Wat dichtbij lijkt is ver weg!

1976-08-13
  • Jaargang 20
  • nummer 31
De verre reis
Ik denk hier aan de reis die de gemeente van Christus heeft te maken door de geschiedenis heen. Naar de Dag van Christus. Een vèrre reis. En een zwáre reis. Een reis die in Petrus' brief getypeel1d wordt door de adressering: " ...aan de vreemdelingen die in de verstrooiing zijn... " (1 : 1). Vreemdelingen zijn passanten.
Het zijn mensen die in het land waar ze vertoeven geen rechten kunnen laten gelden. De moeite van Abraham, Izak en Jacob wordt ons voor ogen gesteld, wanneer in Hebr. 11 : 8 gesproken wordt van het vertroeven in het land der belofte ah in een vreemd land.
Alles in belofte, maar niets "in handen". Het blijft uitzien en wachten. Zo trekt de gemeente door de wereld heen. Alles in belofte..."want zij zullen de aarde beërven" (Matth. 5 : 5). Niets in handen... "In de wereld lijdt gij verdrukking... " (Joh. 16 : 33).
Dan wordt 00Ik de uitdrukking "verstrooiing" gebruikt. Die doet ons denken aan de Joden in alle gebieden van de ballingschap. Van verre tuurden zij, naar JeruzaIem. Door duizend barrières waren ze van die heilige stad en van de vervulling van vrede in David's koninkrijk gescheiden! Wat een afstand en wat een reis!
Inderdaad, wat een reis! Je zou er mismoedig van worden. Op talloze manieren wordt Petrus' woord door de kerkqeschiedenis bevestigd, Hoe zwaar is de tocht al geweest, al waren en zijn er door Gods goedheid pauzes van verademing. En wat ligt er nog vóór ons? Is er niet een oneindige afstand tussen nú en dàn? Tussen de huidige moeiten en de vervulling van vreugde in het Koninkrijk?
Tussen de schaduwen van de dood en het eeuwige leven? Is die afstand te overbruggen? Is dat doel wel te halen? Alswe ons op die afstand blindstaren, dan komen we tot de klacht van Psalm 121 : 1 "Ik hef mijn ogen op naar de bergen: vanwaar zal mijn hulp komen?"de klacht van een reiziger die er Letterlijk tegenop ziet als tegen een berg! En dan eindigen we ook met die klacht. In mismoedigheid!

Dichtbij!
Voordat we ons nu laten gaan in "naar gejammer en geklag" moeten we eens luisteren naar wat Penrus ter bemoediging van de vreemdelingen in de verstrooiing zegt. Ze hebben alle reden tot lof en dank, want... de God en Vader van onze Here Jezus Christus heeft ons doen wedergeboren worden tot een levende hoop.
Door de opstanding van Jezus Christus uit de doden. En Hij heeft dat gedaan in zijn grote barmhartigheid. De opstanding van ezus Christus is dus de kracht van de wedergeboorte. En het nieuwe leven wordt gekenmerkt door de levende hoop.
We kunnen hier het beste denken aan wat Petrus eerst zelf beleefd en vervolgens als getuige heeft doorgegeven, aan de grote gebeurtenis op de dag van Pasen, We lezen dat in Joh. 20. De discipelen zaten daar... de deuren dicht.
Vrees voor de Joden! Toen kwam Jezus en stond in hun midden, Zij zagen de levende Heer en ze waren vet1bilijd. Vóór die tijd waren Petrus en de anderen eigenlijk gevangenen van de dood. De dood van de Meester had de verwachting gedoold en de blijdschap gebroken. De Liefde was ziek en onmachtig.
Geen perspectief meer en daardoor angst, vrees, dichte deuren! Maar als Jezus verschijnt gebeurt het wonder. De opstanding van Christus straalt grote krachten uit. De nevels klaren op, de banden van de dood worden verscheurd. Zij zien daar vlàk voor zich in hun levenswerkelijkheid de lévende Heer! Die hebijl Letterlijk te tasten!
Wie kan over de grote afstand heenkijken en heen denken? Wie kan de kloof overbruggen tussen nu en straks, tussen de schaduwen van de dood 'en het eeuwige leven? Welnu, zij konden het! De apostelen déden het! Zij zagen over dood en graf heen. Zij zagen de heerlijke toekomst vlàk voor zich.
In Jezus Christus. Zij hoorden zijn stem, die vrede verkondigde. En daarin ervoeren zij zijn dragende machtige hand, naar hen toegestoken van de overkant van lijden en dood. Een oneindige afstand. Vèr weg!
Maar ook weer: Vlàk bij! Want Jezus Christus stond vóór hen.
En zij konden de hand leggen op de toekomst! Geen wonder dat Petrus hier spreekt van de levende hoop. Hoop is een wonderlijk iets. In de hoop is de toekomst tegenwoordig.
In de hoop bewijst de toekomst zijn kracht. Maar dat is onder ons mensen heel vaak een illusie. We dàchten het maar. Bij ons is hoop altijd weer iets onzekers.
Iets dat erg subjectief is. De één heeft het, de ander nu eenmaal niet. Maar de bijbelse hoop is heel reëel, heel werkelijk. Duidelijk gefundeerd. De toekomst in ons leven tegenwoordig.
De toekomst werkt krachten in ons leven van nu. Maar dat is niet een gevoel en een gedachte, waarvoor je "psyche" geschikt moet zijn. Dat is de werkelijkheid van Jezus Christus, die aan zijn discipelen verscheen, hun vrede verkondigde. Toen zagen ze wèrkelijk voor zich wat ons wacht, wat ons beloofd is. En denk erom... Petrus spreekt hier heel gewoon van "ons". Hij maakt geen scheiding tussen zichzelf en de geadresseerden die er niet bij geweest zijn, Want Petrus de apostel heeft op de dag van de opstanding gefunctioneerd als Ons oog en als ons oor. Het was voor èns, Met de ogen van de apostelen hebben wij de levende Heer gezien.

De grote reis - één stap
De gemeente trekt de geschiedenis door. Een grote en zware reis. Een reis die alleen kan worden volbracht als we haar samengevat zien in één stap. En als we die stap ook doen. En steeds wéér doen. Vanuit het Paasevangelie kunnen we veel beter verstaan wat Paulus zegt in 1 Cor. 3: 22 ev.: " alles is immers het uwe: hetzij heden of voelkomst... gij zijt van Christus en Christus is van God".
Sta er eens even bij stil! Van u is heden en toekomst! Is dat Woord niet veel te mooi? Is het niet onwerkelijk! Wij mensen van een dag ... leggen wij de hand op de toekomst? Hoe kan dat waar zijn? Het is alleen maar waar in Christus en door Hem. Zijn Naam kan niet gemist worden! Maar wanneer wij Hem omhelzen in het geloof, dan hèbben wij Hem, die onze toekomst reeds in Zich draagt, Dan reiken wij over dood en graf heen! Dat hebben wij niet in onszelf. Wij zijn broze en sterfelijke mensen. Dat hebben wij in Hèm, Daarom kunnen we gerust leven en... gerust sterven. Die wonderlijke togenstelling en die wonderlijke harmonie tegelijk zie je bij Stephanus, die stervend (!) de hand legde op zijn toekomst, op zijn Paasfeest: "Here Jezus, ontvang mijn geest!". Ook hij had de levende Heer mogen zien en ook hij had dat voor zijn sterven mogen verkondigen.
Het geheim van de grote reis en van de kracht om die reis te volbrengen... het is daarin gelegen, dat die reis in een oneindige veelheid van omstandigheden op die éne stap neerkomt. Het is tóch zo vlakbij. Wij zien Jezus Christus.
Wij horen zijn stem. Wij geloven en in dat geloof leggen we de hand op de roekomst die in Hem al tegenwoordig is. "Alles is uwe...heden en toekomst ...!"

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief