Prof. dr K. Schilder

1977-04-15
  • Jaargang 21
  • nummer 15
Als student van "Kampen" kwam Schilder tot volle ontplooiing. De "examenstof" die hij daar moest verwerken kostte hem niet de minste moeite. Daardoor kreeg hij gelegenheid zich te verdiepen in wat hem toen het meest fascineerde: de literatuur. Die was voor hem, afkomstig uit een milieu dat ver van "de moderne cultuur" leefde, een betoverende, ook beangstigende openbaring. Hij doorkroop de "tachtigers". Die sloegen hem, die al vroeg het wonder van de taal had ontdekt, een tijdlang geheel in de ban. Maar al gauw verdiepte hij zich ook in Goethe- hij "doorleefde" diens "Faust"! En later kwamen Nietzsche en, vooral, Kierkegaard binnen zijn gezichtskring. Levenslang heeft vooral die laatste, en dan speciaal het raadsel van diens leven, de verbreking van de verloving met Regine Olsen die Kierkegaard zo hartstochtelijk lief had, geboeid. En dan waren er natuurlijk ook Vondel en Guido GezelIe en de Middeleeuwers - Dante voorop.
In zijn studententijd doorleefde Schilder ook een diepgaande, heel zijn existentie beroerende, geestelijke crisis die ten slotte resulteerde in een rotsvast geloof, een compromisloze overgave aan de dienst van God, een overtuigd "gereformeerd" worden, en --- bovenal --- een brandende liefde voor zijn Heiland.
Wie Schilders "Christus in zijn Lijden" kent heeft die liefde geproefd.
Een artikel in de studentenalmanak - wat hij in die almanakken onder allerlei pseudoniem schreef vult een boek! – eindigt met de woorden: "God beveelt: wij mogen niet anders: Ons eigen hart dringt ons: wij willen niet anders. Of, wat hetzelfde is: Rustige kracht. .. tot in de dood." Het woord van Christus "Laat het "ja" dat gij zegt, ja zijn, en het neen, neen; wat daar bovenuit gaat (niet maar: wat daartegenin gaat!) is uit den boze" (Matth. 5: 37) heeft Schilder van die tijd af gegrepen. En hij heeft geworstelden het was soms een worsteling op leven of dood, om alles of niets --- om in iedere Ievenssituatie daarnaar te leven. Vele malen en altijd weer vanuit een andere gezichtshoek heeft Schilder erover gepreekt.

Bijzonder raak en juist is wat Jaap de Waard eens van Schilder vertelde. Hij had een afspraak met hem gemaakt over iets. 't Was in de tijd toen Schilder in Erlangen dag en nacht zwoegde voor zijn promotie. De Waard was er zeker van dat hij die afspraak niet kon houden. Toch schreef hij er zijn vriend over. Er kwam toen een echt Schilderiaans antwoord. Dit: "Anêr, anêr, philos philos, rhêma, rhêma. Ik moet weg, daarom dit weinige. Abel" es genügt. Pax magna vobiscum." - Een man, een man, een vriend een vriend, een woord een woord. Das genügt. Dat is voldoende. Meer behoeven we er niet over te praten. 'k Heb mijn woord gegeven. Dat houd ik!
Anêr, anêr, rhêma, rhêma, zo vertelt De Waard dan verder, dat was ook de hoofdgedachte van Schilders afscheidspreek van Oegstgeest - waar hij het niet makkelijk had gehad! Zijn tekst was ... Matth. 5: 37.
De Waard die deze preek hoorde was er ontzaglijk diep van onder de indruk gekomen. Meermalen heb ik er hem over gehoord.
Na het overlijden van Schilder schreef hij er van: "Diep drong dat woord in de ziel en we voelden het dat het woord Gods levend en krachtig is, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en doorgaat tot de verdeling der ziel en des geestes en der samenvoegselen en de overleggingen des harten.
(Hebr. 4: 12) Gij hebt “ja!" gezegd in de ure van uw belijdenis.
Gij hebt “ja!" gezegd bij uw huwelijkssluiting.
Gij hebt “ja!" gezegd bij de doop van uw kind.
Gij hebt “ja!" gezegd bij talloze contacten en in talloze Ievensverhoudingen.
We werden geconfronteerd met al onze beloften en levensuitingen en ... we sidderden.
Want hij stelde ons vlak voor God.
We kwamen naakt en geopend voor die God te liggen met Wie we te doen hebben.
Ook hij zelf!
Dat was levende Woordverkondiging! Zeker, door een medezondaar, die het van dag tot dag wist: alleen genade behoudt mij --- maar tegelijk door een van wie allen wisten: hij wil zijn ja ja; zijn neen neen doen zijn.
Dat wisten zijn gemeenteleden in Ambt-Vollenhove, Vlaardingen, Gorinchem, Delft, Oegstgeest, Delfshaven. Dat wisten zijn studenten in Kampen: hij is trouw, hij is eerlijk, trouw aan zijn Gold en zijn Woord, trouw aan de belijdenis, eerlijk onder de mensen.
Wat men hem ooit ten laste heeft gelegdnooit dat hij niet trouwen niet eerlijk was.
Zijn ja was ja! Zijn neen neen! Anêr, anêr, philos, philos, rhêma, rhêma."
De Waard eindigde zijn ontroerend "In memoriam"
met deze woorden: "Op zondag 23 maart 1952 heeft God hem in zijn heerlijkheid opgenomen, ‘t Is goed tussen God en mij, ik ga naar Jezus toe", zei hij zaterdag.
Op 23 maart 1944 (precies acht jaar voor zijn overlijden! - C.V.) werd hij geschorst als hoogleraar en emeritus-predikant. Hij wilde niet anders dan trouw zijn aan God, aan zijn Woord, aan de belijdenis en de kerkorde bij onderling accoord aangenomen. Hij kon, hij wilde niet schipperen en marchanderen. Dat was voor hem trouwbreuk. Hij had toen geen ander uitzicht dan met schrijven de kost verdienen.
Maar het was hem goed, want hij kon niet leven "tussen ja en neen". Maar God beloont altijd trouwen eerlijkheid. God heeft hem van 1944- 1952 genade en ere gegeven.
Anêr anêr, philos phiios, rhêma rhêma."
Zo schreef de man die hem beter kende dan iemand anders. En allen die Schilder gekend hebben, hebben dit woord van ganser harte beaamd. Ook wanneer zij zijn schrijven en polemiek soms te fel vonden!

Als jong predikant viel Schilder al heel gauw op. Zijn preken waren volstrekt uniek, met niets en niemand te vergelijken. Ze demonstreerden een enorm veel omvattende en diepe Schriftkennis. En ze stonden midden in het leven. Ze waren om een paar Schilderiaanse termen te gebruiken vol "profetische onrust, geniale zelfopjaging, toekomstmakend graafwerk." Wie ze hoorden vergaten ze nooit.
Eens, logerend in Den Haag, zag ik in een kerkblad dat Schilder in een avonddienst zou voorgaan. Ik ging er heen. De kerk was stampvol. Dat was toen, ook in Den Haag, nog regel. Schilder moest preken over Zondag 5. Hij begon met een geladen parafrase van deze Zondag. Ik hoor het hem nog zeggen: God wil dat er voor de zonde betaald wordt. Kunnen wij betalen? Neen! Maar er moet toch betaald worden. Kan iemand, welk schepsel ook, betalen? Neen! Dat kan niets en niemand doen! Want de last van de toorn Gods kan niemand dragen! Dat kan all één gedaan op een wijze die nooit door een mens kan worden uitgedacht en volbracht!
En toen zei Schilder: wij moeten vanavond spreken over de betalingseis die de levende God aan de mensen voorhoudt. Wie het Evangelie niet geloven zeggen: die betalingseis aanvaarden we nooit. Want God is daarvoor te groot, de mens daarvoor te klein en de religie is daarvoor te teer. Maar wij verkondigen u vanavond dat die betaling seis door God wordt gesteld juist omdat Hij groot en omdat de mens klein en omdat de religie teer is! En toen kwam er een machtig loflied op God, die door zelf voor het voldoen aan deze betaling te zorgen, verzoening en vrede schenkt aan allen die aan zijn betalingseis niet worden geërgerd!
Vaak heb ik in deze jaren waarin heel velen metterdaad aan deze "betalingseis" worden geërgerd aan deze preek gedacht.
Nog één herinnering aan een preek van Schilder wil ik hier doorgeven. Eens moest hij in Groningen preken. Hij logeerde bij ons in Harkstede. Na het middageten vroeg ik hem over welke zondagsafdeling van de Catechismus hij 's avonds preken moest. "Dat weet ik niet", zei hij, "kun jij er nog achter komen?" Ik belde naar Groningen en vernam dat het Zondag 36 was. Ik vroeg Schilder of hij soms nog wat literatuur over die Zondag wilde hebben. "Geef me de hebreeuwse bijbel en Gesenius (een hebreeuws woordenboek) maar even", was zijn antwoord!
Hij bekeek de tekst van de wet en bladerde daarna wat in het woordenboek en zei toen opeens: "Merkwaardig: er staat in het Hebreeuws letterlijk: gij zult de Naam des HEEREN niet opheffen tot het “inhoudsloze", het "zinloze", het "ijdele", het "niets".
Dat zegt God. Maar Goethe zegt: "Gefühl ist alles, Name ist Schall und Ranch" (gevoel is alles, een naam is klank en rook).
Over die geweldige tegenstelling zat Schilder toen blijkbaar een poos na te denken.
En 's avonds hield hij een machtige preek waarvan de leidende gedachte die tegenstelling was: Woord óf gevoel. God zegt: heb eerbied voor mijn Naam, mijn Woord dat komt van buiten. Dat spreek Ik. Daar kom Ik mee en in. Pas op dat je het niet tot een niets maakt! Het is een vuur, een hamer voor ieder die het verzaakt. En 't gevoel - dat is van de mens. Dat is "menselijk al te menselijk".
De grote zonde en ellende is dat de mensen op allerlei wijs dat Woord niet ernstig nemen, dat verdraaien, er mee knoeien en het vervangen door wat opkomt uit hun eigen zondige hart, hun vertroebelde geest. En omdat ze dat met het Woord van God doen, doen ze het ook met hun eigen woorden!
Dat is iets over het preken van Schilder. Er zijn er gelukkig veel van bewaard gebleven.
Maar --- een preek moet je horen. En als dat van iemand gold dan zeker van Schilder.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief