Lukas 9:57-62
1977-04-29
Hetzelfde verhaal: - Jaargang 21
- nummer 17
bij Mattheüs gaat het over twee mannen (8 : 19-22), bij Lukas over drie gevallen.
Nummer 1 wil Jezus volgen, zonder voorwaarde.
Van nummer 2 vraagt Jezus dat hij Hem volgt, maar nummer 2 stelt een voorwaarde.
Nummer 3 wil Jezus volgen (net als 1), maar hij stelt een voorwaarde (net als 2).
1. "Ik zal U volgen! waar Gij ook heengaat."
Maar Jezus heeft geen plaats waar Hij heengaat.
Jezus is op weg naar Jeruzalem (9: 51, 57) en dat is inderdaad geen plaats.
Daar gaat een profeet dóód (13:34).
2. “Sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven.” Maar Jezus zegt: Laat de doden hun doden begraven; maar ga gij heen en verkondig het koninkrijk Gods.
Calvijn zegt, dat men alle diensten die men de mensen schuldig is, dáár late, als God ons beveelt zijn werk te volbrengen.
En Greijdanus schrijft: wat moet het zwaarst wegen, de dienst in Gods koninkrijk, óf aardse werkzaamheden die anderen evengoed kunnen verrichten.
Natuurlijk is de begrafenis van mijn vader een werkzaamheid die niemand anders kan verrichten dan ik. Dat is mijn kinderrecht en dat is mijn kinderplicht.
Het ‘maar’ van vers 60 (maar Jezus zeide tot hem) wordt in 59 en 61 vertaald door ‘en’.
Dat mag in 60 ook, het gaat niet om een tegenstelling.
Nummer 2 vraagt: Sta mij toe eerst HEEN TE GAAN en mijn vader te begraven. En Jezus zegt: Gij GA HEEN en verkondig het koninkrijk Gods.
Het verzoek wordt toegestaan. Hij mág --- maar dan niet als een dode die een dode begraaft, maar als een levende volgeling van een levende Heiland.
Zijn volgen van Jezus betekent dat hij heengaat van Jezus. En dat komt vaker voor! (9:2, 10:3).
3. “Laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten”, of: van mijn huisraad.
Elisa mocht dat ook (1 Kon. 19:20), waarom mag hij het dan niet? Hij mag het wèl!
Evenals in vers 60 vertalen we ook in 62 met ‘en’ (en Jezus zeide tot hem).
Jezus geeft hem gelijk.
Als je ploegt, moet je vóór je kunnen kijken. Je moet niet telkens achterom hoeven te kijken.
Het schipt kan alleen maar varen, als de trossen los zijn.
Neem afscheid van alles wat je dierbaar is.
Natuurlijk wordt ook dit verzoek toegestaan.
De Here Jezus volgen
Het volgen van Jezus heeft te maken met de dingen vóór ons, de toekomst.
Het heeft te maken met de dingen òm ons, het heden.
En het heeft te maken met de dingen àchter ons, het verleden.
De toekomst.
Jezus is op weg naar het kruis.
Hij zegt niet: je mag Me niet volgen, of: je kunt Me niet volgen. Maar Hij zegt wel: weet, waar je aan begint!
Je begint aan een kruisweg.
Als je Jezus volgt, ben je op weg naar gevangenneming, bespotting, lijden en dood.
Jezus belooft geen eer en geen macht, zelfs geen hol en geen nest.
Wilde dieren worden beschermd, echte mensen niet.
Echte mensen hebben geen plaats om het hoofd neer te leggen.
Jezus belooft het kruis, je bent gewaarschuwd!
Het heden.
Christenen moeten het koninkrijk Gods verkondigen.
Zij moeten laten merken, dat God het voor ’t zeggen heeft in hun leven.
Ze zijn nieuwe mensen, die geregeerd worden door God.
Dat is aan hen te zien bij de wieg van hun kind.
Dat is aan hen te horen bij het graf van hun vader.
En bij alles wat daar tussen in ligt.
Als je Jezus volgt, doe je de dingen nooit meer alléén-maar. Je doet de dingen altijd met de Here Jezus erbij.
Je leven is doorgloeid van de persoonlijke band aan de Here Jezus Christus.
Je bent niet langer dood, je lééft!
Het verleden.
Jezus maakt je los van de draagraket van de zonde.
En Hij brengt een nieuwe koppeling tot stand: met zijn reddingssatelliet.
Hij verklaart zijn liefde.
En Hij bewijst zijn liefde.
Hij geeft zijn bloed.
En Hij geeft zijn Geest.
Als je Jezus volgt, kom je klaar met je verleden.
Alles van vroeger wordt verwerkt, vergeven, gereinigd, geheiligd.
Dat daar tijd voor nodig is, begrijpt Jezus best.
Hij gééft er de tijd voor.
Pas als je geen zorgen meer hebt over gisteren, kun je je helemaal wijden aan morgen.
Jezus Christus is onze toekomst.
Jezus Christus is ons heden.
Jezus Christus is ons verleden.
Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde, en tot in eeuwigheid.