Jeremia 4: 5-5 : 9
1976-06-25
Alarm- Jaargang 20
- nummer 26
Centraal staat in dit gedeelte de aankondiging van Gods oordeel, waarbij. we weer goed moeten vasthouden, dat dit oordeel WOI1dt aangekondigd met de bedoeling de veltrekking ervan te voorkomen, In 4: 5-8 weerklinkt de alarmkreet dat het onheil uit het Noorden nadert. Halsoverkop vluchten te mensen uit het binnenland naar de versterkte steden (vs. 5, 6), zoals dieren verschrikt wegvluchten en wegstuiven als een leeuw die in het struikgewas lag te doezelen, opstaat en tevoorschijn komt. (vs 7).
Overigens zal die vlucht niet veel baten. Want de vijand uit het Noorden, die nog niet met name wordt genoemd, komt niet alleen om het binnenland tot een woestenij te maken, maar ook om de steden te verwoesten (vs 7). Er is daarbij sprake van Jahweh's brandende room (vs 8). juist dat maakt het zo verschrikkelijk. Natuurlijk is het altijd verschrikkelijk als oorlogsgeweld over je heen raast. Er bestaat een Duitse uitdrukking, die de oorlog voorstelt als een plezierige zaak, een soort vakantiereisje; der Frische, fröhlige Krieg. Dat is gewoon een misdadige uitdrukking. Oorlog is geen pretje, maar altijd een afschuwelijke zaak. Maar' toch kan het zijn dat je in zo'n verschrikkelijke situatie terecht komt en dat je bestaan door zo'n oorlog gehavend en verminkt wordt en dat je dan vrede met God hebt en zeker weet: dit is geen oordeel van God over mij. lik heb hier niet te maken met Gods room tegen mij.
Maar bij Israël was er wel degelijk sprake van Gods oordeel. De vernietigende oorlog die over hen gaat komen, is niet alleen maar een oorlog maar bovendien uiting van Gods brandende toom. Dat maakt de verschrikking en ontreddering volkomen.
Paniek
Van die ontreddering en paniek geven de verzen 9 en 10 een tekening, In rampsituaties is het voor een land van beslissend belang dat de leiders het hoofd niet verliezen.
Maar dat zou in Jeruzalem nu juist wel gebeuren. En dan is er geen. houden meer aan. Als de koning en zijn ministers en de priesters en profeten het niet meer weten en het niet meer zien zitten, is de chaos kompleet. Koning en vorsten zal het hart ontzinken. Het hart is de directiekamer, het hoofdkwartier 'Van het leven. Als in een oorlog het hoofdkwartier van een leger wordt uitgeschakeld, komen er geen bevelen meer door naar de troepen. Dan is het leger stuurloos geworden.
Het brokkelt uiteen en is ten ondergang gedoemd.
Zo zal het gaan met de politieke leiders in Jeruzalem. Hun directiekamer ontzinkt hen, wordt uitgeschakeld.
Er is geen coördinatie meer. Hun optreden is stuurloos geworden en daarom kunnen ze ook geen leiding meer geven. En de priesters zullen verbijsterd staan.
De priesters waren degenen naar wie je toeging als je leven klem zat en vastgelopen was door je zonden of als het gehavend was en je geen gezicht meer had. Zij waren het die dan je wonden verbonden, je troosten nieuwe moed gaven. Zij waren het die met het bloed van het offerdier verzoening realiseerden ·en voor je baden en je zegenden, zodat je weer verder kon.
Maar de priesters in Jeruzalem zullen zelf verbijsterd staan en zelf helemaal. klem zitten. En wie zelf klem rit en geen uitzicht heeft, kan geen troost aan anderen geven, Dat geldt ook van de profeten. Zij zullen zich ontzetten. Profeten zijn mensen die de weg van God aanwijzen. Zij geven aan wat het volk moet doen om in Gods wegen te wandelen en wat God zal doen voor zijn volk.
Maar de profeten zullen dan ook niet meer weten hoe ze het hebben.
Ze zullen met stomheid geslagen zijn en niet in staat zijn iemand te helpen, omdat ze zelf niet meer weten waar ze het z0eken moeten.
Zo groot zal de ontreddering zijn. Alle leiders zullen volkomen uit het lood geslagen zijn.
Misplaatst vertrouwen
Waar komt die ontredding bij de leiders vandaan? De profeten hadden altijd aan het volk voorgehouden: Jahweh koestert gedachten van vrede jegens u (vs 10).
Maak je niet angstig. Wees niet bezorgd. Laat je niet door de vijand van de wijs brengen. Jahweh is met ons. Wat kunnen nietige mensen doen? Vrede zal er zijn. Vrede.
Zo hadden ze altijd gesproken. En ze hadden zelf in hun boodschap van vrede geloofd, als wij over valse profeten horen spreken, denken we onwillekeurig aan figuren die de mensen welbewust en opzettelijk misleiden. Natuurlijk zijn er ook zulke valse profeten. Maar opzettelijk bedrog is beslist niet kenmerkend voor valse profeten als zodanig, We kunnen rustig stellen dat de meeste valse profeten zelf van de waarheid van hun boodschap overtuigt zijn. Dat maakt het juist zo griezelig.
Kijkt u maar eens naar de manier waarop ze reageren als hun wereld in elkaar stort. Ach, Heer Jahweh, Magen ze, u hebt dit volk en Jeruzalem bedrogen met de belofte: vrede zal heersen bij u. Moet U eens zien wat ervan terecht gekomen is: het zwaard is ons op de keel gezet (vs 10).