Apocriefe boeken

1976-08-13
  • Jaargang 20
  • nummer 31
De naam
"Dat lijkt me apocrief" - aan de toon al kunt u horen, dat de spreker uiting geeft aan zijn ongeloof. Alleen in de betekenis ,,ongeloofwaardig" komt het woord apocrief in onze alledaagse spreektaal! voor.
De meeste christenen, met .name protestanten kennen nog een tweede gebruik van dit woord in de term "apocriefe boeken". Stel hun de vraag wat ze daarmee bedoelen, en tien tegen één zullen ze reageren met: niet-canoniek, In onze kerktaal komt dit begrippenpaar eigenlijk uitsluitend voor in de vorm van een tegenstelling. De betekenis "ongeloofwaardig"
wordt verdrongen door die andere: niet in de lijst (canon) van bijbelboeken opgenomen. Of, zoals Van Dale het zegt: "bijbellboeken, die niet als echt, als gezaghebbend erkend worden." Ook hier blijkt dat de kerk heel wat woorden een eigen kleur en stempel heeft gegeven. Het vanouds Griekse woord betekent in feite niet meer dan "verborgen".
We!tke zin dat "verborgen" oorspronkelijk had is nog steeds een omstreden zaak. De een denkt aan geheimhouding: alleen ingewijden mogen kennis nemen van de inhoud.
De ander is van mening dat zulke boeken veilig opgeborgen (verborgen) werden: ze hadden geen functie in de eredienst. De laatste opvatting komt dicht in de buurt van onecht, niet gezaghebbend.

De geschiedenis
Toch is dat wel eens anders geweest. Eeuwenlang, toe aan de grote Reformatie hadden de "apocriefe" boeken evenveel gezag als de canonieke. Zij het met één beperking, nl. alleen als het gaat over het Oude Testament. Het is een interessante geschiedenis.
In de Hebreeuwse bijbel komen ze namelijk niet voor. Maar die hebreeuwse bijhel werd omstreeks 250 v.C. vertaald in het Grieks, terwille van de vele Joden die in de verstrooiing leefden. De Griekse vertaling, de Septuagint, veranderde niet alleen de joodse volgorde der bijbelboeken, ze voegde er ook een aantal boeken of gedeelten van boeken aan toe. Via een Latijnse vertaling hiervan, de Vulgata, kwamen ze terecht in de oude christelijke kerk - zo rond 400 n.c. Toen echter Luther (en anderen naast hem) voor zijn bijbelvertaling weer terugviel op de oude hebreeuwse tekst, werden de aanvullingen van de Septuagint niet meer als gezaghebbend aanvaard, Van de weeromstuit (contrareformatie) legde de R.K. kerk in 1546 op het concilie van Trente vast, dat de Vulgata normatief was. Daarmee waren de zgn. apocriefe boeken (op twee uitzonderingen na) canoniek verklaard. En nog steeds rust de banvloek van deze kerk op ieder, die aan het Goddelijk gezag van deze boeken durft te twijfelen ...

Voorbehoud
Intussen nam Lurher de omstreden boeken wel op in zijn bijbelvertaling, maar als aanhangsel. Ook in de oude Statenvertaling waren ze (tot de vorige eeuw) te vinden, zij het op aandrang m.n. van buitenlandse theologen op de synode van Dordrecht. Maar om het onderscheid met de canonieke boeken goed te laten uitkomen, wenden ze als aanhangsel afgedrukt achter het Nieuwe Testament. Bovendien ging een ,,waarschuwing aan de lezers" vooraf. Daarin wordt o.m. geargumenteerd: de omstreden boeken zijn geschreven na de tijd van Maleachi: ze zijn niet in het hebreeuws maar in het Grieks geschreven; zij zijn ook nooit gestelid geweest in het register der Goddelijke boeken, dat de Israëlitische Kerk (!, P.) gehad heeft. Waarbij, aldus de Waarschuwing, nog komt, dat in meest al deze boeken gevonden worden verscheiden onware, ongerijmde, fabuleuze en tegenstrijdige zaken, die met de waarheid en met de Canonieke boeken niet overeenkomen. En dat wordt dan in den brede met voorbeelden gestaafd, Ook de Nederlandse Geloofsbelijdenis laat niets aan het toeval over. In art, 4 worden alle canonieke boeken opgesomd. In art. 6 wordt gesproken over het onderscheid tussen deze canonieke en de (ook met name genoemde) apocriefe boeken.

Maar toch...
Namen de statenvertalers ze niet zonder waarschuwing aan de lezers op, art. 6 van de N.G.B. somt de boeken op 'en voegt er aan toe: dewelke de Kerk wel lezen kan, en daaruit ook onderwijzingen nemen, voor zoveel als zij overeenkomen met de Canonieke boeken; maar zij hebben zulk een kracht en vermogen niet, dat men door enig getuigenis van deze enig stuk der geloofs of der Christelijke religie zou kunnen bevestigen: zo ver is het van daar, dat zij de autoriteit van de andere, heilige, boeken zouden vermogen te verminderen.
Men ziet: bij de vermelding worden veiligheden van alle kant ingebouwd.
Maar toch denkt men hier niet aan een boekencensuur (eerder aaneen recensie, als in de Statenvertaling). Het tegendeel is eerder het geval: de kerk kan ze lezen en daaruit ook onderwijzingen nemen! Dat is, hoe ingeperkt het dan ook verder wondt, toch in zekere zin een positieve uitspraak!

Ter lering
Het is mijn bedoeling niet, een pleidooi te voeren voor het alsnog canoniek verklaren van deze boeken. Wel zou ik een pleidooi willen voeren om u metterdaad eens te lezenl Jaren geleden heeft de firma Kek ze in twee pockets in de Bouquet Reeks apart uitgegeven. En uiteraard zijn ze te vinden in de R.K. bijbelvertalingen.
waarom zo'n pleidooi? Ook al jaren geleden heeft dr P. A. van Stempvoort een serie radiolezingen uitgegeven in boekvorm (Nijkerk, 1955). Onder de titel: Waarheid en Verbeelding rondom het Nieuwe Testament. Een bijzonder boeiend en leerzaam boek. Want het is zoals hij zegt: opvallend "hoe de fantasie dezer apocriefen zich grillig aftekent tegen de achtergrond van de strakke lijnen van het Nieuwe Testament: in dit laatste een naar Gods heilsdaden gestileerde boodschap, in de apocriefen de spelende verbeelding van de gelovigen, die hun eigen stokpaardjes bereiden." Nog maar heel kort geleden is op 91-jarige leeftijd de bekende theoloog Rudolf Bultmann overleden. Zijn stokpaardje was de "Entmythologisierung", het Nieuwe Testament ontdoen van de mythen die rond Jezus Christus gegroeid zouden zijn.
Mij dunkt: aan de hand van de apocriefen had hij kunnen zien, hoe duidelijk het verschil tussen fantasie en werkelijkheid zich aftekent - vele eeuwen geleden al. De canon van het N.T. moge rond 400 n.c. onder leiding van de Heilige Geest vastgesteld zijn.
Maar daarbij werd het gezonde verstand van nuchtere mensen, die wisten te onderscheiden toch niet uitgeschakeld. Jammer dat deze twintigste-eeuwse theoloog, die zovelen beïnvloed heeft, zich dit simpele feit niet heeft gerealiseerd.
En voor wat het Oude Testament betreft - al evenzeer in diskrediet gebracht door vele anderen: het ware te wensen dat iemand kans zag eenzelfde soort boek te schrijven, maar dan: Waarhei,d f!n Verheelding rondom het Oude Testament. Enége nuchterheid bij het onderscheiden tussen fantasie en werkelijkheid zou veel theologen sieren. Zeker als zij hun eigen fantasieën en stokpaardjes daarbij ook onder de loep namen. Ik vind het zo gek nog niet, dat onze geloofsbelijdenis en de Statenvertaling, mét kritische kanttekeningen, hebben gezegd: neem en lees!
Het zal eens te meer onderstrepen wat t.a.v. de canonieke boeken in art. 5 N.G.B. wordt beleden, nl. "dat blinden zelf tasten kunnen, dat de dingen die dáárin voorzegd zijn, geschieden!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief