U hoort de merel fluiten

1977-04-29
  • Jaargang 21
  • nummer 17
Mogen we het nog even over Weerselo hebben? Neem me niet kwalijk als ik u ophoud - maar helt heeft me te pakken. Dat christelijke leven, dat kerkelijk leven, dat léven.
Op eerste Paasdag werd daar een “nachtwake-dienst" gehouden. Die begon om vijf uur, nog voor de dageraad. "Zoals die in de vroegste eeuwen door de oudste Messias-mensen gehouden zou kunnen zijn", kondigde de predikant in het kerkblaadje aan.
SchriftIezing uit Genesis 1 (over de schepping, de schepping van het licht), uit Exodus 12 (de uittocht uit het dodenrijk bij het morqenkrieken), Exodus 15 (het lied van Mozes), Jesaja (het lied van de Wijngaard) en Jozua 3 (de doortocht door de Jordaan). Toen het begon te lichten werd verder gelezen: uit Colossenzen 3 (met Christus opgewekt tot een nieuw leven) en tenslotte het opstandingsevangelie uit Mattheüs 28. Bij goed weer buiten in het maanlicht. bij slecht weer in het schaars verlichte Stiftshuis, kondigde de predikant aan. En "kom niet", waarschuwde hij, "als helt u geen heilige ernst is. Het gaat om heilsgeheimen".

Vindt u het alles wat fantastisch? Goed. Maar zonder fantasie bent u een nare computer, vraag excuus. En mèt fantasie benadert u de volledige menselijkheid. Deze predikant zoog niets uit zijn duim. Er bestaat een oud document, waarin een Romeinse stadhouder aan zijn keizer te Rome informatie geeft over de oudste christengemeenten, de Messiasmensen. Hij rapporteerde: dat ze gewoon waren op Zondag, voor de dageraad, een zekere Jezus met liederen te vereren als een godheid. Jawel, de oudste christenen waren vermoedelijk slaven; die kregen geen vrijaf voor de kerkdienst. Zoiets moesten ze maar tijdens hun nachtelijke rusttijd doen, als ze het niet laten konden. En zie wat een zegen: bij hun samenkomsten werden ze bepaallid bij het dagelijkse wonder van de opkomende zon. Waarmee de Zonne der gerechtigheid wordt getekend.

Fantasie? Schriftkennis! Ik zal de dageraad wekken, dichtte David in psalm 108. Waarom? Omdat zijn hart vol was met lof voor God de Heere. En ook Petrus sprak van de aanlichtende dag. waarin de morgenster mocht opgaan in de harten der gelovigen. De oudste christengemeenten zongen hun lied Aeteme Rerum Conditor, het lied van de dageraad. En in latere eeuwen zong de kerk: Weest gegroet, gij eersteling der dagen. morgen der verrijzenis.
Zo wekte de kleine gemeente van Weerselo de dageraad op Paasmorgen.
Meteen paaswake dienst om vijf uur. Wat doe je in de kou?
Zingen natuurlijk En luisteren naar het hartverwarmende Woord.
Vanaf vijf uur, bij maanlicht.

Ergens vertelt de predikant een kleine gebeurtenis. In de auto had hij met een kerklid, een politieman, gesproken over zijn idee voor een vroege Paasdienst. Hij vroeg zijn broeder: u hebt vaak tussen donker en licht, tussen licht en donker, politiedienst gedaan. Hoe vroeg begint de hemel Iicht te worden op eerste Paasdag?
Een dag later lag er een briefje in zijn bus met deze inhoud. "Zaterdagmorgen (2 april ) om 5 uur begon het ochtendgloren. Om 5 uur 10 hoorde ik de eerste merel fluiten. Paasmorgen is het eerste licht er om 4 uur 40. Daar komt één uur bij voor tijdwijziging (zomertijd), dus om 5 uur 40 komt de dageraad op Paasmorgen." - Was getekend door niemand. Geen handtekening of iets. "Maar ik wist van wie het was.
Van de wachtmeester eerste klas. Een poëtisch proces-verbaal. Proces-verbaal betekent: verslag in woorden, Wie die woorden aandachtig leest hoort de merel fluiten."

Vanmorgen, zondagmorgen, lag ik vroeg wakker. Ik wilde de dageraad wel wekken. En ja: na enige tijd kwam het eerste ochtendgloren.
Het was Zondag, de dag des Heeren: een dag drie overigens naar de zon is genoemd - maar dat restant heidendom deert de christen niet.
Ik luisterde aan het open raam, of de merel al zong. Dat duurde lang, te lang - maar hij zong niet. Toch werd het Iandschap grauw zichtbaar, de dag begon. Het was fris aan het raam en ik sloop terug in bed. Maar nauwelijks weer in horizontale toestand... daar net de eerste merel. Moet ik nog vertellen, dat ik ademloos aan het raam heb staan luisteren tot de tweede merel zijn broedgebied ging aangeven en aan de andere kant de derde? Die merels. warme altstemmen als ze hebben. Ze deden me aan Weerselo denken. Ze zingen voor hun broedgebied, voor hun gezin, voor hun bestaan, zeker. Maar ze doen daar ook hun taak voor ons: ze eren de Schepper. Op het uur waarop ons christenvolk zich omdraait; als een deur op zijn scharnieren, zou Salomo zeggen.
Wat een sprake gaat er uit van de natuur. tenminste als wij onze oren open zetten. Als wij geleerd hebben te luisteren.

Het is met onze samengeklitte mensheid een toestand als bij de torenbouw van Babel. Studenten hebben de kunst uitgevonden om zoveel mogelijk mensen in een telefooncel te stouwen. Hebben ze het tot achttien gebracht, dan roept een andere universiteit dat ze het tot 21 hebben gebracht, en maar drie flauw gevallen. Net zo gaat het met onze stedenbouw: op zo weinig mogelijk vierkante meters zoveel mogelijk mensen doen leven. Nu ja, leven. En als de huizen hemelhoog staan opgetorend, dan weer groenstroken aanbrengen en er kunnen nog wat verdiepingen bij.

Dan de natuur. Hier op de Veluwe zijn nog gebieden, gezegende gebieden, waar één man op een hectare woont. Hoe is het mogelijk want die man is nog gelukkig ook En die ene man kan naar de schepping luisteren. Hem spreekt de blomme een tale. Hij luistert naar het fluiten van de eerste merel. Hij herkent de grauwe zanglijster, terug van weggeweest. Hij ziet de eekhoorns op vrijersvoeten door de boomtoppen ritsen: adembenemende sprongen die altijd goed aflopen. Hij geniet van de parende kikvorsen, drie het water in de vijver doen kolken.
Hij probeert het eerste prille groen uit de berken takken te trekken.
Hij luistert 's nachts naar de bosuil, op de muizenjacht: overdag naar de zwarte, de bonte en de groene specht. Hij leest de eeuwen in de eikenbomen. de ijstijden uit de zwerfstenen op het kerkpleintje van Weerselo.

En wat gebeurde daar eigenlijk bij die torenbouw van Babel? De Bijbel zegt er weinig van: de mensheid, die zondeval en zondvloed had overleefd, ontwikkelde enige cultuur. leerde stenen bakken en muren bouwen. Toen dacht men aan Kaïn, van wie niemand meer iets hoorde.
Toen dacht men aan het opkomende water, dat boven de hoogste boomkruinen had gestaan. Men bedacht maatregelen om elkaar niet weer te verliezen en om het hoogste water te kunnen ontlopen. Men bouwde een toren. waarvan de top in de hemel moest reiken. Men begreep elkaar, men verstond elkaar, men was het eens over de maatregelen, die de mens veilig zouden stellen voor Gods ingreep.

Maar toen greep God in. Hij verwarde hun spraak. Men verstond elkaar niét meer. Men was het niet meer eens. Men ging blijkbaar op verschillend'e golflengten denken en spreken. De mens vormde zich gedachten. die niet gemeenschappelijk waren. De individualiteit, helt individualisme, isoleerde de mens van zijn medemens. Hoe meer mensen bij elkaar kwamen. hoe eenzamer ieder werd. Ze konden elk nog wel spreken - maar ze konden elkaar niet meer verstaan ze konden niet luisteren.

En juist door te luisteren kunnen wij contact oefenen met elkaar. Door te luisteren worden wij gewassen met het Woord. Door te luisteren worden wij vermaand en getroost. bemoedigd en gesterkt. Door te luisteren verkrijgen wij leven tot in eeuwigheid: leren God kennen en de Heiland. door Hem gezonden.

Terug naar Weerselo. Nog even een stukje pastoraal proza. De predikant. ds W. Schopenhauer, eindigt zijn kerknieuws, zijn kroniek der gaven en andere goedgestelde bladvulling met:

Dag lieve mensen,

Het is al met al toch nog een kroniek der gaven geworden. Maar de grootste gave is dat wij aan elkaar zijn gegeven. Gezegende, blijde, levende Paasdagen gewenst. Opstandingsdagen.

Een ieder die vakantie heeft - laat hij die vrije dagen vieren.
En de boeren zonder vakantie dan? Die staan het dichtst van ons allen bij Gods goede schepping. Het is een vak zonder vakantie.
Jezus heeft gezegd: mijn Vader werkt alle dagen tot nu toe - en Ik werk ook. De boeren staan het dichtst bij God. Ze hebben nooit een vrije dag. Ze weten van nabij van kruis en opstanding.
Van Goede Vrijdag en Pasen.

Goed gezegd. De Saksische boeren in het mooie Twenthe kennen Gods schepping. Ze hebben oren aan hun hoofd. grote oren. Ze kunnen de merel horen fluiten. Gaat u het ook proberen?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief