Joas' einde

1976-07-09
  • Jaargang 20
  • nummer 28
Een pleegvader
In de kerk van mijn jeugd, de Westduinkerk in Den Haag, prijkten sinds overlang een steil Joaskisten.
Voor wie deze instelling niet meer kent: zij dienden om er gelid in te werpen. Gelid dat een speciale bestemming had: restauratie en verfraaiing van het kerkgebouw.
De opbrengstwil niet indrukwekkend - het gebouw trouwens ook niet in diverse opzichten. Overigens heeft de Joaskist zijn tijd gehad. Als ze er nog zijn, zou ik willen suggereren ze te redden voor een (nog te bouwen) kerkelijk museum. Wat altijd nog beter is dan dat de kerk zelf een museumstuk wordt...
De Joaskist heeft zijn beste tijd gehad. Dat had Joas ook toen Jojada stierf (2 Kron. 24: 14c-27). Jojada, de priester die samen met zij," vrouw, prinses Josabarh, de kleine Joos het leven had gered (22 : 10-12). Zolang Jojada leeft, gaat het goed met Joas, Hij brengt niet alleen genoemde offerkist op zijn naam, maar herstelt ook tempel en tempeldienst.
Maar dan komt Jojada te sterven. Op uitzonderlijk hope leeftijd: 130 jaar oud. De láátste van zo hoge leeftijd in het Oude Testament. Joas was zeven jaar oud toen hij koning werd (24 : 1). God heeft - wel, niet ronder goede reden - hem in Jojada héél lang een opvoeder en begeleider gegeven. En als Jojada sterft, dan kun je terecht zeggen: over deze dode niets dan goeds! Hem wordt inderdaad de laatste éér bewezen: deze priester wordt begraven in de stad Davids bij de koningen (vs 16).

Op eigen benen
Maar over de levenden weinig goeds. Joas, gewend aan leiding, komt nu onder invloed van anderen (vs 17). Net zoals indertijd Rehabeam zich Net beïnvloeden door de dwaasheid van zijn jonge kornuiten. Geen wonder, zeggen mensen die het weten kunnen.
Deze jongen heeft nooit de kans gekregen zelfstandig te worden. Dat gaat zich nu wreken. Een zwak karakter, dus makkelijk te beïnvloeden, Maar de tegenvraag rijst: als deze man een "leider" nodig heeft, waarom kiest hij koning op Davids troon - dan niet voor Jahweh? Heeft hij de priesters nooit Psalm 146 horen zingen? Je kunt ook zeggen: nu hij eindelijk op eigen benen komt te staan, moet hij wáár maken dat hij zich dienaar van God weet. Geen mens ontkomt aan een bewuste positiekeuze. Het herstel van de tempeldienst (vs 14) blijkt niet meer dan de opvoering van een religieus stuik te zijn geweest. Joas blijft (vs 17) even op de achtergrond, de oversten - zijn nieuwe vrienden - komen op de voorgrond. Nu zijn zij aan bod: eindelijk is die oude, conservatieve Jojada van het toneel verdwenen. Uit welke overwegingen dan ook komen er ingrijpende veranderingen. Zij verlaten het huis des HEREN en dienen de gewijde palen en afgodsbeelder ... Joas, koning bij de gratie Gods, kón wat doen. Maar hij doet niets, houdt zichzelf op de achtergrond...

Begeleiding van Boven
Dus grijpt God zèlf in: en de HERE zond onder hen profeten om hen tot Zich te doen terugkeren; hoewel dezen hen ernstig waarschuwden, luisterden zij niet (V's 19). Was Joas doof en blind voor Gods room? Greep hij nu niet in? Ja, maar het ging niet tegen hém, zou je kunnen zeggen: hen... hen... hen... zij... En toch had God wel degelijk Joas op het oog. Zoals bIlijkt uit het vervolg, dat doet denken aan Jezus' gelijkenis van de onrechtvaardige pachters (Mt. 21 : 33-46). Lees maar: toen vervulde de Geest Gods Zacharia, de zoon vanpriester Jojada... Joas' stiefbroer, nog echt familie ook, zoon van de man die hem van de dood had gered... De Geest Gods komt over Zacharia; eens over vader David.
En dan snelt God de zaken op scherp: waarom overtreedt gij de geboden des HEREN? Hij laat oorzaak en gevolg zien, in de mildste vorm eerst. Vragenderwijs: waarom wilt gij niet voorspoedig zijn…? Ja, waarom eigenlijk? Er is een weg terug (vs 19). Maar als niemand die weg gaat, dan ontstaat een duidelijke situatie: omdat gij de HERE hebt verlaten, heeft Hij u verlaten .. Nu ze Hem alleen laten staan, gaat Hij ook maar ... Zo staat het met oorzaak en gevolg. Zij zijn begonnen, Niet Hij ... Maar Hij spreekt nog. Hij zwijgt nog niet,

Ongewenste inmenging
Waarop de nieuwe leiders God het zwijgen gaan opleggen. En daar komt Joas weer op de voorgrond - maar hoe! Zij maakten een samenzwering tegen Zacharia en stenigden hem op bevel van de koning in de voorhof van het huis des HEREN ... Z6ver komt het met Joos in zó korte tijd. Joas komt óók in het raam van Jezus' we ord en : profetenmoordenaars van het begin (Genesis) tot het eind (Kronieken), van Abel tot Zacharia, de zoon van Berechja (Mt. 23 : 35).
Erfelijke belasting? Joas' vader wèrd vermoord. Zijn grootvader dood zijn zes broers (21 : 4), zijn grootmoeder roeit haar kleinkinderen u~,t(22 : 10). De weg van David naar Christus is een weg van moord en doodslag. De koningen tijd is bepaald geen gouden eeuw ... Paleis en tempel, trouw en waarheid - het zijn niet meer dan museumstukken. Ze zijn er om bezichtigd te worden, niet om te gebruiken ... Maar het laatste woord is aan Gods profeet. Niemand kan God het zwijgen opleggen, Niemand kan Hem, zijn trouw en waarheid, in het museum bijzetten, Het laatste woord van de profeet is nog een waarschuwing: de HERE zie het en neme wraak. Iemands laatste woorden plegen zwaar te wegen ... Blijft God trouwens niet zeggen: Mij komt de wraak toe - Ik zal het vergelden?
Een gewaarschuwd mens telt voor wijs als zijn leven hem lief is ...


Toch een goede afloop
Joas heeft zich een kind van Izebel getoond (22 : 2). Geen erfelijke belasting. Wel een persoonlijke keuze. Hij heeft de God zijner vaderen verlaten. Nu blijkt dat God hem verlaten heeft. Een handjevol soldaten uit Aram verslaat het zeer talrijke leger van Jukia. De hele buit gaat naar de koning van Damascus (ViS 23, 24).
Gods hand raakt Joas aan: een ernstige ziekte treft hem. En samenzweerders - zijn "dienaren" nota bene - maken een eind aan zijn leven. Een eerloze dood.
Ja, zegt de schrijver, vanwege het bloed van Zacharia. Hij wordt niet eens bijgezet in de graven van koningen ... En wie zijn die dienaren, die hem op zijn bed afmaken?
Een Ammoniet en een Moabiet ... wraak duurt lang en is zoet. Zeker al", het om het voortbestaan van Israël gaat. Eii~erulijk weet ik niet of dit nu een verhaal met een moraal is.
W:ie over joas leest in het boek Koningen, zou aan het eind bijna zeggen: tragisch dat zo’n nman zó aan zijn eind moet komen (2 Kon. 12 : 20, 21). Tragisch - dat zegt ook de schrijver van Kronieken.
Maar hij vertelt er zoveel bij, dat de tragiek in een heel ander licht komt te staan. Niettemin besluit hij broodnuchter: zijn zoon Arnazia werd koning ÏIll zijn plaats. Geen moraliserende conclusie, Wel het doortrekken van de lijn. Een lijn die schijnt dood te lopen bij de verwoesting van Jeruzalem en de wegvoering in ballingschap. Nee - toch niet.
Het laatste woord van de joodse bijbel is Kores' oproep aan Israël naar Jeruzalem terug te trekken.
Dáár zal tenslotte de Koning naar Gods hart binnentrekken en verhoogd worden, Hoe? Dat was alweer een van de mysteries van Gods voortgaande werk. Je blijft benieuwd van het begin tot het eind. Want onze God is ook een God vol verrassingen - u zult het zien en beleven!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief