Nog eens: een rondblik

1976-07-02
  • Jaargang 20
  • nummer 27
In het nummer van de vorige week heb ik een en ander verteld van wat ik in de lectuur van allerlei kranten en tijdschriften ontdekte. Ik deed dat ter nadere informatie van onze lezers. We moeten weten wat 'er rondom ons aan de hand is. Ik wil daarmee nu nog even mee doorgaan.

Ik begin met weer te geven wat ik over de Antirevolutionaire partij las. Het is het volgende: "De Antirevolutionaire Partij verliest ai jaren duizenden leden per jaar en daarin is in 1975 geen verandering gekomen. Het nettoverlies van. het vorige jaar (na aftrek van nieuwe leden) was 2266 leden. Er bleven er 59495 over en dat betekent dat de partij sinds 1963 bijna gehalveerd is. Toen stond de A.R. op een toppunt: 100.847 leden.
Het geringe verlies van het vorige jaar stemt het secretariaat tot 'enig optimisme gezien het aantal, aanmeldingen na de bekende rede van Aantjes op het C.D.A-congres in Den Haag. Desondanks gaan de verliezen door het vergrijsde 'ledenbestand en de deconfessionalisering voort. Een woordvoerder van het Secretariaat verklaarde: "Gegeven de verliezen van de afgelopen jaren kan [ezowat uitrekenen hoelang de AR.P. bestaat, als we tenminste ai! niet eerder opgaan in het C.D.A'. Me dunkt dat in dit stuik vooral van belang is wat daarin opgemerkt wordt over de "vergrijzing" van de partij.
Dat is een bedenkelijk symptoom. Want de regel: wie de jeugd heeft, heeft de toekomst, geldt nog steeds. Waarom heeft de AR.P. blijkbaar zo weinig aantrekkingskracht voor de jeugd?

Het bericht over de antirevolutionaire partij trekt als van zelf de aandacht naar de jeugd.
Ook daarover kreeg ik één en ander onder ogen.
Vooreerst een jaarverslag van het L(andelijk) C(entrum) G(ereformeerd) J(eugdwerk). Dit is de organisatie van de (synodaal) Geref. Jeugd. Het is een enorme organisatie.
Op 1 november 1974 waren er 88.679 jongeren 'in dit geref. jeugdwerk betrokken, waaronder 12.642 "kadeleden"'. Deze organisatie ontvangt ruim 1,8 milljoen gulden staatssubsidie. Met de Hervormde jeugdorganisatie heeft zij haar centrum in bet gebouw "De Drieburg' in. Driebergen. Daarin wordt ook "vormingswerk" in internaatsverband verricht.
In het deputatenrapport "Jeugd en Jongerenpastoraat" dat ingediend werd op de laatstgehouden synode kwam ook het L.G.C.J. ter sprake. Ik las daarover het volgende bericht: "In de besprekingen op de synode van de Geref. Kerken over het deputatenrapport jeugd en jongerenpastoraat werd herhaaldelijk gewezen ,op het probleem van de geringe bijbelkermis bij vele jongeren.
Ds H. Hoogenhuis. functionaris van deputaten, vertelde dat op deze problematiek momenteel binnen het deputaatschap hard wordt gestudeerd. In een nog te verschijnen publicatie van deputaten zal worden ingegaan op de helle problematiek van gezin, school en -kerk, Hiermee reageerde hij ook op de uitlatingen dat de geloofsoverdracht in het gezin all problematisch is. Volgens ds Hoogenhuis zijn er veel communicatiestoornissen tussen ,gezin en school. Het kan zijn dat de een verder is in zijn denken 'over het geloof dan de ander en dat 'leidt soms tot irritatie aan beide 'kanten. Hij legde er de nadruk op dat de verantwoordelijkheid van de geloofsoverdracht niet ligt bij het gezin, school en kerk apart, maar in de totaliteit van de gemeente. Hij waarschuwde er voor niet teveel van deputaten te verwachten in dezen en daarmee de verantwoordelijkheid als gemeente af te schud, ven: “Want in de gemeente moet het eigenlijk gebeuren". De heer G. Barger, adviseur van deputaten en staatslid Landelijk Centrum voor Geref. Jeugdwerk waarover ook vragen waren gesteld, zei dat het L.C.G.J. in de besprekingen met staatssecretaris Meyer van CR.M. de subsitiënt ,geen strobreed op hun weg hebben gevonden wat .betreft de eigen beleidsvoering. "Wij hebben ons beleid aan de staatssecretaris duidelijk proberen te maken en hlj erkent ons voorkomen als organisatie." Over dat beleid' zei hij dat het L.C.G.J. probeert de jongeren vanuit het evangelie toe te rusten voor hum opdracht in de wereld. "Probeer dat ook in het materiaal te herkennen", zo vroeg hij de synode. Ds v. Boobove had in een geladen betoog zijn twijfel uitgesproken over de taal die in het deputatenrapport wordt 'gebezigd. "Wat is dat voor taal? Hij adviseerde deputaten terug te gaan naar de bijbelse manier van denken en wees 10P het belang van bijbelkennis in het bezig zijn met vragen als: wie ben ik en wie is God. "In de bijbel wordt daarop een antwoord gegeven en niet in een of andere filosofie". Ds H. Hoogenhuis antwoordde dat men niet kan volstaan met het advies: naar de bijbel en naar het bijbels denken. "De 'vraag is dan nog wel hoe het dan in. deze tijd is". Hij verklaarde dat deputaten en hij zelf juist met die vraag volop bezig zijn."

In dit stuk staan ernstige dingen. Weinig bijbelkennis bij de jeugd. "Geloofsoverdracht" in net gezin problematisch. En als maar studie daarover. Ook over de vraag "hoe het dan in onze tijd staat met dat terug naar de bijbel en naar het bijbels denken."
Toen ik dit alles over het jeugdwerk gelezen had schoten mij drie dingen te binnen. In de eerste plaats dat voor ruim een halve eeuw voor de Jeugdorganisatie, waarvan het L.G.C de voortzetting is, de Ned. Bond van Geref. Jongelingsverenigingen, door de leden ervan in korte tijd f 150.000 bij elkaar werd gebracht voor een centrum van de arbeid. 't Was toen een tijd waarin een opgeschoten jongen op zijn hoogst 1/20 deel verdiende van wat de tegenwoordige [ongelui beuren. ]k verdiende in die tijd als jong onderwijzer, die elke dag voor een klas van meer dan 50 leerlingen stond, zegge en schrijve f 76-, per maand! Ik overdrijf niet als ik zeg dat die anderhalve ton van toen gelijk zijn aan - minstens! - drie miljoen nu.
lik heb het' ook nog meegemaakt op een "bondsdag" in Nijmegen in 1921 - dat de vergadering met nagenoeg algemene stemmen een aangeboden overheidssubsidie afwees.
En ik geloof dat in zoiets toch ook wel wat school van wat Groen van Prinsterer “volkskracht' noemde. In de tweede plaats dacht ik aan een woord van Gordeau. Die kennen de mensen van nu uiteraard niet meer. Hij was in de eerste decenniën van deze eeuw de grote man van het Ned. Jongelings- Verbond - de "algemeen christelijke" Jongerenorganisatie van toen. Dat Verbond begon in die dagen allerlei nieuwe activiteiten te ontwikkelen.
Maar hij zag onmiddellijk ook de gevaren daarvan! En hij zei tot de mensen van de geref.
jeugdorganisaties: "Denken jullie er goed om, het eigenlijke werk van onze verenigingen: bijbelstudie, bijbelstudie, bijbelstudie wordt al gauw overwoekerd.”
En in de derde plaats dacht ik bij het lezen van deze berichten aan wat ik reeds eerder signaleerde in de "Jelburg" het instituut ter opleiding van geref. jeugdleiders door leden van. de communistische partij een propagandaredevoering werd gehouden. Ik weet niet hoe het momenteel met de "JeIburg" staat. Maar zou er verband kunnen bestaan tussen de weinige aantrekkingskracht van de A.R.P. en de geringe ibijibe1lkennis van de jeugd en de "geest'" die de Jelburgtanen er toe bracht communistische propaganda te laten voeren? Merkwaardig in het verslag is de volgende mededeling: "In Dalfsen, op Hemelsvaartsdag; en in Dronten op 18 oktober, werd een "jongerendag" gehouden. De opkomst van een gering aantal jonge mensen in Dalfsen - 400 - werd door velen als een veeg tegen voor het L.C.G.J. gezien. Wijzelf tillen aan het aantal niet zwaar."

Het zou evenwel volkomen onjuist uit het bovenstaande een generaIiserende conclusie te trekken over "de jeugd van nu." Integendeel, overal onder jongeren wordt openbaar een intense belangstelling voor bijbelonderzoek.
Hoeveel bijbelstudieclubs zijner niet in ons land!En, ik geloof meer dan vroeger, er is onder de jeugd het besef dat geloven getuigen van Jezus Christus' inhoudt, op straffe van een dood geloof te zijn. Als men bijv. let op de activiteit van de jongelui die in de projecten van de "Youth for Christ' b.v. in de “koffiebars" bezig zijn kan men daarvoor alleen maar dankbaar zijn, En op de Ianddag ervan waren maar liefst 8500 jonge mensen bijeen, En ik heb zelf in de voorbije jaren met grote dankbaarheid ervaren met welk een intense belangstelling jeugdgroepen zich met de centrale vragen van het christelijk geloof en met christelijke leven bezig houden. En vooral dat het hun in laatster instantie te doen is om een "radicaal christendom", een christendom waarin Jezus Christus waarachtig Goden waarachtig mens, de verzoening door zijn bloed, zijn lichamelijke opstanding uil de doden, en zijn koningschap over heel het leven, het één en het al is.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief