Het gedeelde hart
1976-08-06
De dichter H. Marsman is, dacht ik, het meest bekend door zijn gedicht Herinnering aan Holland, dat begint met de woorden:- Jaargang 20
- nummer 30
Denkend aan Holland
Zie ik brede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan.
Rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hoge pluimen
aan de einder staan.
Ook wordt de eerste zin uit zijn gedicht: De grijsaard en de jongeling, nog wel eens gereciteerd:
Groots en meeslepend wil ik leven!
Hoort ge dat, Vader, Moeder, wereld,
knekelhuis?
Maar het gedicht waarvan ik deze keer mijn impressie wildoorgeven, is minder bekend. Ik laat het U eerst lezen.
Twee vrienden
De maan maakt de nacht tot een
sneeuwwit veld,
een man heeft een vriend van zijn
leven verteld:
er is door dit spreken een wonder
gebeurd:
hun harten zijn zozeer eender
gekleurd
dat de één als hij soms naar de
ander ziet
bij zichzelven zegt: maar ben ik
dat niet?
een vrouw; nog een vrouw; een
verterend gemis,
het is alsof alles ten einde is:
want één hart blijft thuis en één hart
gaat op reis
maar geen van twee vindt het Paradijs.
Wat een heerlijke avond. Fijn om een flink eind te wandelen. De twee vrienden worden,
ai pratend, onwillekeurig wat vertrouwelijker. En opeens, 't gaat eigenlijk vanzelf, vertelt de één meer dan hij ooit dacht te zullen doorgeven.
Misschien is hij door het maanlicht, dat de avond zo'n romantische sfeer geeft, wat weemoedig geworden. Misschien kwam het omdat de ander zo intens luisterde, echt luisterde, zoals alleen een vriend dat doet. Hoe dan ook, het is eruit voor hij zich goed realiseert wat hij doet.
Er is een vrouw in zijn leven geweest, een vrouw die zijn leven sterk heeft beïnvloed.
Zij is weliswaar uit zijn leven verdwenen, maar vergeten kan hij haar niet. Zij heeft een leegte achtergelaten. Een leegte die nog altijd pijn doet. Waarom is dat zo gelopen?
Ja, waarom? Achteraf is daar heel veel over te zeggen, zoals over zoveel in het leven, Maar dat is nakaarten, Daar schiet je toch niets mee op.
Er is door dit vertrouwelijke spreken een wonder gebeurd. De luisterende riiend kijkt de vertellier aan en vraagt zich af: Is dat echt zijn verhaal, Heeft hij dat heus zo beleefd en is dat zijn verdriet. Het is alsof hij zijn eigen levensverhaal hoort: En vrouw, nog een vrouw, een verterend gemis. En terwijl hij het hoort heeft hij het gevoel dat er alleen maar verdriet op de wereld is.
Immers hoe kun je gelukkig zijn als je hart is gedeeld? Anders gezegd, als je in feite dubbelhartig bent? Eén hart thuis - één hart op reis. Dan vind je nooit echt geluk. Nooit het Paradijs.
Tot zover de, laat ik het maar noemen, oppervlakkige uitleg van het gedicht, Inderdaad, oppervlakkige, want de tien regels zelf zeggen veel en veel meer. Om te beginnen: U moet beslist niet blijven staan bij dat zinnetje ",een vrouw; nog een vrouw"; want daar hadden vele andere woorden kunnen staan. Het gaat ten diepste om de gespletenheid van het menselijk hart. Om het grote verdriet dat het menselijk hart zo moeilijk slechts één heer kan dienen.
Dat het menselijk hart, dat een bepaald pad op wil - laat ik zeggen: het smalle - zo vaak getrokken wordt naar een andere weg - laat ik zeggen: de brede. En dat hij daarover niet gemakkelijk. open spreekt. Maar - en dat wordt in dit gedicht zo mooi uitgebeeld - als een mens zich door omstandigheden eens wat te veel blootgeeft, ontdekt hij dat hij niet de enige is die te worstelen heeft met z'n tot het kwade geneigde hart. Als het goed is, is er dan ook de ontsteltenis: Hij ook al? En dam is er ook het gevoel "alsof alles ten einde is." Dan komt ook de vreselijke gedachte op: Is er eigenlijk wel geluk op de wereld? Echt oprecht geluk?
Dat laat dit gedicht op schokkende wijze beleven. Maar als ik nu niets meer zouzeggen, ging ik in feite niet verder dan wat de moderne psychologie noemt: het model, De ene mens is het model van de ander, Het gedicht van Marsman wordt door deze theorie wel als voorbeeld aangehaald, Maar ik zou iets verder willen gaan zonder met een preek te eindigen. Ik zou willen zeggen: Er is meer. Natuurlijk is de ene mens het model van de andere. We zijn allemaal zondige mensen. Gevallen mensen. Maar het is niet zo, dat als een mens deze ontdekking weer eens heel bijzonder heeft gedaan, "alles ten einde" is. Er is voor het dwalende hart altijd een thuisreis mogelijk. En als' die weg weer gevonden is, mag daar de vriend ook niet onkundig van blijven.
Tenslotte nog even iets over de overrompelend knappe sfeertekening.
Als je de eerste regel leest zie je die twee mannen gaan en hoor je ze praten. Je ziet de luisteraar met steeds groter aandacht naar de ander kijken en je voelt de verdrietige stemming uitlopen op een wanhopige. Zo'n beeldend vermogen is slechts aam enkelen geschonken.