Overwinning: ondergesneeuwd en herontdekt

2012-06-23
  • Jaargang 56
  • nummer 13
De spiritualiteit van veel christenen is gericht op het kruis: de plaats waar Jezus voor hun zonden heeft betaald.
Ongemerkt staan zij daarin nog steeds onder invloed van de middeleeuwse visie op de biecht. Maar verzoening is meer dan individuele vrijspraak: Christus heeft overwonnen.

Christus heeft overwonnen! Voor mijzelf was het een belangrijke ontdekking dat het Nieuwe Testament in allerlei beelden over de betekenis van Jezus’ dood en opstanding spreekt.
De overwinning van Jezus – ‘herontdekt’ in de twintigste eeuw – gaf mij een frisse blik op het werk van Jezus Christus. Overwinning op de machten die ons gevangen houden, daar word ik blij van. Hoe komt het dan dat dit overwinningsmotief ondergesneeuwd is geraakt? Waarom is de spiritualiteit van velen gefocust op het kruis – en wordt het kruis dan gezien als de plek waar Jezus voor mijn zonde betaalt door de straf van God voor mij te dragen? En waarom is het zo belangrijk om te herontdekken dat Jezus Christus heeft overwonnen?

De biecht en verzoening
Jaroslav Pelikan is een Amerikaanse dogmenhistoricus, iemand die zich bezighoudt met de geschiedenis van de theologie. Hij kan ons helpen om deze ontwikkeling te begrijpen.
Volgens Pelikan werd al vroeg in de middeleeuwen steeds meer vanuit de biecht nagedacht over de genaderelatie tussen God en mens en niet, zoals eerder, vanuit de doop.[1] Wanneer je vanuit de biecht nadenkt over je relatie met God, komen vooral juridische thema’s naar voren – in de biecht gaat het immers om schuldbelijdenis, boete, Gods gerechtigheid, genoegdoening.
Maar ook kwam vanuit de praktijk van de biecht het meewerken van de mens met de genade sterk naar voren: bij de vergeving hoorde de genoegdoening die gegeven werd door boete te doen. Later werd de vraag naar de oprechtheid van degene die komt biechten belangrijk.
Bij de doop ligt het niet voor de hand om het meewerken met de genade te benadrukken: een dopeling is passief.
Wie door het water van de doop opnieuw geboren wordt, ondergaat wat er gebeurt. Verder is de doop veel minder exclusief met juridische thema’s verbonden.
Eeuwenlang zie je het effect hiervan: de vraag naar de menselijke medewerking met de genade is een heel belangrijke, en veel thema’s die een grote rol spelen in de theologie van West-Europa hebben een juridisch karakter. Het gaat over het individu in Gods oordeel tegenover God, de hoogste rechter. Belangrijk is de vraag hoe ik van Gods oordeel verlost word. Dus dan hebben we het over rechtvaardiging. Maar ook over hoe de genoegdoening tot stand komt die mij van Gods oordeel verlost. Daarmee komt de focus van het denken over verlossing te liggen op het ‘hoe’ van de verzoening aan het kruis of door mijn eigen boete.
De gedachte aan een eigen bijdrage werd in de vroege middeleeuwen sterk gestimuleerd door de boetepraktijk van monniken uit Ierland en uit de omgeving van Karel de Grote.
Tegenover een zonde staat een concreet tarief. Als ik of een ander dat tarief betaal door boete te doen, krijg ik vergeving.
Theologen die belangrijk zijn voor het denken over verzoening, zoals bijna 1000 jaar geleden Anselmus van Canterbury (1033-1109) en eeuwen later Johannes Calvijn (1509-1564), proberen binnen dit kader te laten zien: Jezus bevrijdt ons. Anselmus laat zien: de genoegdoening die nodig is, wordt door Jezus Christus tot stand gebracht. Maar Anselmus laat de mogelijkheid open dat Jezus een deel doet en ikzelf een deel. Calvijn benadrukt daartegenover heel sterk: ik kan de vereiste genoegdoening niet leveren, maar Christus draagt in onze plaats alle straf. Er is echt complete genoegdoening voor onze schuld. Dit denken over verzoening is dus een vorm van contextuele theologie: binnen de context van het denken over boete wordt het heil van Jezus Christus uitgelegd op een bevrijdende manier.

Verzoening terug in het grote verhaal
Er is echter ook een risico. In dit eeuwenlange denken over verzoening kon het gebeuren dat belangrijke Bijbelse motieven (betaling, loskoop, gerechtigheid, rechtvaardiging, straf) een eigen leven gaan leiden en los komen te staan van het grote verhaal van Jezus Christus. Dat blijkt bijvoorbeeld waar de dood van Jezus op zichzelf komt te staan en losgemaakt wordt van de opstanding. Het kruis wordt zelfs belangrijker dan de opstanding.
Wat de dood van Jezus te maken heeft met de geschiedenis van Israël en met de komst van Gods rijk, wordt onhelder.
Het lijkt een keus geworden in de theologie: Jezus’ koninkrijksprediking of verzoening door voldoening.
Het grote verhaal van Jezus en van Israël wordt niet meer verteld als het over verzoening gaat. Daardoor wordt het denken over verzoening en verlossing versmald. Vooral juridische termen worden gebruikt, andere woorden worden vergeten. De nadruk komt te liggen op de redding van mijzelf als individu.
De herontdekking van het overwinningsmotief dwingt ons om opnieuw te kijken naar de betekenis van het kruis en naar ons verstaan van de verzoening. ‘Overwinning’ is één van de betekenissen die het Nieuwe Testament geeft aan Jezus’ werk. Het Nieuwe Testament gebruikt beelden die vooral gaan over het ‘hoe’ van de verzoening, zoals offer, loskoop, verzoening, dood voor zonde. Het Nieuwe Testament gebruikt ook andere beelden, die meer het effect van Jezus’ dood laten zien: bevrijding, overwinning. Deze beelden nemen ons een stap verder mee in het verhaal van Jezus. Na de loskoop komt de vrijheid, na het gevecht met de machten de overwinning. Het overwinningsmotief stimuleert je dus om het hele verhaal van Jezus en Israël opnieuw te leren vertellen. Het verbreedt je perspectief en roept je zo terug naar het hele verhaal van Jezus Christus.

Dat verhaal begint met Jezus die gezonden is door de Vader om Gods rijk en daarmee het herstel van Israël te verkondigen. Bekeer je, want Gods rijk is nabij! Maar het volk en vooral de leiders van het volk willen Jezus niet. Via een oneerlijk proces wordt Jezus veroordeeld als een godslasteraar en als een opstandeling, en uit de weg geruimd.
Je zou redelijkerwijs kunnen verwachten dat deze brute klap in het gezicht van God het einde betekent van Gods relatie met Israël en met de hele mensheid. Maar het wonderlijke is dat God de misdaad van de leiders van Israël gebruikt om zijn Zoon te geven voor onze zonden.
Het kwaad van Israël wordt door God ten goede gekeerd om alle machten die Israel gevangen houden te verslaan: de zonde, de duivel en de dood.
Die geestelijke machten zijn het echte probleem van Israël en van heel de mensheid, en niet de Romeinen.
Met de opstanding van Jezus wordt de gerechtelijke dwaling van zijn dood rechtgezet. God en Gods recht wint het van de Joodse leiders, van de Romeinen, maar ook van onrecht, zonde, duivel en dood. Nu kan Gods rijk komen, nu kan Israël hersteld worden. En als Israël niet wil, probeert God desnoods via de omweg van heidense volken tot het hart van zijn volk te spreken. Want om dat hart gaat het. De besnijdenis van het hart, waar Israël nooit toe kwam, wordt door het offer van Jezus Christus tot stand gebracht. De Hebreeënbrief laat zien hoe het offer van Jezus en de vernieuwing van het hart direct met elkaar verbonden zijn. Wie een nieuw hart heeft, is een nieuwe mens die binnengaat in Gods rijk.

Verzoening in de praktijk
Wie dat grote verhaal weer ziet, krijgt oog voor andere aspecten van de verlossing dan alleen de juridische.
De machten die Israël, de mensheid, en zelfs de hele schepping in de greep houden, zijn overwonnen.
Die machten zijn niet alleen politiek of economisch van karakter, maar ook geestelijk. In de aardse machten zit de dimensie van de zonde, en daarachter de overste van deze donkere wereld met zijn trawanten.
Hun doel: onze dood.
God heeft die machten overwonnen.
Dat is gebeurd doordat de schuld is verzoend en wij zijn vrijgekocht.
Maar daarmee is verlossing dus meer dan genoegdoening voor onze schuld. God is ook de God die recht doet en machten van kwaad en onrecht verslaat en zal vernietigen. Hij is een bevrijder die echte vrijheid en volheid van leven geeft. Hij is de herschepper, die heel de kosmos zal bevrijden van de slavernij van de vergankelijkheid. Gods Koninkrijk is maar niet een kwestie van vooral morele idealen, zoals veel theologen na de Verlichting beweerden. In Jezus Christus, die regeert als Heer en koning op de troon van David, zal heel de schepping tot haar doel komen. Gods rijk komt, en God zal alles in allen zijn.
Als je oog krijgt voor andere aspecten van verlossing, gaan er ook praktisch nieuwe perspectieven open. De overwinning van Christus heeft gevolgen voor je denken over politiek.
Het Koninkrijk van God staat niet los van de politieke werkelijkheid van de aarde, omdat Gods rijk van een heel andere orde zou zijn. Gods rijk komt, en iedere politicus of bestuursvoorzitter van een multinational wordt eens met die werkelijkheid geconfronteerd. Jezus is Heer van de Heren en Koning van de Koningen.
Die overwinning van Christus heeft ook gevolgen voor wie gevangen is geraakt in de macht van demonen.
Zij zijn verslagen en moeten wijken voor de macht van Christus. De waarheid dat Hij Heer is, maakt vrij. De overwinning van Christus heeft betekenis voor nadenken over gerechtigheid of ecologische vragen.
De komst van Gods rijk betekent dat er recht gedaan wordt en dat de hele schepping van de vergankelijkheid bevrijd zal worden. Het heeft dus zin om je in te zetten voor gerechtigheid of voor het behoud van de schepping.
En tot slot: ook individueel blijft de verlossing een werkelijkheid, maar die werkelijkheid komt wel breder in beeld. We zijn niet alleen vergeven zondaars. We zijn bevrijd om te leven in de vrijheid van Christus.
De strijd die er nu nog is, staat in het licht van Christus’ overwinning.
We mogen onszelf op een nieuwe manier leren zien als mensen in Christus: geen losers, maar in Christus meer dan overwinnaars!

Hans Burger is postdoctoraal onderzoeker systematische theologie aan de Theologische Universiteit (GKv) in Kampen.

[1] Jaroslav Pelikan, The Emergence of the Catholic Tradition (100-600) (Chicago/ London, 1975), 330-331. En verder Pelikan, The Growth of Medieval Theology (600-1300), (Chicago/London, 1978), 210; Pelikan, Reformation of Church and Dogma
(1300-1700) (Chicago/London, 1985), 95, 128.

De praktijk van de verzoening
Dit artikel eindigt met een voorbeeld hoe de verzoening aan het kruis doorwerkt in de praktijk van christelijk leven: de navolging van Christus.
Scot McKnight, A Community Called Atonement, en Hans Boersma, Violence, Hospitality and the Cross, eindigen hun boeken over verzoening op gelijke wijze.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief