Avondmaalsviering

1976-08-06
  • Jaargang 20
  • nummer 30
Nieuwe vragen
Er blijven nog steeds vragen naar de Zijn en betekenis van het deelnemen aan de avondmaalsviering. En die vragen komen heus niet alleen van de kant van belijdeniscatechisanten. Ook ouderen kunnen je in alle argeloosheid de vraag voorleggen: moet ik nu iets speciaals, iets eigenaardigs voelen, beleven?
Gelukkig dat zulke vragen gesteld worden! Het betekent immers dat men niet uit gewoonte of bijgelevigheid maar meeloopt naar de tafel.
Intussen blijkin er vragen te blijven ondanks de uitgebreide uitleg in ons lange avondmaalsformulier. Blijkbaar komt het avondmaal anders op ons af of komen er nieuwe vragen op. De vanzelfsprekendheid waarmee we vroeger allerlei dingen aanvaardden, is verleden tijd. Het is m.i, geen verlies dat steeds meer vragen gesteld worden naar de zin van allerlei kerkelijke gebruiken en handelingen.
Voor sterk traditioneel ingestelde mensen kan dat irritant zijn. Zij krijgen een gevoel van onzekerheid en ervaren de vragen zelf al als een mogelijk gevaar. De angst van het "waar blijven we zo?" speelt een grote rol. Speelde trouwens m.i. ook een grote rol in het jongste kerkelijk verleden, Toch is en blijft angst een slechte raadgeefster.
En een kerk die geen indringende vragen gedoogt, is minder zeker dan zij lijkt. Zij moet de geloofskracht bezitten in alle rust nieuwe vragen onder ogen te zien, om daarna even rustig een weloverwogen antwoord te zoeken.

Oude antwoorden
Toen onze geloofsbelijdenis en de Heid. Catechismus werden opgesteld, stond men - in tijd gemeten - nog zeer dicht bij de R.K. Kerk en leer. In deze geschriften cirkelen de vragen dan ook rond het probleem van de aanwezigheid van Christus in, met en bij het sacrament.
Termen als trans- en consubstantiatie (voor velen nog oude catechismusstof) verraden, dat niet alleen het r.k. standpunt aan de orde kwam, Ook de verschillen tussen luthersen en calvinisten cirkelen rond het zelfde probleem.
Dat heeft, via de catechisaties, de aandacht misschien wat afgeleid van andere vragen. Al blijkt enige kennis van deze zaken nuttig met het oog op de officiële r.k. leer.
Het oude avondmaalsformulier verraadt al een enigzins andere aanpak. Het dateert wel uit dezelfde tijd: Datheen nam het over uit de kerkenorde van de Paltz, waar Olevianes het had opgesteld met behulp o.a, van wat Calvijn en Micron hadden geformuleerd.
Maar de bedoeling van het formulier is meer onderricht van de gemeente, bijna in preekvorm. Vergeet niet dat de toenmalige gemeenten nauwelijks bijbelkennis bezaten. Bovendien was het afgestemd op de nogal rustige levenswijze uit die tijd. Ook in dit opzicht is het formulier niet zonder meer overbodig geworden. Anderszijds: via catechisatie, catechismuspreken, ev. voorbereidingspreken is de doorsnee gemeente van nu toch echt wel wat verder dan in de dagen van Datheen.

"Gedenken"
Van de vragen rond "dit is mijn lichaam. .. mijn bloed" zijn we nu eerder terechtgekomen bij wagen rond het totaal van de avondmaalsviering. Wat moet je je bijv. voorstellen bij de gebruikelijke formulering "gedenk ‘t en gelooft ... " Het antwoord lijkt simpel: dat hel lichaam van onze Here Jezus Christus verbroken is tot een verzoening van al onze zonden".
Akkoord - maar walt houdt dat "gedenken" nu in? Wat bedoelde Christus met de woorden: doet dat tot mijn gedachtenis?
Over het geheel genomen verloopt een avondmaalsviering stil, zwijgzaam, plechtig, bijna somber. De woorden zonde en dood lijken te overheersen en de mineurstemming te bevorderen. Maan- neem nu eens zo'n schaal met brood, zo'n beker wijn. Wat suggereert dat? Eten en drinken? In zekere zin wel (in Deut. 29 :6 accentueren het ontbreken van brood en wijn dan ook een heel uitzonderlijke situatie). In heel pure taal wordt daarover gesproken in Ps. 104: ...wijn, die het hart des mensen verheugt, het aangezicht doende glanzen van olie; ja, brood, dat het hart des mensen versterkt (vs. 15).
Het hart des mensen versterken en verheugen - dat is meer dan "domweg" praten over eten en drinken, Er zit iets feestelijks in. Iets dat we kunnen naproeven, ah we denken aan het Zweedse wittebrood dat na de hongerwinter van '44-'45 "uit de hemel" kwam vallen.
Dàn weet je pas hoe brood smaakt en versta je het "hongeren en dorsten naar de gerechtigheid". Die gerechtigheid raakt immers het hele wereldbeelden niet alleen mijn persoonlijke (gelukzaligheid, Dit overigens tussen haakjes!

Voorproefje
Goed, er is een schaal met brood, een beker met wijn. En de tafel staat gedekt. Maar is dat voldoende voor een hele gemeente? Kinderen nemen scherp waar: als je het dáár mee doen moet, mag je thuis eerst wel goed eten ... En zenden te voeden met vijf broden en twee vissen! Precies: aan de avondmaalstafel is en blijft het mondjesmaat! Daarvoor i,s het avondmaal dan ook niet meer dan een sacrament, een teken en zegel.
Maar het is - óók - een voorschot, een voorproefje. Wij worden immers genodigd op het Féést, Zoals het paasfeest werd omgezet in de avondmaalsviering - en dat is geen transponeren van majeur in mineur! Luister maar naar Paulus: ook ons Paaslam is geslacht - laten wij derhalve Feestvieren... (1 Cor. 5 : 7, 8).
Daar is ook alle reden roe. Al bij de sluiting van het oude verbond richtte God een feestmaal, een diner aan voor een vertegenwoordiging van zijn volk. Als in een oosters paleis, met een verhoogde troonzaal, de vloer ingelegd met edelstenen, is Israëls Koning zelf aanwezig: zij aanschouwden God en aten en dronken (Ex. 24 : 9-11).
Niet voor niets roept Jezus dat oude verbond in herinnering, wanneer Hij de beker der dankzegging hoogheft: ...het nieuwe verbond, in Mijn bloed! En nu geen selectie meer bij het feest: drinkt allen daaruit!

Feest vieren !
De avondmaalsviering is over het algemeen niet alleen sober maar ook somber. Het feestelijke karakter isverloren gegaan, Ten onrechte. De Joden vier(d)en hun pascha als een feest. Het is een van de drie grote feesten. Dat het lam eens en voorgoed vervangen is door hèt Lam, is niet alleen een zaak van diepe ernst maar van grote vreugde. Het "eens en voor altijd" dient dan ook bij onze avondmaalsviering "heilshistorisch" te worden verwerkt. Terecht leidt het oude formulier de maaltijd in met: - laat ons onze harten opwaarts in de hemel verheffen, waar Jezus Christus is, onze Voorspraak ...
In het korte formulier van de Ohr. Ger. Kerken wordt daarbij aangesloten.
Zie maar: "met groot verlangen mogen wij samen uitzien naar de wederkomst van onze Heiland, Die ons genodigd heeft tot het bruiloftsmaal van het Lam.
Dan zal Hij met ons de vrucht van de wijnstok nieuw drinken in het Koninkrijk van Zijn Vader." Deze aansluiting aan Jezus' eigen woorden (Mt. 26 : 29) is volkomen terecht, Het gedenken van de dood des Heren is veel meer dan alleen maar achterom zien: het is evenzeer vooruitzien, Ter aanvulling: je geboortedag, je trouwdag gedenken is je verjaardagsfeest, je zoveel-jarig huwelijksfeest vieren. Zou iemand op zijn verjaardag alleen maar terugdenken aan de dag van zijn geboorte? Er wordt Féést gevierd. Wij "vieren" het avondmaal. Maar zo so(m)ber, dat we niet anders dan zwijgend en plechtig en nietsziend voor ons uit staren. Waarom die angstige stti.1te niet doorbreken (het is mij overkomen!) met een vriendelijk "goede morgen"?
Waarom niet, tijdens de maaitijd, een vrolijk lied gezongen door de gemeente? In de oude formulering heet het: "terwijl men communiceert zal men stichtelijk (dat stuit vrolijk niet uitl) zingen of sommige kapittelen lezen, ter gedachtenis des lijdens van Christus dienende, als Jes. 53... of dergelijke". Waarom niet over het nieuwe Jeruzalem (Op. 21, 22) of "het feestmaal van vette spijzen" voor alle volkeren (Jes. 25 : 6 v.v.)?
"Avondmaal vieren" is óók vooruitzien. Zelfs als "de verloren zoon" thuiskomt, wordt het gemeste kalf geslacht, en is het oordeel van zijn Vader: ... wij moesten feestvieren en vrolijk zijn (Luc. 15 : 32). Juist de gemeente van Christus kan terecht "eten, drinken en vrolijk zijn", Het avondmaal is ook in dezen een voorproefje van het grote feest, de koninklijken bruiloft (Mt. 22)!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief