Het "gevaarlijke" boek (3)

1977-05-06
  • Jaargang 21
  • nummer 18
De heer Hoekstra is leraar Nederlands aan het Carolus Clusius College te Zwolle.


Wat doe je met dat boek?
De vorige keer heb ik beloofd nog iets te zullen vertellen over de manier waarop tegenwoordig veel boeken, met name verhalen, in de klas worden behandeld.
Om u een beetje duidelijk te maken hoe dat kan gaan, heb ik naar een voorbeeld gezocht. Het liefst zou ik een verhaal nemen, bv.
Gezinsverpleging van Jan Wolkers, maar dat zou wel erg veel ruimte van “Opbouw" vragen.
Daarom kies ik maar een verhaal dat u kent, nl. de gelijkenis van de Verloren Zoon; veel moderne verhalen kunnen trouwens als gelijkenissen worden behandeld, zij het dan wel, dat zij zelden uit een geest voortkomen die bijbels genoemd mag worden. Maar die geest, die wereldbeschouwing, komt bij zo'n manier van literatuurstudie onvermijdelijk naar voren.
En het gaat er nu om dat u enige begrip krijgt van de moderne analysemethode.
Voor alle zekerheid wil ik opmerken dat ik deze gelijkenis niet als voorbeeld heb genomen omdat ik die op hetzelfde niveau plaats als onze “menselijke" letterkunde; u mocht eens denken dat ik profaan ga worden.

De verloren zoon

U vindt het verhaal in Lukas 15.
Heit is overbekend en toch, mede in verband met dit artikel, heb ik het kort geleden nog eens met een klas besproken. Het is een echt verháál, een vertelling. Nergens wordt ons gezegd, dat bet allemaal letterlijk zo gebeurd is. U wilt zeggen dat het duizenden keren zó gebeurd is? Dat komt straks! Het eerste wat ik vraag is: Wat gebeurt er nu allemaal in deze geschiedenis? De bedoeling is dat de voornaamste gebeurtenissen op een rijtje worden gezet en dat mogelijke verbanden tussen verschillende gebeurtenissen duidelijk worden. Omdat het zo'n overbekend verhaal is. noem ik alleen kort de hoofdzaken: de jongen gaat weg, raakt in moeilijkheden, komt tot inkeer, gaat terug, wordt door zijn vader hartelijk ontvangen, maar de oudste zoon wil niet aan het feest meedoen. Ligt ergens een verband? Ja: door zijn misère komt de zoon tot het inzicht: "Ik heb gezondigd".
Er is natuurlijk veel meer over te zeggen,, maar ik vrees dan uw belangstelling te verliezen.
Gewoonlijk stellen we ook de vraag: Hoe lang duren de verschillende gebeurtenissen en hoeveel tijd wordt eraan besteed om ze te vertellen? Wat krijgt dus de meeste aandacht? Het blijkt dat er in ons verhaal afwisselend kort en uitvoerig wordt verteld: (de reis en het verkwisten van het geld worden in enkele woorden genoemd, de gedachten van de toon krijgen veel meer aandacht, de terugreis wordt ook alleen maar vermeld, maar de rest wordt weer uitvoerig beschreven, speciaal door de personen sprekend, met hun eigen woorden, op te laten treden. Het belangrijkste is kennelijk: de inkeer, de reactie van de vader en de houding van de oudere broer.
Andere vragen, die soms zinvol kunnen zijn, zal ik nu alleen maar opsommen: waar spelen de gebeurtenissen zich af, zijn er parallellen of contrasten en hebben die een functie in het geheel van het werk? Wie zijn de hoofdfiguren en wat komen we te weten over hun karakters? We staan natuurlijk stil bij het taalgebruik, het verband met de tijd waarin het werk is ontstaan en eventueel ook het verband met ander werk van de schrijver. Maar het belangrijkste is vooral dat wij ons gaan afvragen: welke "motieven" en welk “thema" vinden we in dit verhaal?

Motieven: Waar heb ik dat meer gehoord?

De zoon vraagt niet vriendelijk aan zijn vader om geld: hij EIST waar hij RECHT op heeft. Hier is iets mis in de verhoudingen: het motief van het “generatieconflict”. U vindt het in talloze streekromans, en in moderne literaire werken.
Een volgend motief is dat van de zucht naar avontuur en zelfstandigheid: Dag vader, en dag moeder! In een klas kunnen daar mooie gesprekken over ontstaan.
“Motieven" zijn herkenbare elementen we hebben ze meer ontmoet, of kunnen ze tegenkomen in andere literatuur, maar ook in ons eigen leven!
Nog enkele van die motieven?
Armoede na rijkdom (wijntje en trijntje?), nood leert bidden, de liefhebbende en vergevingsgezinde vader (die zijn zoon al van verre zag aankomen, de jaloerse broer (voor sommigen nu misschien het type van de bekrompen, kleinburgerlijke sukkel die niet eens het lef heeft gehad de wereld in te trekken).
En wat is nu het belangrijkste in dit verhaal?
In de vorige paragraaf hebben we al geconstateerd: de zoon komt met berouw tot zijn vader en wordt met vreugde ontvangen.
De houding van de broer wordt afgekeurd.

Eigenlijk begint het nu pas goed!

Het belangrijkste "motief", de grondgedachte, noemen we ook wel: het "thema". We vragen ons af: wat heeft de schrijver met dit verhaal willen uitdrukken? Deze gelijkenis komt uit de bijbel. Jezus heeft ons met een voorbeeld een algemene waarheid willen leren.
Wij proberen nu die algemene waarheid in eigen woorden weer te geven. Vanuit de klas kreeg ik omschrijvingen als: je moet iemand die verkeerd gedaan heeft, met begrip tegemoet treden, en: je ouders staan altijd voor je klaar. Maar tenslotte kwam dan toch: Alle mensen kunnen altijd bij hun vader, God, terecht.
Wat wij nu gedaan hebben, zal u misschien niet eens als erg nieuw, als modern, voorkomen.
De onderwijzer op de lagere school heeft ons datzelfde al geleerd en de dominee doet het ook in zijn preek: er zit een algemene waarheid achter dit verhaal: Het gaat maar niet om één zoon die bij de Vader terug kan komen. maar dit geldt voor álle mensen. Onze Vader, God, verlangt ernaar dat ook wij van onze verkeerde weg terugkomen naar Hem toe!
De gelijkenis moet "geabstraheerd" worden, d.w.z. weggetrokken van het éne concrete voorbeeld naar de algemene waarheld die erachter ligt.

Ook in de literatuur

Verhalen en romans kunnen behandeld worden, alsof het gelijkenissen zijn, wij kunnen "abstraheren", d.w.z. naar de algemene gedachte zoeken die erachter ligt.
De titel kan soms al een aanwijzing zijn. Een roman over moderne jeugd, geschreven door A. Rutgers van der Loeff-Basenau heet: Alleen tegen alles. Het kan natuurlijk zijn dat de titel pas duidelijk wordt, nadat u het boek gelezen hebt. Soms ook wordt de titel in het boek zelf verklaard, zoals in “De Werkers van het elfde uur” door Bruce Mashall: abbé Gaston. oud en invalide, wordt afgeschoven naar een nonnenklooster en onderweg, in de trein, (ik citeer nu) "meende hij te gaan begrijpen waarom de werkers in de wijngaard allemaal een tienling kregen, of ze nu de hitte van de dag gedragen hadden of niet.
Hij geloofde dat het was, omdat zo veel van de arbeid zijn eigen beloning was. Hij besefte plotseling dat hij ais priester zeer gelukkig was geweest."
Er is een boek met besprekingen van literaire werken vanuit een christelijk perspectief, het heet "Uitgelezen". Als thema's in de boeken van W. F. Hermans worden daar genoemd: De mens staat alleen, wezenlijk contact is onmogelijk.
Ook de familieverhoudingen zijn krachteloos.
Goede bedoelingen hebben een negatief resultaat.
De mens is nietig, zijn bestaan is zinloos.
De mens wordt geleefd door het toeval.
Het leven is een chaos, waarin de mens er beroerd aan toe is, en waarin hem alles mislukt.
De mens tracht wel aan de chaos te ontsnappen, maar dat kan alleen maar tijdelijk; hij houdt zichzelf ermee voor de gek.
Tenslotte citeer ik nog uit de inleiding hij "Verhalen na '60" door M. Hartkamp. "Algemeen aanvaarde waarden als eerlijkheid, naastenliefde, regelmatige arbeid en bescheidenheid worden bespottelijk gemaakt."
Ik neem aan dat u nu wel beseft dat boeken inderdaad gevaarlijk" kunnen zijn.

Het nut van bewust lezen

Als wij een boek lezen, laten wij ons meeslepen in een andere werkelijkheid.
De schrijver weet “spanning" aan te brengen, wij voelen ons nauw betrokken bij wat er in het boek gebeurt en we kunnen soms met een schok tot de ontdekking komen dat ons moreel voordeel helemaal uitgeschakeld of “omgeschakeld" is. Wij kiezen de partij van de misdadiger of zelfs van de moordenaar: als de sadistische, perverse fabrikant die zijn ondergeschikten heeft uitgebuit en hun dochters heeft misbruikt, door een woedende menigte arbeidersvrouwen letterlijk aan flarden wordt gereten, kan dat onze volledige instemming krijgen, als de schrijver ons maar op de juiste manier weet te beïnvloeden.
Wij kennen toch allemaal de ervaring dat wij met grote innerlijke spanning een persoon in een boek hebben gevolgd? En sommige beschrijvingen van sexuele handelingen hebben ons wel eens zó geboeid dat wij ons daarna niet aan een gevoel van schuld konden onttrekken.
Zo zal een lezer ook de invloed ondergaan van de totale gedachtenwereld die achter een bepaald boek schuilgaat, zeker als die daarin voortdurend, maar onopvallend, verborgen, aanwezig is.
En dan is het nuttig dat wij ons bewust worden van die gedachtenwereld en levensbeschouwing.
En daarom is het goed, soms zelfs noodzakelijk, dat wij welbewust zoeken naar wat "motieven" en "thema" heet.
Daarmee kunnen we die onbewuste beïnvloeding tegengaan.

Lezen is geen vrijblijvende zaak!

Als wij dan geprobeerd hebben de ideeën, de wereldbeschouwing achter het boek, bewust naar voren te halen, in woorden weer te geven; zullen we niet meer ontkomen aaneen beoordeling. Ik geloof dat ik daar nu niet verder op in hoef te gaan; alleen wil ik, wellicht ten overvloede, nog eens zeggen dat die beoordeling in de klas ook hoort te gebeuren, maar dat ouders hier een éérste taak t.o.v. hun kinderen hebben. U hebt bij de doop niet alleen beloofd uw kinderen te doen onderwijzen!
In het gezin moeten de kinderen leren hóe zij de geesten kunnen beproeven.

Nog wat informatie en adviezen

Er zijn verschillende boeken met besprekingen van literaire werken.
Eén heb ik al benoemd: Uitgelezen, deel1 en 2, onder redaktie van het Christelijk Lektuur Centrum, uitgever: Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum, ’s-Gravenhage.
Er verschijnt nu ook een tijdschrift van dezelfde naam; ik kan u aanraden u te abonneren.
Veel informatie en ook inzicht in het moderne levensgevoel kunt u opdoen uit: Een boos en overspelig geslacht door G. Slings. Uitgever: Oesterbaan & Le Cointre, Goes.
Moderne verhalen kunt u Gezienin: Kort Geding, door J. J. Oversteegen en in het al genoemde: Verhalen na '60, door M. Hartkamp, beide uitgegeven bij Van Gennep, Amsterdam.
Wilt u iets meer weten over een bepaalde schrijver, dan kunt u o.a. heel aardig terecht bij werkjes, uitgegeven door Versluys in Amsterdam: In contact met het werk van moderne schrijvers (Wolkers, Mulish, Hermans, Ruyselinck, Lampo, Raes.) Sommige scholen abonneren zich op de z.g. "Bulkboeken", dat zijn boeken op kranteformaat. Helaas moet ik u een abonnement daarop afraden, gezien de bedenkelijke keuze die de uitgevers hebben gedaan. Ik weet dat op een bepaalde school heel wat protesten van ouders zijn binnengekomen, juist vanwege de Bulkboeken.
Tenslotte: het meest binnen uw bereik liggende schoolboeken van uw kinderen en de aantekeningen die zij over gelezen boeken hebben gemaakt. Waarom zou u daar niet eens in kijken? Een gesprek met uw kinderen, over die boeken, zal uitermate zinvol kunnen zijn.
De moderne literatuur raakt ons allemaal, daarom zou op wijk- of gemeenteavonden daar ook wel eens aandacht aan besteed kunnen worden.
Ook nu eindig ik weer met een gedicht; het is van Jan Wit:

Zeven maal zeventig keer
heb je de tijd
om gissend en missend,
door schande en schade wijs,
te ontkomen
aan de kwade droom
van de wenteltrap eeuwigheid.

Dit is de tijd,
de tijd om te zorgen,
zorgende staan
met je rug naar het vuur.
bloot aan de dood,
in het leven geborgen,
lezen de schaduwen van morgen
spelender-, spellenderwijs op de muur.

Dit is de tijd.
God zelf staat
zonder zich te verroeren
andersom.

Dit is de tijd.
Er gebeurt geen wonder,
maar Hij telt
langzaam
van één tot honderd,
tot honderdtien ... en dan: "Ik kom".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief