen. En tegenover de Heere God hebben wij helemaal geen gezicht. (Overigens maakt het op mij geen indruk wat kerken, die ons hebben uitgeworpen, van ons denken: die willen ons niet meer zien, laten ze nu ook niet naar ons gluren.)

Arbeiders die elkander slaan --- de Schrift zegt er erge dingen van.
Kerken, die elkaar buiten Gods Koninkrijk trachten te sluiten --- ik weet er geen woorden voor. Kerken die beurtelings wegsturen en weggestuurd worden: het doet denken aan dieren, die eten om niet gegeten te worden. Wie wil zijn hand in het vuur steken voor de naam "gereformeerd"? Dit woord heeft in de ons omringende wereld geen Mank meer van zegen en weldaad. Begrijpt u dan, dat mensen het accent trachten te leggen op het "zich reformerende"? Want zouden wij, in plaats van ons te beroemen op zaken die ons allang van boven af ontnomen zijn, niet liever samen grijpen naar de schatten, die alsnog voor ons klaar liggen? Ook zonder elkander daarvoor vogelvrij te verklaren?

En toch. Ondanks alle gebreken waarvoor ik persoonlijk mede verantwoordelijk sta: ik kan me geen kerkengroep voorstellen, waar vandaag beter Woord-verkondiging plaats vindt dan ik sedert 1946 in de vacante vrijgemaakte kerk van Nunspeet heb aangetroffen. Daar zijn wonderen gebeurd. Juist "onze" predikanten --- ons verleend door het kerkverband --- hebben ons jaren lang een geestelijk kapitaal aangevoerd, waar een mens rijk van leven kan. Oude en nieuwe schatten --- in overvloed. De een wat meer aan het oude hangende --- de ander onze gemeente verontrustend door vergezichten, te mooi om waar te zijn.
Tenslotte de vraag: wat ik wil bereiken als ik lering wil trekken uit de experimenten van het Hersteld Verband? Antwoord: dat br Lok en ik en de andere lezers meedenken over die punten, waarin wij het gestelde doel niet bereikten. Want Wie niet uit alles leren wil wil in het geheel niet leren, zegt een wijs spreekwoord.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief