In memoriam Gerrit Visee
1976-07-16
Wat wij sinds zijn opneming in het ziekenhuis van Hardenberg vreesden is geschied: Gerrit Visee is gestorven. Hij is de eeuwige rust ingegaan. En nu vroeg de redactie van Opbouw mij iets over hem te schrijven. Ik durfde niet weigeren. Maar het valt mij moeilijk, Ik zou liever ergens stil gaan zitten om dit schokkende gebeuren te verwerken, Om te denken aan het zeer vele dat hij heeft gedaan, wat hij heeft gegeven, wat hij voor allen die met hem ineen sympathetisch contact kwamen is geweest. Ik weet nog niet wat ik schrijven zal. Er komt zoveel in mij op als ik aan hem denk. Zoveel belangrijks, zoveel moois en goeds.- Jaargang 20
- nummer 29
Nooit vergeet ik onze eerste ontmoeting. Dat was na een "dies" van het studentencorps in Kampen. Visee en Verkuyl waren daarbij als afgevaardigden van het Corps van de V.U.
Tot laar in de nacht hebben we toen gepraat.
Of liever: hij praatte en ik luisterde, Hij vertelde van de colleges van Vollenhoven! Met zijn fabelachtig geheugen kon hij wat hij gehoord had nagenoeg letterlijk weergeven. Nog hoor ik het: het beste is Vollenhoven als hij zijn betoog onderbreekt, zijn bril afzet en opmerkingen maakt die een verrassend licht werpen op Schriftuitspraken en soms perspectieven openen die een beslissende invloed uitoefenen op je denken en leven en je gelukkig maken! Een méér dankbare leerling dan Visee kan Vollenhoven niet hebben gehad, Een andere onvergetelijke herinnering heb ik aan het berichtje uit "De Standaard" over Visee's intree - ah kandidaat - in Nes en Wierum. Het waren niet meer dan een paar regeltjes, Maar de intreetekst trok mijn aandacht.
Die was een Fragment uit Nehemia 8.
Welk dat was weet ik niet meer precies. Het gaat in dat hoofdstek over Ezra die op een speciaal daarvoor gemaakte hoge houten stoel stond om voor het volk het "boek der wet" te openen. En dan komt er dit: En zij - leerlingen van Ezra en levieten - "lazen in het boek, in de wet Gods duidelijk, en de zin ervan verklarende, zo maakten zij dat men het verstond in het lezen". Vaak heb ik als ik Visee hoorde preken aan deze intreetekst gedacht.
Zou er een meer geschikt woord bedacht kunnen worden om zijn prediking te typeren dan dit?
Maar heel bijzonder heb ik Visee leren kennen in de tijd van de "vrijmaking". De "bezwaarden"
kwamen in die dagen bijeen onder leiding van Vollenhoven en Dooyeweerd, Op initiatief van Vollenhoven werd besloten de dogmatische kwesties waarover het toen ging te bestuderen. Holwerda, Dam en ik kregen de opdracht de leerbesluiten van 1905 te bekijken.
En Visee kreeg zich de taak toegewezen na te gaan wat de belijdenisgeschriften en de liturgische formulieren over verbond, belofte en doop zeggen, dat te analyseren en kort samen te vatten. In enkele dagen schreef hij daarover toen een nota, zo voortreffelijk, dat iedereen er over verbaasd was. Toen vooral ontdekte ik over welk een grote Schriftkennis, scherp onderscheidingsvermogen en theologisch inzicht Visee beschikte.
Bij de vrijmaking ging Visee zijn geheel eigen weg. Hij behoorde in geen enkel opzicht tot hen voor wie deze er een van "glorie en victorie" was. Hij heeft inderdaad geworsteld om de eenheid te bewaren. Hij ging zijn weg nadat hij uitgeworpen was met een bloedend hart. En - misschien wel dáárom - volgde hem de gehele gemeente van Leerdam.
In Kampen kwam de predikant-theoloogschrijver Visee tot volle ontplooiing. Kampen werd zijn stad - en is dat gebleven. Daar vond hij een gemeente die, globaal genomen, zijn prediking waardeerde - en verstond. En daar ging hij schrijven. Ik geloof dat ik niemand te kort doe als ik lieg dat hij als scribent onder al zijn collega's bovenaan stond. Als hij zijn pen opvatte was alles wat hij op papier zou zetten in zijn geest kant en klaar. Hij schreef zijn artikelen - evenals zijn preken - in één ruk. In zijn copij stond nooit één doorhaling. Zo werden zijn geestige D.E.C.-
stukjes geboren. Vol humor - maar nooit bitter; ironisch, maar nooit sarcastisch. Hij doorzag de domheid, dwaasheid, ijdelheid, opgeblazenheid die ook in het kerkelijke leven soms welig nieren tot op de bodemen signaleerde Zie met een milde glimlach. Maar ten opzichte van onwaarachtigheid en onrecht was hij onverbiddelijk. En W publiceerde hij in "De Reformatie" en "Opbouw". En in het Kamper Kerkblad - hoevelen abonneerden zich daarop om hem! In "ode Poortwake" plaatste hij zijn "Brieven aan Willy" die bij een enquête veruit de meest gewaardeerde rubliek bleek te zijn. Visee leverde referaten die blijvende waarde hebben, Hij was een merkwaardig theoloog. Men zal in zijn studiën niet veel citaten vinden, En ook geen uitgebreide literatuuropgave. Als hij zich met een thema bezig hield "broedde" hij er op. En geleid door zijn grote, diepe Schriftkennis, zijn spitse, heldere denken en zijn voortreffelijke taalbeheersing, vloeiden er fraaie opstellen uit zijn pen. Het spijt mij zeer dat nooit een selectie van zijn artikelen werd uitgegeven. In de kerk van Kampen was Visee een dominerende biguur. Niet omdat hij dat zocht, maar eenvoudig vanwege zijn capaciteiten.
Niemand doorzag kwesties zo scherp als hij. Niemand kon zo helder en raak formuleren wat besloten was en geschreven moest worden. Daarbij bezat hij een grote mate van wijsheid. Ik wil daarvan een paar voorbeelden noemen. Eens maakte een broeder het de kerkenraad lastig over de voorlezing van de wet! De predikanten lieten daarbij nl. de zin: "Toen sprak God al deze woorden, zeggende" weg! Ten slotte schreef Visee in opdracht van de kerkenraad een lange brief waarin hij aantoonde dar de broeder volkomen ongelijk had.
Maar de brief eindigde ongeveer zo: Over zaken als deze maakt men in de kerk evenwel géén ruzie en daarom zal die inleidende zin van de wet er voortaan door de predikanten bij worden gelezen. Een broeder die zich met een uitvoerig schrijven tot de kerkenraad wendde met een "kIacht" over een preek kreeg ongeveer dit te 'horen: De kerkenraad is van mening dat u zich me teen "klacht" over een preek tot de desbetreffende predikant dient te wenden. Alleen over een "aanklacht" tegen een predikant kan en moet de kerkenraad oordelen.
Toen in het bijzijn van de Kamper predikanten in een gemeentevergadering van de Chr. Geref. Kerk over kansel ruil werd gesproken, merkte een broeder op dat in de Nieuwe Kerk vanaf de preekstoel zou zijn gezegd dat àls door de Here Jezus een brief aan de kerk van Kampen zou worden gezonden deze geadresseerd zou zijn aan de kerk van de Broederweg. Visee sprak even met zijn collega's en zei toen ongeveer het volgende: Wij weten natuurlijk niet alles wat er ooit vanaf die kansel heeft geklonken, maar wij hebben zo'n dwaasheid nooit gedebiteerd! Als Jezus een brief naar zijn kerk in Kampen zou zenden zou die ongetwijfeld bestemd zijn voor allen die in Hem geloven als hun Zaligmaker, Maar ik wil hier toch nog wel wat bijzeggen: àls Jezus Christus zo'n brief naar Kampen zond zou ongetwijfeld de inhoud het belangrijkste zijn! En wat zou die wezen? Zouden we dan misschien iets te horen krijgen als de gemeente van Laodicea?
Ik zou zo nog wel een poos verder kunnen waan. Er is zoveel te vertellen over Visee's persoon en werk. Maar dat alles is toch het voornaamste niet. Het raakt allemaal min of meer alleen de "buitenkant" van zijn leven. Het voornaamste en beslissende is dat hij zijn Meester en diens gemeente heeft liefgehad en met alle krachten en gaven heeft gediend, Ongetwijfeld had ook hij zijn zonden en gebreken. Maar hij kende die - dat weet ik. En hij vocht er tegen - dar weet ik ook. Maar hij is in al de jaren van zijn ambtsbediening toch "trouw" geweest door Gods genade. En - ook dar mag ik niet onvermeld laten - hij heeft ten volle zijn aandeel gehad in "het lijden om de kerk". Zou er één vrijgemaakt predikant zijn die zo misduid en verguisd is ars hij? Twee maal is hij uit de gemeenschap der kerk gestoten.
Het heeft hem meer verdriet veroorzaakt dan buitenstaanders vermoedden. Ik heb hem meermalen horen verzuchten: hoe is het mogelijk dat leden van de gemeente, dat broeders en zusters met wie je van hart tot hart hebt gesproken, die je in verdriet en moeite hebt opgezocht, je van de éne op de andere dag als herder verwerpen? Maar - en dat mag toch óók gezegd worden: hij heeft ook zeer veel liefde ontvangen. Met innige dankbaarheid liet hij ons bij ons laatste bezoek aan hem het pak brieven en kaarten zien dat hij tijdens zijn laatste ziekten van broeders en zusters had ontvangen.
En nu heeft hij zijn loop onder ons voleindigd. Niet lang voordat hij voor goed buiten kennis raakte bezocht ds Mulder hem. Opeens herkende hij die, met blijde verrassing. Ds Mulder zei: "Gerrit weet je nog dat je tegen Carel (Lindeboom) vlak voor diens heengaan zei: "Carel, je hebt niet de strijd goed, maar wel de goede strijd gestreden." Ben je er nu ook . door Gerrit?" En toen kwam duidelijk en klaar als antwoord: "God zij gedankt, jà."
En wat zullen we nu anders doen dan de HEERE 'danken voor wat Hij in Gerrit Visee zo lang heeft geschonken - en denken, christelijk denken, aan zijn vrouwen kinderen die déze man en déze vader wel zéér, zéér zullen missen?