Gedenkt ... !
1977-04-29
Koninginnedag 1977. Het is 25 jaar geleden dat Prof. B. Holwerda ons zo plotseling ontviel. De ouderen zullen zich nog de grote ontsteltenis herinneren, de soms zo onbeheerste reaktie. .. "Zo kort na professor Schilder! Dat kàn niet waar zijn ... !" Langs welke omwegen voerden ons onze gedachten voordat we ons weer wisten te sterken in de Here onze God!- Jaargang 21
- nummer 17
Ter gedachtenis zou ik een enkel aspekt van het werk van Prof. Holwerda naar voren willen brengen.
Een enkel aspekt slechts, maar van blijvende betekenis. Ik zou mijn uitgangspunt willen nemen in de behandeling van Genesis 27 en 28. Jakob's bedrog en zijn vlucht. Men zie "Toledoot van Izak" in Oudtestamentische Voordrachten I. Indringend wordt getekend dat Jakob ècht vervuld was van de belofte van God. van de toegezegde erfenis. Het vreselijke is echter dat de weg náár die erfenis gemarkeerd wordt door het ongeloof en de ongerechtigheid van de man, die de totale geloofsovergave aan de Here weigert en dan genoodzaakt is terug te vallen op zijn eigen wapenarsenaal van slimheid en bedrog. Maar dan verandert de God van het verkiezend welbehagen óók voor Jakob en juist voor Jakob in een tegenstander. Welbehagen... een schrik voor hem, die er niet in wil rusten! Genade... een dreiging voor hem die niet van genade alléén wil leven! En daar blijkt de heerlijkheid en de ernst van Gods Verbond. waarin de genade telkens weer alle klemtoon doet vellen op de ernst van de eis: Mijn zoon, geef mij uw hart! Wanneer men deze ernst uit de verbondsgedachte weg exegetiseert .. wanneer men verkiezinq en welbehagen gebruiken wil om aan déze klem te ontkomen. dan is men op de verkeerde weg. Denk aan de vlucht van de banneling Jakob.
Hij moet het land verlaten ... !
Ik dacht dat we hier één van de lijnen hadden die het werk van Prof. Holwerda hebben beheerst.
Zo doceerde hij, zo preekte hij, zo leefde hij. De heerlijkheid van Gods genade in Christus. Maar juist daarom de geloofsgehoorzaamheid. Juist vanwege de genade het afstaan van alle ongerechtigheid.
Daarbij is het niet voldoende "vol" te zijn van de beloofde heerlijkheid. Dat was Jakob ook. Dat waren de Farizeeërs op hun manier eveneens.
Dat waren de judaïstische tegenstanders van Paulus niet minder.
Dat was de jonge Luther in zijn klooster ... ! Maar zij àlIen vielen in ongeloof terug op het eigen arsenaal van slimheid, kracht, wetsvroomheid.
En zo werd het nieuwe Jeruzalem telkens weer onze stad.
De geloofsgehoorzaamheid hier en nu! De harmonie - zo zouden we kunnen zeggen - tussen het grote doel èn onze weg daarheen.
In alles moet het geloof heersen.
In alles moet het geloof de grond zijn waaruit de gerechtigheid jegens de Here en jegens de mensen opspruit.
Prof. Holwerda heeft geléden door en in de kerkstrijd van de veertiger jaren. In de eerste plaats omdat hij telkens weer vroomheid en gerechtigheid het veld zag ruimen voor Ezau's macht en Jakob's "wijs" beleid. Omdat hij telkens weer de weg naar de veelbesproken erfenis der belofte betreden zag in het vertrouwen op het eigen wapenarsenaal! Omdat hij dieper dan de meesten zag. dat dit niet gezegend kon worden!
25 jaar geleden! Is deze boodschap verouderd? Zien we niet in allerlei christenkringen heus wel dat "vol-zijn" van de komst van het koninkrijk? En zien we op de weg daarheen niet telkens weer die nervositeit die als twee druppels water gelijkt op Jakob's angst? Zien we niet dat vragen naar het eigen arsenaal, dat terugvallen op het wereldse concurrentie pogen, die radeloze gedachte dat de toekomst van de kerk toch op de schouders van onze wijsheid is gelegd?
De boodschap van Prof. Holwerda ... "Wandel voor Gods aangezicht in oprechtheid, van stàp tot stàp". Het grote doel heiligt de middelen niet. Onheilige middelen zijn in de diepste zin van het woord ondoelmatig! Mensen als Prof. Holwerda nemen in de gemeenschap de plaats in van het gewéten! Men kan zich niet meer losmaken van die indringende eis: "Wandel voor mijn aangezicht in oprechtheid ... ".
Laten we deze boodschap vasthouden!
Prof. Holwerda heeft ons weer mogen leren. dat de kerk alleen spreken kan in geloofsgehoorzaamheid aan haar Heer, dat ze alleen standhouden kan in de radicale overgave aan zijn genade, dat ze alleen wèrken kan als ze ritst in zijn welbehagen.