Jeremia
1976-07-09
Toen en nu- Jaargang 20
- nummer 28
Wat Jeremia ontdekte lijkt als twee druppels water op oe situatie waarop we bij de moderne christenheid stoten. In de eerste plaats kunnen we een ontstellende onkunde ten aanzien van Gods Woord en zijn wil signaleren. Bij grote massa's christenen bestaat een ongelooflijk gebrek in dat opzicht. Ze houden er een paar vage ideeën over een lieve God en over vergeving op na.
Maar naar een echt christelijk leven zoek je bij hen tevergeefs. Dat is er gewoon niet. Ze vragen niet naar Gods wil, maar doen wat ze zelf willen. Dat is voor hen het enige criterium. En als je naar de intelligentsia kijkt, is het beeld niet rooskleuriger. Er is bij hen Vlaak wel meer kennis van de bijbel, maar daar staat tegenover dat ze vaak bezig zijn die bijbel uit te Meden. Zoals de Schrift er ligt, zegt men, is ze niet meer te pruimen.
De bijbel is achtergeraakt bij de moderne ontwikkelingen en moet nodig aangepast worden. Ze weten wel dat de Schrift het doden verbiedt, maar, zeggen ze met onze moderne wetenschappelijke inzichten kun je abortus geen doden meer noemen, Ze weten ook wel dat de Schrift overspel en echtbreuk verbiedt. Maar, zeggen ze, met onze moderne psychologische inzichten, kun je niet meer van de mensen vergen dat ze zichzelf verloochenen als hun. huwelijk niet meer is wat het zou moeten zijn, Zo weet men wel wat de Schrift zegt. Maar met een beroep op de moderne wetenschappen en het moderne levensgevoel heeft men het juk van Christus afgeschud en zijn banden verbroken. Overigens blijft men zich wel christen noemen en over vrede spreken en vredeskranten verspreiden en demonstreren voor de vrede. En ze menen het allemaal oprecht. Precies zoals de profeten in Jeruzalem het ook echt meenden als ze over vrede spraken (6 : 14).
Nog niet te laat
Wanneer we in onze dagelijkse levenspraktijk ons hebben laten inkapselen door onze persoonlijke verlangens en behoeften en ten offer gevallen zijn aan de moderne afgoden van wetenschap en techniek, zodat er bij ons van een waarachtig christelijk leven eigenlijk niets meer te vinden is, kunnen we als christenen onszelf nog wel opdoffen en nog wel proberen indruk te maken naar buiten, maar dan verliezen we toch onze werfkracht en dwingen we geen respect meer af. Dat was ook met Jeruzalem het geval. Het tuigde zich nog wel prachtig op. Daar deed het alles aan. Maar het maakte helemaal geen indruk meer (4 : 30).
En dan is ook het oordeel van Jahweh onvermijdelijk. En dat is des te verbijsterender, omdat men geen oordeel verwacht maar vrede. Als Jeremia dat alles op zich laat inwerken, krijgt hij het er benauwd van (4 : 19). W:ant het is toch zijn volk. Het zijn zijn broeders en zusters (vs. 20) die zonder het te beseffen op weg zijn naar een overrompelende catastrofe. Dat laat Jeremia niet koud. Het grijpt hem aan. En zo mogen ook wij het best eens een keer benauwd krijgen van de afval om ons heen. Maar nog is het niet te laat voor Jeruzalem.
Ook in dit gedeelte klinkt de oproep ootbekenning: Reinig uw hart van boosheid, Jeruzalem, opdat gij behouden wordt (4 : 14). Want daar gaat het God altijd weer om: mensen behouden. Maar als er geen bekering komt, hoeven ze niet op vergeving te rekenen (5 : 7).
JEREMIA 7 : 16-20; 5 : 26-31; 6 : 16
Straattafereeltje
De hierboven genoemde gedeelten uit Jeremia stammen alle drie uit de eerste periode van zijn optreden. Dat was de periode van 5 jaar voordat koning Josia de grote restauratie van de dienst van Jahweh ter hand nam. In deze periode was Josia al wel begonnen met de bestrijding van de afgodendienst. Maar dat die bestrijding op het gedrag van het volk nog niet bijster veel effect had blijkt wel1uit 17 : 16-20. We hebben hier te maken met een close-up van een dagelijks tafereeltje dat je in de steden van Juda en in Jeruzalern kon tegenkomen. Het zou zo uit een r.v-documentaire weggelopen kunnen zijn. Eerst richt Jahweh. de camera op de kinderen. Ze zijn bezig hout te sprokkelen. Nog kleine peuters zijn erbij, met blote buikjes en heerlijke vuile neuzen. Ze dragen dode takken in hun knuistjes, Het is gewoon vertederend om naar te kijken.
De wat grotere kinderen kunnen heel wat meer dragen. Meisjes va n een jaar of 6 lopen al volleerd met grote bossen gesprokkeld hout op het hoofd. Het is allemaal erg leuk om te zien.