De zondagse autorit en de ontbrekende letter
1977-04-22
Per auto vooruit... èn achteruit!- Jaargang 21
- nummer 16
De meeste grote uitvindingen betekenen voor de mensheid zowel een stap vóórwaarts als ook een stap achteruit. De mens bepaalt namelijk de richting waarin het gebruik van de uitvinding zich beweegt. En meestal zijn het beide richtingen. Denk aan de boekdrukkunst. Denk aan de ontdekkingen op atoom-gebied. Denk ook aan de auto. En zet die auto dan maar tegelijk op het erf van ons kerkelijk leven. Met de auto kun je uitstekend vooruit komen.
Maar... er zit ook een "achteruit" ingebouwd. En voor deze ene keer mogen we dat dan wel eens "geestelijk" opvatten.
Dankzij de auto kunnen mensen die 30 km van de kerk wonen toch de diensten geregeld bijwonen en deelnemen aan het kerkelijk samenleven. Maar diezelfde auto maakt het voor iemand die pal naast de kerk woont mogelijk op zondag erg ver wèg te gaan.
Wanneer daarbij de kerkgang de “konkurrentie" met het strand of met de vrije natuur niet kan volhouden, dan is het overduidelijk, dat men per auto "achteruit" rijdt ... en hárd ook! Dat behoef ik aan niemand verder te verduidelijken.
Maar er zijn ook andere mogelijkheden. Men kan er een sport van maken 's zondags op familie- of kennissenbezoek te gaan, waarbij men elders toch heus ook de kerk bezoekt. Men kan rechtstreeks naar een kerk of kerken in de omtrek rijden ... louter voor de variatie, of ook omdat de dominee en/of de liturgie elders meer aanspreken/ -spreekt dan thuis het geval is. In zulke gevallen voorkomt men dat grofverkeerde van het kerkverzuim.
Maar kan men werkelijk zeggen dat de auto hier vooruit rijdt en u vooruit brengt?
De grens ...
Ik wil het niet hebben over de jongen die een week-end elders doorbrengt om bij zijn verloofde te zijn. Ik heb het ook niet over het normale aanhouden van familiebetrekkingen waarbij van tijd tot tijd de zondag ingeschakeld wordt. Ik wil het niet hebben over "werken van noodzaak of barmhartigheid", Maar nu zal er zeker een lezer zijn die op vinnige toon naar de grèns vraagt.
..... Waar gaat het nu van normaal naar abnormaal over? Waar begint het familiebezoek een "sport" te worden? Waar begint de auto achteruit te rijden en u achteruit te brengen? Kom, kom, zo antwoord ik, dat weet u zèlf wel. Ik kan u nog wel een tamelijk bruikbare vuistregel geven. Die mist zijn doel bij al te grote onverschilligheden, bij al te grote brutaliteit, maar deze zaken wil ik bij geen enkele lezer veronderstellen!
Wanneer u de moeite durft te nemen uw kerkeraad van tevoren over uw afwezigheid en de reden daarvan in te lichten, dan zal het er wel goed uitzien.
Tussen haakjes... als u die moeite durft te nemen, dan moet u het maar doen ook. Waarom zouden we in de kerk verzuimen wat we als lid van een club of vereniging niet meer dan fatsoenlijk vindenl Maar als u vindt dat het niet nuttig en niet wijs is de ouderlingen "alles aan hun neus te hangen", dan is het waarschijnlijk mis. Die lichte agressiviteit tegenover de broeders-ouderlingen verraadt de behoefte aan zelfverdediging. En dan vàlt er ook wel wat te verdedigen.
U valt door de mand en helt is te hopen dat u dat van u zelf doorhebt.
Het gaat me dus -- om op het onderwerp terug te komen -- om dat buitengewone gemak waarmee men de auto pakt en 'em smeert en zijn plaatselijk-kerkelijk leven ontregelt.
De gemeente die achterblijft…
In de samenkomst van de eigen gemeente blijft de plaats van de "zondagsrijder" leeg. Zomaar leeg. Was de kerk alleen maar een organisatie voor de uitdeling van geestelijk voedsel, dan zou dat weinig geven. Dan zou elke bezoeker een loslopend individu zijn. Hij zou dan trachten aan de geestrijke kost te komen en vervolgens zijns weegs gaan. Ieder voor zich! Een eter meer of minder ... wie zou er op letten? Maar u voelt wel, dat we zo vèr verwijderd zijn van wat de kerk in werkelijkheid is en daarom ook moet zijn en blijven, lichaam van Christus! Een lichaam waarvan wij geen “losse onderdelen" maar leden zijn!
Kerkelijke lidmaten als ledematen!
Wij vormen met elkaar, sámen, het lichaam van de kerk. En daarom moet dat woord "samen" er ook altijd bij. Sámen Gods Woord horen. Sámen de sacramenten gebruiken, sámen God de Here openlijk aanroepen, sámen God loven en danken. We moeten weer zien dat de samenkomst van de zondag de meest eenvoudige maar ook de allerdiepste wijze is waarop de kerk als lichaam functioneert en waarop dat woordje "samen" tot zijn uitwerking komt.
Samen zitten, sámen horen, sámen bidden, sámen loven. Ik zei het al.. de grootste eenvoud, de diepste diepte! Onvervangbaar! Je plaats zómaar leeg laten ... het geeft niets in een openbare eetgelegenheid waar men wel bij elkáár zit maar nooit samen is.
Maar het is een kwalijke zaak als het gaat over het lichaam der kerk. Het is een gat. En in het bezorgde kijken van de medeleden, in het ietwat verlegen en ietwat verdrietige vragen, ... kortom, in die bezorgde reakties moet men werkelijk geen bedilzucht vermoeden.
Alle reakties vormen een echo van wat de kerk is en moet zijn: lichaam van Christus!
Daarom wil ik nog eens beklemtonen wat ik gezegd heb over het informeren van de broedersouderlingen inzake uw geplande normale afwezigheid. Dat is van praktisch geestelijk belang. U zou ook bij een behoorlijke matiging van uw uitgaan toch kunnen vergeten dat de kerk een lichaam is en dat u daarom gemist wordt.
Als uw zoon opbelt om u te zeggen, dat hij -- met uw permissie -- bij een vriend zou willen blijven eten, dan is hij aan uw tafel afwezig, maar dan zult u dat niet als een gat voelen. Hij heeft in zijn telefoontje u en de positieve betekenis van de gezinsband erkend. Maar als hij "domweg" bij die vriend zou blijven, dan had u er pijn van! Welnu, we vergelijken de kerk zo graag met een gezin.
We spreken nog wel eens van de "Familie van Christus". Laten we dat dan ook doortrekken in onze kerkelijke omgangsvormen die we vooral niet als vormelijkheden moeten opvatten!
De Zondagsrijder zèlf ...
Als een zondagsrijder deze dlin:gen leest en overweegt, dan zal hij zich nog eens bedenken. Doet hij dat niet, dan zal het antwoord op de vraag "Waarom ga je naar de kerk?" in zijn leven hoe langer hoe meer een verschuiving ondergaan.
Allereerst zal het woordje "samen" gaan vervagen, ook al zit hij elders in een propvolle kerk.
De eigen plaatselijke gemeenschap, die hem als gave èn opgave was aangewezen, heeft hij zómaar gepasseerd. Wat hij doet doet hij "ten koste van ... ". En dat brengt mee, dat "allemaal bij elkaar" niet meer de volheid van het woordje "samen" bereikt als hij elders een plaats inneemt. Dat "ten koste van ... " zal ook een grote belemmering zijn in ander opzicht. Kan het "fijn-met-elkaar-zingen" nog werkelijk de volheid van het lóven bereiken? Hoe langer hoe meer word je gedwongen de kerk te reduceren tot die reeds genoemde organisatie tot versterking van geestelijk voedsel. En zo reduceer je jezelf tot “geestelijk konsument". Het verlangen naar geestelijk voedsel... een uitstekend motief zolang iemand een lid van het lichaam weet te zijn en zich daarnaar ook gedraagt.
Maar als dit goede motief geïsoleerd wordt uit het geheel, dan vindt er een afglijding plaats naar een egocentrische houding.
En daarin verschuift een mens zèlf mee. Heus, hier rijdt de auto àchteruit!
De ontbrekende letter…
We hebben het eigenlijk steeds over de plaats die u en ik in het midden van onze eigen plaatselijke gemeente hebben in te nemen.
Een plaats die we nooit gemakshalve maar mogen onderschatten.
Daarover las ik in het aprilnummer 1977 van "Het Beste" een bizonder goed stukje, dat ik u niet wiI onthouden. In dat stukje werden de leden van een gemeenschap vergeleken met letters en die gemeenschap zèlf met de volle taalzin. Dat staat niet zo ver van de bijbelse beeldspraak af. Je zou de letters de leden kunnen noemen die samen het lichaam van de taalzin vormen. Dat is natuurlijk niet rechtstreeks bijbels. Maar het is, dacht ik, ook niet onbijbels, omdat de bedoeling van 1 Kor. 12 : 12-31 bewaard blijft. En zo is het dan mogelijk dezelfde zaak nog eens op een andere manier te zeggen. Die andere manier kan een geheugensteun zijn en misschien nog wel wat méér ook Laten we zeggen... u neemt de plaats in van een letter in de zin.
U bent de e. Daarover kunt u zich bepaald niet beklagen! Uw plaats in de eigen gemeente hebt u afgelopen zondag leeg gelaten?
En u dacht dat u heus niet gemist werd? Ach, dacht u werkelijk dat het geen betekenis heeft als een e voor de medeletters tot een vraagteken wondt? Want dàt is toch echt gebeurd. Ze konden alleen maar vrágen: Waar zou hij zitten? Leest u dan eens het zinnetje dat hieronder volgt, nadat ik eerst aan de zetter van "Opbouw" mijn excuses heb aangeboden voor de beproeving die hem wacht!
Mocht u nog ??ns d?nk?n dat d? g?m??nt? g??n b?ho?ft? h??ft aan uw aanw?zigh?id. d?nk dan ?v?n t?rug aan dit l?lijk? stukj? ?n b?s?f dat u d? b?t?k?nis van uw àfw?zigh?id voor u h?bt g?zi?n.
Het verdient aanbeveling dit “lelijke stukje" op het dashboard van uw auto te plakken. Misschien is er nog plaats naast het bordje Rijjijofrijik!