Terug van vakantie
1976-08-13
Vandaag kunnen we bijna allemaal met vakantie gaan. Zelfs de ouden van dagen krijgen een vakantieuitkering. Zelfs onze leerplichtige kinderen gebruiken een deel van hun vrije tijd om een vakantiecentje te verdienen. En voor de werkende mens zijn de mogelijkheden talloze. U kunt binnenslands een vakantiehuisje huren, U kunt er met de tent of caravan op uittrekken, tot ver naar het buitenland. Als u gefortuneerd bent kunt u een bescheiden wereldreisje maken, een safari naar zuidoost Afrika, een bootvakantie naar Spitsbergen of Florida.- Jaargang 20
- nummer 31
Maar waar u ook geweest bent, wat u ook beleefd hebt - er komt een eind, aan de vakantie. En op een dag wordt u wakker in het eigen vertrouwde bed en realiseert zich: terug van weggeweest. Terug van vakantie.
En dan verder? Het oude morgengebed zei: verleen ons na genoten rust opnieuw gezondheid, kracht en lust. Jawel. Daar 't lichaam, door de reis (slaap, vakantie) verkwikt, zich weder tot de arbeid schikt. Inderdaad, we gaan met vernieuwde krachten aan de slag. De vakantie heeft ons waarschijnlijk goed gedaan. Ons vermoeide lichaam lis uitgeslapen.
Ons afgematte hoofd is weer redelijk helder. Onze benen willen weer graag mee. Ons dagelijkse tredmolenpaadje is groen overwoekerd en ziet er fris uit. We stropen onze mouwen op, bij wijze van spreken, en g,aan er weer eens "flink tegen aan". Goed zo. Dat is een positief resultaat van de Goddelijke weldaad, die vakantie wordt genoemd.
Maar dan is er meer van onze vakantie te maken. Wanneer we werkelijk "uit" zijn geweest, niet slechts met het lichaam maar ook met onze hele menselijke persoonlijkheid, dan komen we werkelijk anders "thuis" dan we weggingen. Dan zijn we niet helemaal dezelfde meer. Dan hebben we e·en aantal gedachten meegekregen uit de vreemde, die we als kostbare reisstukken uit ons koffertje nemen en een aparte plaats geven.
Kijk maar eens rond in uw naaste omgeving. Bent u blij, dat u uw eigen bakker weer hebt? Beseft u, wanneer uw kruidenier u veile tientjes lichter maakt, hoe arm sommige landen het hebben, vergeleken bij ons rijke Nederland? Was u Mij met uw (overigens vrij vervelende) buren, die zofijn een oogje op uw bloemen en uw hu/is hebben gehouden? Zou u niet graag de volgende week deze zorgen wederkerig overnemen? En voelt u ook dat het kletspraatje "hebt u goed weer gehad?" toch eigenlijk een ordinaire dooddoener is? Want vakantie is meer dan "lekker bruin bakken" of lekker lui luieren; dat ook natuurlijk, maar veel meer dan dat.
Misschien hebt u een paar musea bezocht; bent onder de indruk gekomen van de landelijke historie, van de plaatselijke oudheid, van de locale gebruiken en kleding, in uw uitverkoren vakantieland. Maar denkt u er aan, nu eens een zaterdag te reserveren voor een bezoek aan een van onze eigen musea? Want wedden, dat u daar nooit komt?
Misschien bent u in den vreemde met de landelijke politiek in aanraking geweest. U zult maar in Spanje komen en bij een oproertje verzeild raken. Of in Italië en zich aan alle kanten door zakkenrollers en autodieven omringd weten. Of in een der Mans toegankelijke landen achter het ijzeren gordijn: en iets van de gereglementeerde staatsgodsdienst hebben bespeurd. Of in Londen en twee straten ver van een bomaanslag hebben gewinkeld. En zo voort, om van Afrika en Zuidoost Azië maar te zwijgen. In al die gevallen zult u de toestanden in eigen land wel helemaal nieuw hebben leren zien, nietwaar? U bekijkt het eigen land toch met nieuwe ogen?
Nu, houden zo. Want dat is de winst van onze vakantie, dat we er anders van terugkomen dan we weggingen.
Dat beetje bruin wast u er in een week weer af. Maar de ervaring, die u opdeed, wist een heel leven niet meer uit. Want dat is het wonder van onze vakantie: dat de hele wereld voor u open ligt en dat uw oog niet wordt verzadigd van zien, noch uw oor van horen.
Voor de oorlog was een vakantie in het buitenland een exquis genoegen, voor de beter gesitueerden. Vandaag kunnen we allemaal, onze studenten voorop, over de grens stappen. De wereld ligt voor ons open. De reisbureaus overladen u met folders en plaatjes. Uw toeristenvereniging will alles wel voor u regelen. Uw krant wijdt bladzijden aan advertenties van vakantieoorden. De uitwisselingsmogelijkheden zijn onbeperkt.
U kunt rasechte negers in Amsterdam men rondslenteren - u kunt wasechte Jordaniërs in de Dolomieten horen zingen. Wat de televisie uw huiskamer binnenspeelde, gaat u nu "life" zien, met eigen ogen. Misschien hebt u de Joegoslavische vrouwen in haar nationale klederdracht gezien, die u nog slechts van de televisie kende? En als u zich een beetje inspande hebt u wellicht met uw medemensen gesprekjes gehad? Wel, dat is schoon. Door het gesprekje wordt een internationale band gelegd: van Nederlander tot "vreemde". Zó vreemd is die vreemde overigens ook weer niet: althans geen haar v:reemder dan uzelf. Maar door te spreken met die anderen hebt u een nieuwe dimensie toegevoegd aan uw denken over anderen: u hebt bemerkt dat de problemen ook nog anders kunnen Eggen dan uw vertrouwde omgeving u wijs maakte.
Dat brengt uw denkpatroon wel eens aan het wankelen. Hoe kleiner ons wereldje is, hoe gemakkelijker we alles kunnen overzien: daar staat de kachel, hier het bed, daar ligt het brood en achter het toilet wonen de buren. Maar komt u in een groter huis, dan moet u wel eens zoeken naar het brood, naar het toilet, naar de buren. En komt u in een vreemd groot hotel, dan mist u de verkeersagent, die u alle nuttige en nodige zaken zou kunnen aanwijzen!
Dat brengt uw denkpatroon wel eens heilzaam in de war. Want de vertrouwdheid en vanzelfsprekendheid van het eigen nest zijn in werkelijkheid niet zo vertrouwd en vanzelfsprekend. Dat alles op zijn vaste plaats staat is alleen maar voor wie zelf aan zijn vaste plaats geclusterd zit. Maar als u eens even loskomt van uw Vlaste plaatsje, ziet u de afstanden en de onderlinge verbanden van kachel, broodplank en bed veranderen. Om van de buren maar te zwijgen. De verhoudingen blijken niet meer te kloppen.
En dan komt u terug in kerkelijk Nederland, terug van vakantie. Nee maar! Het is net of ze allemaal veranderd zijn. Iemand, die u weken niet zag, groette u per ongeluk zo maar. De achterstallige kerkbladen: u rent ze door en verbaast er zich over hoe onbelangrijk die geweest zijn in de afgelopen weken, Allemaal achterhaald nieuws; of medicaties waar u weinig aan gemist hebt. De mensen, die steeds op uw plaats in de kerk gingen zitten, hebben nu een andere plaats gekozen. De oude broeder bij de deur is nu overleden, verneemt u; u had dat wél zien aankomen, maar het geeft u toch even verdriet. Die mensen, die altijd ruzie trachtten te stoken, zijn verdwenen; het is een verdrietige opluchting.
De dominee is niets veranderd: dezelfde preken van al tien jaren, goed Schriftuurlijk en ook (soms) goed vervelend, De dominee moest ook eens met vakantie kunnen gaan; het zou hem goed doen.
En dan de kerkelijke problemen: ze zijn er allemaal nog. Moeten. we nu niet eens gauw een nieuw kerkverband in elkaar zetten? Kunnen we het nog even met de kerkorde doen of moeten we een nieuwe maken? Moeten we nier nodig een gemeentevergadering houden en eens vrijuit spreken over vernieuwing van de liturgie en gezamenlijk koffiedrinken en een puzzelrit en crèche en een betere bijbelkring en al die andere dingen?
Trouwens: hoe zit dat met die professor Kuitert? Wordt er nu wat aan gedaan of laat men dat maar zitten? En op welke condities kunnen we de contacten met de Christelijke Gereformeerden hervatten? En moet dat plaatselijk of landelijk? En hoe liggen de verhoudingen vandaag in de Nederlands Hervormde Kerk eigenlijk? We hebben al weken de breedkerkelijke pers gemist. En wanneer krijgen we nu een generale synode? Of moet er nog eerst een Convent komen? Waarom ook niet?
Zo stormen de vragen weer op ons af. Proberen ons weer op ons vaste plaatsje in het veilige nest vast te zetten. Proberen ons het dwangbuis van woonden, geldachten en daden weer aan te leggen.
Stem er niet in toe. Verzet u om uws levens wil. BIijf de dingen wat vrije:r, wat meer "genuanceerd" (zeggen we vandaag), wat meer gerelativeerd vooral, bezien, Gerelativeerd - een mooi woord. Meesral wordt er onder verstaan: wat meer in de mist, w:at minder duidelijk, wat waziger, wat min/der principieel. Maar niks hoor. Gerelativeerd wil zeggen: geplaatst in de juiste verhoudingen ten opzichte van alle andere relaties.
Probeer daarom de dingen om u heen in hun juiste verhoudingen te zien. Uw vakantie was daartoe zo'n goede aanleiding. U zag de relaties, de verbanden, zoveel helderder liggen. U zag de achtergronden, de motieven, de historische relaties, ineens zo duidelijk. Val daarom niet terug in het gareel der luiheid. Probeer uw leven te vernieuwen. Probeer de relaties met medemensen te vernieuwen. Probeer uw gedachteleven te verfrissen.
Want wat er ook veranderde: de genade Gods bleef dezelfde, hier en ginder, nu en in eeuwigheid. Alleen zág u de genade ineens veel duidelijker. En u merkte, dat al onze religieuze eigendunk niet is opgewassen tegen die genade. Schuif alle vergankelijke verworvenheden dus rustig van u weg - en leef weer met volle frisse teugen van Gods goedertierenheden.