YUP
2012-06-23
YUP is de naam van een magazine dat vorig jaar november verscheen. Het is gebaseerd op een onderzoek dat Niels de Jong, missionair predikant van de IZB, deed in vijf grote stadsgemeenten in Nederland. De vijf kerken (onder meer de Jeruzalemkerk in Amsterdam en de Jacobikerk in Utrecht) hebben gemeen dat meer dan de helft van de kerkgangers bestaat uit yuppen; waarbij die afkorting nu niet staat voor ‘young urban professional’, maar ‘young urban protestant’.- Jaargang 56
- nummer 13
In het Christelijk Weekblad van 25 mei schrijft Klaas-Willem de Jong over dit magazine (een ‘glossy’ heet zoiets tegenwoordig al gauw), en over het onderzoek dat eraan ten grondslag ligt.
Ter overdenking en inspiratie:
Het eerste dat opvalt, is een demografisch gegeven. De samenstelling van de stadsbevolking is in de afgelopen tien jaar veranderd. Migranten vertrekken uit de grote steden. Studenten en starters vestigen zich in de stad, meer dan voorheen. () Steden verjongen. Dat is een belangrijke basis voor een zich verjongende kerk.
Daarbij zal het niet toevallig zijn dat de vijf jonge wijkgemeenten te vinden zijn in Rotterdam, Utrecht en Amsterdam, en niet in Den Haag. Den Haag heeft geen universiteit, terwijl in de vijf gemeenten meer dan twee derde van de 20-35-jarigen een wetenschappelijke opleiding heeft.
Dat brengt direct al bij een tweede opvallend feit: het hoge opleidingsniveau.
Meer dan 96 procent heeft hbo of vwo.
Dat is twee keer zoveel als het Nederlands gemiddelde.
Een derde punt dat in het oog springt, is de kerkelijke achtergrond van de 20-35-jarigen. Die ligt voor ten minste 75 procent in de protestants-orthodoxe sfeer. Ik vermoed dat dat een belangrijk gegeven is. Mijn ervaring is dat veel nieuw ingekomenen in deze leeftijd zich direct laten uitschrijven. De kerk in hun nieuwe woonplaats krijgt zelfs geen kans meer. Ik vermoed dat naarmate de opvoeding orthodoxer is geweest, de kerk op voorhand meer kans maakt. ()
Een vierde karakteristiek is dat een belangrijk deel van de gemeenten al geruime tijd een missionair werker of predikant heeft. Gelet op de aantallen betrokkenen zullen die voor een (belangrijk) deel gefinancierd worden door externe geldschieters. Het gaat blijkbaar niet allemaal vanzelf, hoezeer kerkgroei ook gezien wordt als het werk van de Geest. Er moet geïnvesteerd worden, materieel en geestelijk.
Op basis van het onderzoek formuleerde Niels de Jong enkele ‘sleutels’, aanbevelingen en slotconclusies. ‘Zonder het gebruiken van deze sleutels kun je het vergeten als het om twintigers en dertigers gaat. Als je ze wel gebruikt heb je kans dat je hen bereikt.
Zeker als de Geest gaat waaien. Al is het geen trucje en al helemaal niet maakbaar.’
De eerste sleutel is: ‘Het moet wel ergens om gaan’. De gevonden wijkgemeenten zijn orthodox te noemen. Het valt op dat in zeker drie van de vijf de vormen redelijk traditioneel zijn. Geen beamers of overwegend opwekkingsliederen.
Maar dat laatste mag ook weer niet helemaal vastliggen, zo blijkt uit de tweede sleutel: ‘Er moet wel ruimte zijn’. Dat geldt de liturgie maar ook het persoonlijk leven: ‘ruimte voor jezelf’.
Toch kent het individuele element duidelijk zijn beperkingen: ‘Er moet wel een plek voor me zijn’. Dat betekent: gezien en gewaardeerd worden.
De vierde sleutel lijkt vanzelfsprekend: ‘De sfeer moet goed zijn’.
De vijfde luidt: ‘Er moet wel wat gedaan worden’. De twintigers en dertigers willen wat doen, hun geloof handen en voeten geven, meer dan alleen door geregelde kerkgang. Een geïnterviewde: ‘Via het informele circuit ben ik een paar maal benaderd om vanuit de kerk mensen te helpen. (...) Ik vind het mooi om zulke belangeloze hulp te geven, vanuit je christen-zijn’.
Een ander: ‘Op dit moment leid ik een Alpha-cursus en heb ik samen met een kerkgenoot een keer in de maand een Fair Trade-winkeltje na de dienst’.
Klaas-Willem de Jong commentarieert:
YUP heeft alleen al waarde in zichzelf: een positief beeld van enkele jonge stadsgemeentes. Dat inspireert. Nergens zet YUP zich af tegen gemeentes met een hoger leeftijdsgemiddelde. Wel zou ik persoonlijk hier en daar wat meer reliëf willen hebben. Waar lopen deze gemeentes en met name jongeren in hun midden tegenaan? Wat valt er nog te wensen? () Niels de Jong heeft het vermoeden dat de vijf sleutels altijd van belang zijn voor het kunnen binden van de onderzochte leeftijdsgroep. Maar het onderzoek als zodanig bevat daarvoor geen bewijs.
Wat ik wel denk (maar eveneens zonder bewijs): een doorleefde gelovige en kerkelijke ondergrond in de opvoeding is van belang, willen twintigers of dertigers op enig ogenblik uit zichzelf op zoek gaan naar een passende kerkelijke gemeente. Maar ook dan geldt: geen garantie.
Opvallend: de sterkst groeiende kerken in ons Nederlands Gereformeerd kerkverband zijn globaal te vinden in welvarende forensengemeenten een eindje buiten de grote steden. In dit magazine gaat het over PKN-gemeenten die juist groeien ín die grote steden. Een boeiende en hoopgevende ontwikkeling!
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.