Wat moeten we met de NGP?

2012-06-23
  • Jaargang 56
  • nummer 13
Verrassend vond ik de reactie van drs. Freddy Gerkema op mijn blog in het vorige nummer van Opbouw. Verrassend niet zozeer vanwege zijn kanttekeningen bij mijn pleidooi voor meer gepromoveerde predikanten, maar vooral omdat hij mijn blog aangrijpt om enkele opmerkingen te maken over de predikantenopleiding zoals die binnen onze kerken bestaat. Verrassend, maar ook uitdagend. En tegenspraak oproepend.

Opvallend vind ik dat Gerkema de zin van een promotiestudie zo relativeert: met af en toe (!) eens een goed theologisch boek, een PEP-cursus of een paar maanden studieverlof kom je een heel eind. Dat zal best waar zijn. Gelukkig ook maar. Maar (en dan los van de NGP-situatie) is ‘een heel eind komen’ inderdaad iets om altijd maar genoegen mee te nemen?
Kun je het daarmee goed redden in bijvoorbeeld een gemeente met kritische hoorders en zoekers die goed opgeleid zijn en van wanten weten?
Waarom zouden we predikanten, die daarvoor de mogelijkheden en capaciteiten hebben, niet stimuleren om intellectueel hun vleugels uit te slaan, om wat dieper te boren, om mee te doen aan het wetenschappelijke theologische gesprek, om op niveau te spreken ‘met de vijanden in de poort’?
Natuurlijk geldt dat niet voor elke predikant, dat weet ik ook wel. En natuurlijk moeten we oppassen voor een verwetenschappelijking van de prediking en een verintellectualisering van het predikantschap. Maar juist in het hedendaagse klimaat van ‘laten we niet zo ingewikkeld doen, het gaat immers om wat je doet’ (en ik weet dat ik generaliseer) betreur ik de forse relativering van Gerkema.
En blijf ik toch maar bij mijn pleidooi voor meer gepromoveerde predikanten.

Vluchtige luchtballon
Verrassend en uitdagend, dat geldt met name voor de opmerkingen van Gerkema over de NGP: deze onttrekt te veel energie aan het nu dienstdoende collectief van predikanten en is een te grote broek voor ons kleine kerkverband. Hef de NGP op en ga verder aan de Theologische Universiteit Kampen (TUK), zo is zijn oproep.
Tja, als het (kerkelijke) leven zo simpel zou zijn … Helaas (?) is de werkelijkheid ingewikkelder.
Mag ik een paar dingen noemen? Wordt het ‘Apeldoorn-advies’ dan een ‘Kampen-verplichting’?
Waar blijft de in NGK-kring hooggeprezen studievrijheid? Hoe gaan we om met de (in ieder geval door de GKv als fors ervaren) verschillen tussen GKv en NGK (zoals de vrouw in het ambt) en de theologische verantwoording daarvan? Laten we het onderwijs in de kerkgeschiedenis van de twintigste eeuw aan de TUK over?
Wat blijft er over van het accent dat de NGP legt op de preekbesprekingen, waar onze studenten enthousiast over zijn en die CGK-studenten tot enige jaloersheid wekken? Wat van het accent op stages, mentoraat en persoonlijk functioneren, elementen waaraan ik juist vanwege mijn VAC-ervaring (waaraan Gerkema refereert) persoonlijk zo veel waarde hecht? En, om niet meer te noemen, betekent dat dan ook het einde van de werkbegeleiding van jonge predikanten en sterft het prioschap een voortijdige dood?
Als je dat allemaal wél belangrijk vindt, maar toch geen NGP wilt, dan ontkom je er toch niet aan om iets als de vroegere Theologische Studiebegeleiding opnieuw op te zetten en dat terwijl onze kerken die na lang nadenken en tobben in 2005 hebben opgeheven? Kortom: het klinkt wel aardig om de NGP maar op te heffen, maar het heeft naar mijn overtuiging meer van een vluchtige luchtballon dan van een weloverwogen gedachte. En ik vind dat jammer, met name voor het aanzien van de NGP.

Breed-gereformeerde universiteit
Is hiermee nu alles gezegd? Zeker niet. Want we denken binnen de NGP wel degelijk na over de toekomst.
Op zich bevalt het NGPmodel als deelopleiding goed en zijn de verhoudingen met de TUA prima, maar nu maar verder rustig achterover leunen is er bepaald niet bij. Ook wij zien de bezwaren van een kleinschalige opleiding en lopen op tegen de toch wat ongelukkige verhouding tussen enerzijds de noodzakelijke inzet van mensen en anderzijds een relatief klein aantal studenten. Ook wij vragen ons af of een breder onderwijsinstituut niet aantrekkelijker en beter zou zijn. Ook wij denken na over de inhoud van de opleiding in het licht van de predikant van morgen (zie in dit verband ook de verhalen van Pieter Kleingeld en Stefan Paas in het vorige nummer van Opbouw).
Alleen al daarom zijn wij zeer geïnteresseerd in de ontwikkelingen binnen de wetenschappelijke theologische opleidingen in Nederland en hebben wij op bestuurlijk niveau niet alleen contact met de TUA, maar ook met de VU en de TUK. Al in 2010 hebben wij richting TUA en TUK aangegeven dat wij als NGP de wenselijkheid zoal niet de noodzaak en de voordelen zien van een verdergaande integratie van verscheidene theologische instituten (waarbij wij dan met name denken aan TUA, TUK en NGP) tot een zeg maar ‘orthodox gereformeerde theologische universiteit’.
Het NGP-model zou daarbij prima kunnen werken: één instituut met voor elke kerk de mogelijkheid een deel van het curriculum zelf in te vullen, zodat er toch sprake blijft van een (zij het gedeeltelijke) eigen opleiding.
Een dergelijk instituut zou dan in samenwerking met andere universiteiten eventueel kunnen worden uitgebouwd tot een universiteit met een breder onderwijsaanbod.
Het moge duidelijk zijn dat wij in dat licht bezien dan ook niet gelukkig zijn met het feit dat er voorlopig (?) geen zicht is op een verdere samenwerking tussen TUK en TUA en dat van een fusie op middellange of lange termijn tussen beide instituten geen sprake lijkt te zijn. Ik verwijs in dit verband ook naar de open brief van Hans Burger (TUK), Jaap Dekker (NGP) en Arnold Huijgen (TUA) van eind mei, waarin zij op persoonlijke titel een pleidooi voeren voor een theologisch lenteakkoord op weg naar een breed-gereformeerde universiteit.
Ik hoop van harte dat er in de verhouding TUA/TUK toch nog een opening komt en dat de weg naar één instituut niet definitief opgebroken zal blijken te zijn. In ieder geval zullen wij als NGP proberen daaraan ons steentje (want meer zal het niet kunnen zijn) bij te dragen.
En mocht die verdere samenwerking met uitzicht op een integratie of fusie er toch niet komen? Dan zien wij wel weer verder, waarbij in beginsel alle opties open zijn, mits daarbij de kwaliteit en de eigenheid van onze predikantenopleiding gewaarborgd blijven. De suggestie van Gerkema voldoet daar helaas niet aan.

Bram Wattèl is voorzitter van het bestuur van de NGP.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief