De christelijk (middelbare) school en onze jongens en meisjes (3)

1976-07-16
  • Jaargang 20
  • nummer 29
Opdracht voor gezin en kerk
In het vorige artikel hebben we beweerd, dat het terugwinnen van een beschermd eigen levensterrein met eigen organisaties en instituten en waar we veilig zijn voor aanvallen van buitenaf een onmogelijkheid is. Zo'n afgesloten gereformeerde wereld is ook geen wenselijkheid, omdat die strijdig is met wat de Here van ons mag verwachten in de na-christelijke tijd, In plaat, van voor eigen scholen, hebben we ervoor gepleit de kinderen in het gezin te begeleiden, re voor te bereiden op wat ze te wachten staat. Nog belangrijker is, dat ze thuis het kind-zijn van de Hemelse Vader leren beléven. Dat zal voor ons als ouders betekenen dat we moeten nagaan of wie zelf wel het goede voorbeeld geven; of ons geloof niet slechts een fraai stukje franje is aan ons levensk1eed, maar het aldus beheersende. Veel jongeren eisen (op dit punt terecht!) radicaliteit.

Geloven van maandag tot zaterdag
Wat is geloven in de dagelijkse praktijk? In liefdesverhouding met de Here leven, wat betekent, dat die verhouding een rol moet spelen in all ons doen en laten, De .kinderen moeten in het gezin merken, dat ze hier met een realiteit te maken hebben, dat die band met de hemelse Vader echt bestaat, dat we bij alles wat we doen ons er rekenschap van geven of we de Here er verdriet mee doen of er blij mee maken. Onze kinderen moeten aan ons merken dat de Here er "bij" is, de hele dag. Dat Hij bij ons aan tafel zitten dat Hij meegaat, als we straks de deur uit gaan.
We zullen ons moeten bezinnen op onze omgang met de Here. Dat is een kwestie van godsdienstplichten volbrengen, maar een band met de Here onderhouden, Dat betekent bij voorbeeld, dat we niet wit gewoonte maar weer eens een kapitteltje lezen, als onderdeel van het dessert, maar dat we samen, dat is met allemaal een bijlbel voor ons, een struik echt in ons opnemen, eventueel bespreken. Altijd zorgen dat iedereen er wat van meepikt. Als er kleine kinderen bij zijn aan tafel dus geen Efeze lezen of Jesaja, maar historische stof en erover praten!
Als we te moeilijke stof nemen, werken we zelf in de hand, dat de kinderen het bijbellezen gaan zien als iets waar je toch niet veel van begrijpt, maar wat ie nu eenmaal moet uitzitten.) Het betekent ook dat we niet maar een gebed opzeggen, maar samen overleggen waarover gebeden zal worden, waarbij ook de kinderen om beurten voor gaan, dat we niet alleen bidden voor anderen, maar ook mééleven met die anderen; de kinderen leren oog te krijgen voor de nood van de naaste dichtbij en ze voor daadwerkelijk daarin betrekken.
Het betekent misschien, dat we in ons gezin tot de conclusie moeten komen, dat we te veel aan het materialisme toegeven, Probeer bijbels licht te laten schijnen over de dingen van de dag. Wees de school vóór. 1)

Blijdschap
In dat alles moet blijdschap de grondtoon zijn en de bóventoon voeren. Ik noemde dat al eerder en niet zonder reden. U weet dat veel vooraanstaanden in onze samenleving vroeger gereformeerd geweest zijn. De schrijver Jan Wolkers is zelfs door Prof K. Schilder gedoopt, Hoe hebben mensen àls hij hun afkomst zó kunnen verloochenen? Het milieu dat hij de rug toegekeerd heeft, en je vindt dat bij andere schrijvers ook, tekent hij als burgerlijk, bekrompen, vooral somber. God is de strenge rechter, angst voor de heil jaagt de ,g1eIoovigehet smalle pad op, van liefde is geen sprake. Jan Wolkers heeft het vaak over God, maar de Here Jezus wordt zelden genoemd. Wij zullen dit wel een vertekende beschrijving vinden. En toch...
Dat we van nature geneigd zijn God en onze naaste te haten; dat we onbekwaam zijn tot enig goed en geneigd tot al het kwaad, ligt ons voor in de gereformeerde mond. Hebt u de tekstverwijzingen bij deze catechismusuitdrukkingen wel! eens opgezocht? 200- wel in Titus 3 : 3. als in Ef. 2 : 3 staat: "vroeger waart gij", na teen u de Here Jezus nog niet als uw verlosser aanvaard had. Wij mogen nu niet meer gebuikt onder de zonde leven. Want de Here ziet mij niet meer als een zondaar, maar als een rechtvaardige, Vergellij1k Hom. 5: 1: Wij dan gerechtvaardigd .door '!het geloof', hebben vrede met God. Zondag 23, H. Cat. "Wat baat het u, dat u dit gelooft? Dat ik rechtvaardig ben voor God". Ik hen wèl bekwaam tot enig goed, doordat Christus in mij leeft. Gal. 2 : 20. lik kan met Gods kracht vechten tegen mijn slechte neigingen, want ik ben met Christus gekruisigd en in een nieuw leven opgewelkt. Rom. 6 : 11, 2 Cor. 5 : 17. "Gij zijt niet meer naar het vlees, maar naar de Geest.' Rom. 8: 9.
"Leef dan naar de Geest." Het meisje en de jongen die in zo'n klimaat hebben Ieren leven kunnen de eenzijdigheden en onwaarheden van Jan Wolkers, Martin Hart en anderen ontmaskeren. Die weten dat het een leugen is, als op school beweerd wordt dat het maar een benepen, bekrompen, sombere boel is in een gezin waar men nog ouderwets bijbels leeft.
Sprekende en werkende vanuit een levende relatie met de Levende God kunt u uw kind met wat meer vrijmoedig1hei.d naar school en de wereld in sturen.

En de kerk?
Wat over het gezin gezegd is, geldt met de nodige aanpassingen eveneens voor de kerk. lk noem enkele dingen: 2)

- Ook t.a.v. de kerkdienst stellen jongeren de vraag naar de zin ervan, niet slechts in het algemeen, maar ook per keer. Die vraag is m.i. legitiem. Als de Here ons de vrijheid en de gelegenheid geeft, om kerkdiensten te houden, zal Hij willen dat die tijd uitgebuit wordt, d.i. zo zinvol mogelijk besteed wordt.

- De predikant moet zich bewust zijn van het bestaan van de kloof tussen het leven op school en van veel werkende en tv kijkende jongeren en ouderen) aan de ene kanten de gereformeerde wereld van waaruit hij als dominee spreekt aan de andere kant. De dominee die zijn bidstondpreek begint met: "Konden we dit tuur maar doen alsof we niet leven in de materiële geborgenheid van de welvaartsstaat" heeft oog voor die kloof, Ik bedoel niet dat de problematiek in iedere preek ter sprake gebracht moet worden, maar wel dat de predikant altijd met de genoemde situatie rekening moet houden.

- Misschien hebben de jongeren de kerkdienst harder nodig dan de ouderen, omdat zij het juist zijn, die met veel vragen zitten, die om een bijbels geloofsantwoord schreeuwen,
- Het echte beleven van de liefdesrelatie met de Here zal in de kerkdienst vooral van de dominee moeten kom en. Hij moet niet praten over, maar vanuit zijn geloof. Zijn geloof moet alls het ware meekomen met zijn woorden.

- Laten we proberen te voorkomen dat de kerkdiensten uit de jeugd in de herinnering voortleven als de gelegenheden waar je leerde stilzitten en een stroom van woorden over je heen te laten gaan zonder er een van te horen.

- De catechisatie, Alstublieft, dominees, levend geloof en evangelisch onderwijs, aangepast aan de specifieke problemen van de jeugd, waarin meeklinkt de bIijdschap over het nieuwe leven waarin we staan. Denk aan de 600! 3)

- Fijn is dat in een aantal gemeenten de jongerenevangelisatie via boekentafels en koffiebars op gang komt. Verfrissend en ter navolging.

Andere mogelijkheden?
Misschien moeten we enkele andere mogelijkheden uitproberen.
Het lijkt zinvol om voor schoolgaande jongeren én/of hun ouders vormingsweekenden of weken te organiseren, waar de deelnemers materiaal in handen krijgen om zich te kunnen verweren tegen allerlei theorieën en schoolwijsheden.
Waar hen b.v. duidelijk gemaakt wordt, dat er ook wetenschappers zijn die nog geloven dat die Here alles geschapen heeft. 4) Op de Opbouwvergadering waar dit onderwerp besproken werd werd zelfs het voorstel gedaan om te trachten te komen tot een soort studiebegeleiding van. scholieren, zoals die er nu is voor de theologische studenten. In de regio Zwolle is een jaar of wat geileden een paar keer een studiedag voor leerlingen van middelbare scholen gehouden. Organisatoren en deelnemers waren er eng enthousiast over, maar een vervolg hebben die dagen tot nu toe niet gehad.

Taak voor Opbouw?
Op een Opbouwvergadering niet even in de richting van het blad zelf kijken, zou een schone kans voorbij aten gaan. zijn, want het bIad kan meer dan, tot nu toe het geval is, een machtige handreiking zijn voor zowel ouders als jongeren, Dit geldt zowel ten aanzien van de onderwerpen als van de vorm waarin de artikelen gegoten worden.
De inhoud Onderwerpen waaraan ik denk (in willekeurige volgorde):
Liturgie en kerkdienst - seksualiteit - schepping/evolutie - inspiratie/schriftgezag - televisiegedrag - zondagsviering - de wet - wijze van geldbesteding - het lijden - het gezag op zich (in de geest van de artikelen van Dr Jongeling hierover) milieubescherming - kerkdienst en jeugd - popmuziek – boekbesprekingen - leesbegeleiding - armoede/ rijkdom - verhouding tot de verre naaste - persoonlijke bijbelstudie.
Behalve de aard van de artikelen is van groot belang de geest van waaruit geschreven wordt, die m.i. bepaald moet worden door de positieve BLIJDE levensvisie van door God verloste mensen. Ik wil niet beweren dat die geest afwezig is, maar ik dacht wel dat die hier en daar wat nadrukkelijker zou moeten uitkomen.

De vorm
Tot welke groep lezers richt Opbouw zich? Moet het blad niet goed leesbaar zijn voor het gemiddelde kerklid? Word t in een aantal gevallen, dan niet veel te hoog gemikt? Ik klom artikelen tegen op mijn eigen vakgebied. Zeer interessant, maar ten onrechte opgenomen lijkt mij. Er is een categorie ouders met weinig schoolopleiding en veel behoefte aan informatie. M.i. schim Opbouw ten opzichte van hen te kort. Zo'n artikel als van Prof. Veenhof over Evangelie en Marxisme n.a.v. een interview met Ter Schegget 5) zouden voor ouders èn voor jongeren eigenlijk "vertaald" moeten worden. Biet is een artikel, dat erg veel materiaal geeft over de onverenigbaarheid van christendom en marxisme en dat dus rechtstreeks inspeelt op de problematiek die op de scholen aan de orde gesteld wordt.

Een opmerking tussen haakjes
(Moet Opbouw niet een belangrijker functie gaan vervullen binnen onze kerken? Het is het enige landelijke blad dat we hebben. Algemeen-christelijke dagbladen, die echt welwillend geïnteresseerd met oog voor de situatie de gebeurtenissen bij ons volgen en begeleiden, zijn er niet. Ligt hier missooien een taak voor Opbouw? Een mogelijkheid zou zijn een pagina te vullen met journalistieke artikelen. Bij voorbeeld een eigen conventsverslag (dat krijgen we nu meestal in de vorm van een persschouw. Een ander voorbeeld: in de kerkeIijke berichten konden we lezen, dat Oegstgeest en Groningen passief kiesrecht voor vrouwen willen invoeren. Waarom daar niet iemand heengestuurd om met een kerkenraadslid (-leden) te praten, om d.m.v. deze vraaggesprekken met erbij betrokken personen een verslag te kunnen geven?
In het kader van ons onderwerp denk ik aan gesprekken met b.v, jeugdouderlingen, jongeren zelf uit gemeenten waar bepaalde activiteiten gelukt zijn, Wie weet hoe dat andere jongelui stimuleert.)

Opdracht
Broeders en zusters, ik ben me ervan bewust, dat ik heel wat over hoop gehaald heb. Er zijn veel dingen genoemd, die een verzwaring van uw taak inhouden, maar er staan ook belangrijke zaken op het spel: het gaat niet alleen om het behoud van uw kinderen, maar ook om de wijze waarop zij straks als leesbare brie, ven van Christus hun taalkin de maatschappij zullen vervullen, dat is om de eer van onze God.


Noten
1) Zie verder de artikelen van G.J. Vrijmoeth in Opbouw van 20 juni 1975 en 27 juni 1975.
2) In het najaar hoop ik uitgebreider op deze zaak in te gaan.
3) Zie het tweede artikel in deze reeks in Opbouw van verleden week.
4) AIs we dan toch iets "eigens" willen hebben, is een vormingscentrum m.i. het meest zinvol: het biedt zoveel mogelijkheden voor zoveel groepen.
5) Zie Opbouw d.d. 12 december 1975.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief