Over homofilie (1)

1976-07-02
  • Jaargang 20
  • nummer 27
Onlangs heeft in het dagblad Trouw mijn naam geprijkt opeen lijst van min of meer bekende persoonlijkheden in ons land die een aanbeveling deden uitgaan voor een pastoraat dat in Parijs wordt opgezet ten behoeve van homofielen (Stichting Bijzonder Pastoraat Buitenland): Daaronder kwamen namen voor, met welke de mijne niet vaak in één adem genoemd wordt. Dat is opgevallen en een enkeling heeft mij daar vragen over gesteld. lk voel mij daarom gedrongen om in het publiek rekenschap af te leggen van mijn handtekening (en medewerking) voor dit project.
Ik stel hierbij voorop, dat elk provoceren mij op dit punt vreemd gebleven is. Daar is het onderwerp veel te gevoelig voor. Het is dus niet zo, dat ik mijn naam voor dit werk als een halletje in het publiek heb opgeworpen, in de verwachting -dat het dan wel verder zou rollen. Door mijn pastorale werk ben ik in aanraking gekomen met dit probleem en met dit project en het zou werkelijk al .te laf geweest zijn, wanneer ik in het stadium van publiek naar buiten treden afgehaakt zou hebben, Uit hoofde van die voorgenomen verantwoording wil ik nu twee stukken publiceren. Het ene is een artikeltje uit het onofficiële kerkblaadje van de gemeente van Amsterdam-Centrum. Daarin bood ik, nog voordat mijn naam in Trouw verscheen, enige informatie over dat Parijse project. Het artikeltje kan ook voor onze lezers dienen.
Ik riskeer daarmee de indruk, dat ik me nu al weer landelijk opwerp als geldverzamelaar voor een goed doel. Je kunt zulke acties namelijk niet naar believen vermeerderen, zonder je geloofwaardigheid te verliezen. Ik besef dat en zeg daarom dat de actie zèlf nu in dit verband voor mij bijzaak is. Het gaat me vooral om de benadering van het probleem der homofilie.
Maar natuurlijk, ah iemand er zich door aangesproken gevoelt, wat let hem of haar dan om naar het giroboekje te grijpen? Het gebeurt soms, nietwaar, dat een bepaalde actie je recht in het hart treft, zodat je er niet meer van los komt. Welnu, mijn gironummer is toegevoegd en, omdat dat een voorlopige oplossing is, noem ik daar het nummer van genoemde Stichting maar bij: Stichting Bijzonder Pastoraat Buitenland, postgiro 3560909. Voort is er een rekening geopend bij de Banque de Paris et des Pars-Bas, Willem van Weldammelaan 41, A’dam-Buitenveldert onder nr. 63.35.68.015.
Het openstellen van mijn eigen rekening had en heeft ten doel om samen als vrijgemaakte gereformeerden een steunbedrag laan te bieden ter bemoediging van de predikant die dit werk gaat doen.

Bij de steunverlening, zoals die vanuit de gemeente van A'dam-Centrum op gang gekomen is, heb ik een ervaring opgedaan, die ik u niet wil onthouden. Het is mij namelijk opgevallen, dat als je pleit voor een verruiming van de levensmogelijkheden voor de homofiele mens, je vaak te horen krijgt: ja, maar de ongetrouwde vrouwen dan, die toch ook de mogelijkheden missen om hun leven te verrijken door het kiezen van een levenspartner...? W,ie is er, die van zo'n argument niet onder de indruk komt? Maar wat heb ik nu zien gebeuren? Dat de steun voor dit Parijse project met name kwam van de zijde van eenzamen, wier alleen zijn niet vrijwillig gekozen is. Dat wil zeggen, dat degenen die het eerst gerechtigd waren om dit aansprekende argument te' gebruiken, het niet deden, maar integendeel voorop gingen in begrip. Kunt U begrijpen, dat ilk er van nu af niet meer ondersteboven van ben, wanneer niet-eenzamen dit argument naar voren brengen? Het komt blijkbaar niet uit het hart, , maar U1ithet 'hoofd; niet uit het leven, maar uit de studeerkamer. Tot zover. over het eerste stuk.

En vervolgens wil ik in twee gedeelten een preek over het onderwerp publiceren. Ook hierbij stel ik er prijs op, te zeggen, dat ik echt niet Iichtvaardig over zulk soort onderwerpen pleeg te preken. Maar de nood was mij een paar weken geleden opgelegd, omdat we op 't ogenblik in de leerdienst op de zondagmiddag de brief aan de Romeinen lezen en trachten te verstaan. Zodoende kwam het bekende gedeelte uit hoofdstuk één vanzelf aan de orde.
Een broeder uit de gemeente heeft de zorg voor een afzonderlijke uitgave van deze preek op zich genomen. Die uitgave zal trouwens heel de liturgie bevatten, dus ook wat gezongen en gelezen en gebeden is, vol uit geschreven. Deze preek is vanaf half augustus a.s. te bestellen door storting of overschrijving van f 2,50 op postgiro nr. 63 23 29 onder letter W ten name van H. v.
Dijk, Karhuizersstraar 1, Amsterdam.
Het batig saldo van deze uitgave zal bestemd zijn voor de Stichting Bijzonder Pastoraat Buitenland, die het pastorale werk onder homofielen, dat ds Joseph Doucé in het najaar van 1976 in Parijs zal beginnen, financieel mogelijk maakt. Ook bij deze gelegenheid herhaal ik da t ik tot een publieke gedachtewisseling over het gebodene met wie dan ook bereid ben. We spreken daarbij echter van te voren af, dat een zodanige discussie beëindigd wordt, wanneer ik vind dat de argumenten voor en tegen voldoende aan het woord gekomen zijn. Het gaat dus niet om de vraag, wie het debat wint, maar om een zo breed mogelijke informatie van de lezer, die zelf over de gegeven argumenten moet oordelen. Maar eerst nu het stuk uit het gemeenteblaadje van Amsterdam-Centrum:


Ds Joseph Doucé
'n Enkele maal kunnen wij in onze kerkdiensten ds. Joseph Doucé ontmoeten.
Hij is een vriendelijke Franse, ook Vlaams spreken/de, baptistenpredikant (uitgetreden R.K.-
priester), met als laatste standplaats het Noord-Franse stadje Lens, in het mijngebied. Eigenlijk heb ik hem via mijn werk in Frankrijk wat beter leren kennen. Maar reeds vanaf 1974 verblijft hij hier in Nederland en wel in onze stad, alwaar hij op een beurs van de Wereldraad van Kerken het verschijnsel van de homofilie bestudeert onder het aspect van de zielszorg, Ds Doucé wil namelijk zelf in Parijs een pastoraat onder homofielen (onvergelijkbare minderheden) beginnen, In de franse kerken echter, zowel van baptistische als van andere protestantse signatuur, stuit hij met dit plan op grote weerstanden. Het zijn jammer genoeg juist de bijbelgetrouwe kerken en groeperingen, die hem hun medewerking en steun weigeren. En dat niet vanwege zijn instelling tegenover het evangelie, want geestelijk behoort hij juist bij de zogenoemde evangelisten.
Ondanks deze tegenstand of gebrek aan steun blijft ds Doucé bij zijn voornemen om vanaf deze zomer in Parijs in het negen/de arrondissement (Place Bigalle en omgeving) het door hem zeer nodig geachte werk te starten. Van een kroegbaas heeft hij verlof gekregen om 's zondagsmorgens in de (dan) lege zaal van diens etablissement eredienst te houden. (Ik heb al een preekverzoek gekregen; van hem dan, want een kerkenraad is er natuurlijk nog niet).
Maar ter zake nu. Ds Doucé heeft, in Nederland verblijvende, enkele mensen voor zijn werk weten te interesseren. Dezen hebben zich verenigd in een stichting voor buitenlands pastoraat onder homofielen. Deze stichting wil dit werk ook financieel mogelijk maken, omdat de eventuele steun van de Wereldraad door een veto bij voorbaat van de franse kerken geblokkeerd is. Hoewel men in Nederland iets verder is wat betreft het inzicht in de noodzaak van zulk werk, is het nu evenwel ook hier zo, dat de rechtzinnigheid het wat laat afweten. Dat is merkbaar in de samenstelling van genoemde stichting.
Inderdaad zijn daar mensen bij met wie ik in veel opzichten diep van mening en prediking verschil, hetgeen in de besprekingen ook duidelijk blijkt. Wat ons verenigt is, dat we vanuit het evangelie van Jezus Christus de noodzaak van dit werk zien, Persoonlijk weet ik niet precies, hoe ik over homofilie moet oordelen. Dat de Schrift homoseksuele ontucht veroordeelt, is zeker (b.v. Romeinen 1), maar of alle homoseksualiteit ontucht is, staat voor mij niet vast. Ook of het verschijnsel geneesbaar is, laat ik in het midden. Vast staat voor mij wel, dat er ook voordat zulke vragen opgelost zijn, vanuit de liefde van Christus hulp geboden moet worden. Welke hulp - dat laat ik graag over aan iemand als ds Doucé, die duidelijk door deze liefde van Christus geïnspireerd·is.

Waarom schrijf ik dit stukje? Ik zou u voor dit project willen interesseren, zodat u er zich verantwoordelijk voor gaat voelen. Dat zal mij, voor wat de hele gemeente betreft, n:iet lukken en dat behoeft ook niet. Daar ligt het allemaal veel te gevoelig voor. Er voor collecteren in de eredienst bijvoorbeeld zou eer verdelend dan verenigend werken. Maar misschien zijn er in onze gemeente, die met mij de overtuiging delen, dat ds. Doucé voor dit nodige werk niet enkel uit min of meer vrijzinnige kringen zijn steun moet ontvangen; dat hij juist door de christenen bij wie hij zich het meest thuis voelt, niet in de steek gelaten mag worden. Steun van die kant zou voor hem een grote bemoediging betekenen. lk zoek dus naar donateurs, die regelmatig een Iiefdegave voor dit werk over hebben. Voorlopig stel ik mijn postgironummer open (989277), maar ik hoop, dat iemand van u dat van mij overneemt. Want ten eerste ben ik Oliet sterk in administratie en ten tweede zit ik niet om extra werk verlegen. Hoewel ds. Doucé ongetrouwd is, zal er voor hem om te leven en te werken toch een aanzienlijk bedrag nodig zijn. De begroting spreekt van plm. f 50.000-, Wat zou het fijn zijn, als een deeltje daarvan uit ons midden opgebracht zou kunnen worden.

Tot zover het Amsterdamse gemeenteblaadje. De volgende twee keren, zo de Here wil, de preek.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief