Wie laaft wordt ook zelf gelaafd

1976-07-02
  • Jaargang 20
  • nummer 27
De bijbel houdt ons voor: Die zegen spreidt, wordt zelf ruim bedeeld en die besproeit wordt zelf mild begoten. Wij moeten zegenende zielen zijn, dat wil zeggen: mensen, die met weldoen een zegen mogen zijn voor andere mensen. Niet mensen, die tegenover het leven staan met inhalige armen: grijpen, jongens, wat er te grijpen valt. Ieder tientje is er weer één! Nee, maar mensen die uitstrooien met zegenende handen; die in praktijk brengen: hoe kan ik naar vermogen anderen ten dienste staan? Als de heilige Geest wordt uitgestort op het joodse Pinksterfeest, dan is de eerste vrucht van die uitstorting dat zich geven aan een anderen en daar kwam de portemonnee aan te pas. Dan lezen we: 'De menigte van degenen die geloofden was één van hart en ziel en niemand zei, dat iets van hetgeen hij had. zijn eigen was, maaralle dingen waren hun gemeen. De rijken hadden wel hun eigendommen en particuliere bezittingen. Maar ze gingen na wat kunnen wij voor anderen er mee doen?
En toen verkochten ze landen en huizen, om met de opbrengst uit te delen aan armen en behoeftigen en opdat de liefdemalen en de kerkdiensten voortgang konden hebben.
Het waren zegenende zielen, die mensen ah Barnabas. Maar ze werden zelf gelaafd met het vette van 's Heren huis.
Zo mogen we het ook in ons eigen leven zien en ervaren: zegenen/de zielen vet gemaakt. Zij, die anderen laven, wonden zelf gelaafd.
Dat is een vast verschijnsel, een regel, een wet in het koninkrijk. der hemelen: doet goed en leent zonder iets weder te hopen. Paulus zegt: 'Een mens oogst wat hij zaait. Is de akker waarop u zaait uw zelfzucht, dan zult u er dood en verderf van. oogsten. Maar is de g,rond waarin u uitzaait de Geest, dan zal hij u als oogst het eeuwige leven opleveren. Het mag ons nooit teveel wonden goed te doen. Want als we niet verslappen zullen we te zijner tijd de oogst binnenhalen.
Zolang we de kans hebben, moeten we voor ,iedereen goed zijn, maar vooral voor onze geloofsgenoten' (Galaten 6 : 7-10). En bij een andere gelegenheid vermaant hij de gemeenteleden in Corinthe: 'Denk eraan: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten. Laat iedereen geven waartoe hij in zijn hart heeft besloten, ronder gevoelens van spijt of dwang. Want God houdt van een blijmoedige gever'.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief