Misplaatst vertrouwen (vervolg)
1976-07-02
Dat was een verschrikkelijke desillusie voor die profeten. Ze hadden altijd gehamerd op Gods beloften. Die hadden ze heus niet zelf verzonnen. Ze waren echt door God gegeven: vrede zal heersen. En toen de hemel- hoven Juda en Jeruzalem betrok en steeds zwarter werd, hadden ze de mensen gewezen op de belofte van God. Vertrouw nu maar op die belofte, zeiden ze. Daar kun je op aan. Zo zegt Jahweh : Vrede.- Jaargang 20
- nummer 27
Je zou zeggen: bijbelser kan het niet. Wat is er nu bijbelser dan Gods beloften aangrijpen en daarop vertrouwen? Dat deden ze. Maar toch kwam over hen Gods oordeel in plaats van Gods vrede. En toen stortte hun hele wereld' in elkaar. De bodem viel onder hun voeten weg. Ze tuimelden in een luchtledige en zeiden: Jahweh heeft ons op een gruwelijke manier bedrogen. Dat is inderdaad een verbijsterende ervaring. En de vraag komt op: Hoe is het mogelijk dat je op Gods beloften vertrouwt en toch de mist in gaat?
De sleutel voor het antwoord op die vraag ligt in het gedrag van het voIk. Ze trokken zich in hun dagelijkse levenspraktijk niets van Gods gebod aan (4 : 14, 17, 18). Uw handel en wandel heeft u dit berokkend, dat komt van uw boosheid, zegt Jahweh. Wie zijn levenswandel Gods gebod naast zich neer legt, maar wel zijn beloften aangrijpt, zal ondervinden dat zijn vertrouwen op die beloften misplaatst is.
Speurtocht in Jeruzalem
Dat die wetteloosheid bij het volk geen verzinsel is, wordt in hoofdstuik 5 nader toegelicht. In vers 1 krijgt Jeremia de opdracht daarnaar een onderzoek in te stellen.
Doorkruis Jeruzalem eens, Jeremia, zegt de Here. Kijk goed uit je ogen. Kam de hele stad maar uit, straten en pleinen. En -Ik loof een hoge beloning Wit. Als je in de hele stad ook maar iemand kunt vinden - ééntje maar! - die recht doet en oprechtheid betracht, zal ik de hele stad vergeving schenken en het oordeel niet voltrekken, zo erg was het. De wetteloosheid heerste in de stad. Iedereen was erdoor aangetast. En ze zweren nog wel bij mijn naam, zegt Jahweh, maar denk niet dat je hen vertrouwen kunt (5 : 2).
Jeremia moest erkennen dat de HERE ·de situatie juist getaxeerd had. Hij liep door de straten en pleinen van Jeruzalem op zoek naar iemand - één e11lkell'ingmaar - die Jahweh oprecht vreesde en met Hem wandelde. En reken maar dat 'hij goed gezocht heeft.
De beloning die de Here had uitgeloofd was dat wel waard. Maar hij vond er niet één. Heel 'het publieke leven in Jeruzalem was doortrokken van onoprechtheid en onbetrouwbaarheid, En hij moet erkennen: het is een hopeloze situatie. Ze hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een rots. Je kunt er nog zo hard tegenaan praten, het haalt niets uit. Zelfs hardhandig ingrijpen had geen effect (vs. 3). Maar Jeremia geeft zich nog niet gewonnen. Hij legt zich nog niet bij de situatie neer (vs. 4 en 5). Hij denkt bij zichzelf: wat ik nu gezien heb, is het gewone volk van de straat. En het is eigenlijk niet zo vreemd dat er bij hen zoveel afval is. Want die mensen hebben tenslotte geen kennis. Die arme sloebers moeten veel te hard ploeteren voor hun dagelijkse boterham. Ze hebben geen tijd om zich inde wetten van God te verdiepen.
Daar komen ze gewoon niet aan toe. En daarom weten ze niet beter. Ze weten niet wat God van hen vraagt. Maar bij de groten, de rijken en aanzienlijken en de intelligentsia zal het wel anders liggen. Die hoeven niet dag in dag uit krom te liggen voor hun levensonderhoud.
Zij hebben genoeg vrije tijd. Zij kennen die weg 'des HEREN vast wel. Zij zullen wel weten wat God van hen vraagt.
Maar toen Jeremia met hen ging spreken, bleek dat ook zij zonder uitzondering het juk verbroken en de banden verscheurd hadden (vs. 5). Ze hadden heel de dienst van Jahweh overboord gezet. Ze spraken nog wel over Jahweh. Zeker wel. Maar ze hadden heel het pakket van voorschriften en leefregels dat Jahweh gegeven had, opzij geschoven.
Dat vonden ze veel te kinderlijk. Het belemmerde hen in hun vrijheid. Als je echt wilde leven en uit het leven wilde halen wat er in zat, kon je je niet aan die voorschriften van Jahweh storen.