De "Opleiding"

1976-08-13
  • Jaargang 20
  • nummer 31
Iedere lezer die het opschrift boven dit artikel leest snapt onmiddellijk wat daarmee bedoeld wordt. Het is de opleiding van aanstaande predikanten. Ik hoef, als ik daarover ga schrijven, niet te beginnen met een betoog dat die opleiding belangrijk is.
Wie zich even realiseert dat een predikant vóór alles, ja, eigenlijk alléén, een diernaar van het Woord van God moet zijn, beseft dat ' direct. Want dat betekent dat zo'n man, om een bijbelse uitdrukking te gebruiken ..machtig in de Schriften", of, zoals het in een nieuwe vertaling heet, “doorkneed in de Schriften" moet zijn. En dat wil nogal wat zeggen!
Nu zijn er als men over die opleiding nadenkt aanstonds een aantal vragen.
We willen er enkele van bespreken. En we beginnen met de vraag wie over die opleiding zeggenschap moet hebben.
Op deze vraag is in de loop der tijden een zeer verschillend antwoord gegeven.
Ik wil er een paar kort bespreken, En dan alleen die welke van actueel belang zijn.

De overheid
De opleiding van a.s. predikanten van de Herv. Kerk geschiedt zoals ieder weet aan de openbare universiteiten. Speciaal aan die welke door de Rijksoverheid worden onderhouden.
Die van Leiden, Groningen, Utrecht. 1) De hoogleraren daarvan, ook de theologische, worden door de regering - door de "kroon"', d.w.z. door de Koningin en de desbetreffende minister - benoemd. Dat is reeds sinds 1813 het geval Koning Willem I matigde zich 'niet alleen de macht over de kerk, maar ook over het onderwijs in al zijn. geledingen aan. En daartoe behoorde ook de benoeming van hoogleraren, inclusief de theologische.
Deze wijze van benoeming is vroor de Herv. Kerk zonder meer een ramp geworden.
Ik hoef alleen maar te herinneren aan die professoren die het kille rationalistische modernisme op de katheders propageerden. Hun talrijke leerlingen hebben onherstelbare verwoestingen in de kerk aangericht.
Als men een poos gewoond en gewerkt heeft in een streek waar dat modernisme als een ijzige vrieswind over de bevolking is heengegaan, weet men daar alles van!
Sinds 1876, toen een nieuwe hoger onderwijswet werd Ingevoerd, zijn de theol. faculteiten van de openbare universiteiten in feite faculteiten voor godsdienstwetenschap. De dogmatiek werd toen b.v, uit het leerprogram geschrapt. En men sprak daarin ook niet meer over exegese van, het Oude en Nieuwe Testament, maar van oud-Israëlitische, en oudchristelijke letterkunde, Om nu die faculteiten 1Jodhnog bruikbaar te maken voor de predikantsopleiding - en vooral om te voorkomen dat anderen, b.v, de kerk zelf of een vereniging de opleiding van de a.s. predikanten ter hand zouden nemen! - werd de figuur van een "kerkelijke hoogleraar" gecreëerd. Dat is een hoogleraar die door de synode van de Ned. Herv. Kerk wordt benoemd, maar door het Rijk wordt betaald, Aan elk van de drie Rijksuniversiteiten werken twee van zulke hoogleraren, Deze hoogleraren doceren vooral dat wat in de officiële faculteit niet aan de orde kan komen.
Bij de benoeming van deze hoogleraren heeft de “richtingenstrijd" vaak een allesbehalve fraaie rol gespeend. Dat begon direct al. Toen de wet in werking trad was in de kerk de invloed van de z.g. “Groninger richting" reeds ver over haar hoogtepunt heen. Ze had plaats gemaakt voor de moderne en de ethische. Maar in de synode waren de “Groningers" nog aan de macht! En die maakten van de gelegenheid gebruik om voor de zes toegewezen professoraten nog even vijf partijgenoten te benoemen! Eén behoorde tot een andere "richting". Maar dit is toch niet het voornaamste. Het is principieel grondig mis dat de staat een zo grote invloed op de theologische faculteit uitoefent.
Wat zou er in Duitsland gebeurd zijn als de nazi's baas waren gebleven? Wat zou in een communistische staat gebeuren? Of in een "godsdienstloze"? 2)

Een vereniging
Dr Kuyper en de zijnen wezen een opleiding van a.s. predikanten op een Rijksuniversiteit af.
En niet alleen dat. Zij wilden een gereformeerde universiteit!
En die kwam er ook. In 1880 werd de Vrije Universiteit geopend. Maar daarmee is nog niet alles gezegd. Dr Kuyper was - terecht - van oordeel dat a.s. predikanten een wetenschappelijke opleiding moesten ontvangen. Deze kan en mag evenwel naar zijn oordeel niet door de kerk worden gegeven. En oolk daarom is een universiteit voor de predikantenopleiding nodig. Wel is het zo dat de universiteit in contact moet treden met de kerken, En dat geschiedde ook, De kerken moeten toezicht houden op wat in de theol. faculteit wordt gedoceerd. Bovendien werd bepaald dat de hoogleraren lid van een Geref. Kerk moeten zijn. En dat een theoloog alleen dàn tot hoogleraar kan worden benoemd als de kerken die benoeming goedkeuren. Al deze kerkelijke activiteiten ten opzichte van de Vrije Universiteit werden in concreto steeds uitgeoefend door de “Deputaten voor de oefening van het verband met de theologische faculteit van de Vrije Universiteit." Roe deze zaken momenteel , nu de V.U. geen Gereformeerde Universiteit meer is, precies liggen, is mij niet bekend. Als ik goed geïnformeerd ben is de verhouding van. de Geref. Kerk tot de V.U. haar band met die universiteit, en omgekeerd van die universiteit met de Geref Kerken, op dit ogenblik kweer een punt van overweging.


De Afgescheiden Kerken
Nadat het in 1834 tot de Afscheiding was gekomen en in enkele jaren tientallen kerken waren ontstaan die teruggekeerd waren tot "de leer, dienst en tucht" der vaderen, werd direct ook de opleiding van de predikanten ter hand genomen, Dat geschiedde eerst door predikanten "aan bruis". Daarmee waren b.v. De Cock, Scholte, Brummelkamp bezig. Langzamerhand ontstonden evenwel hier en daar schooltjes voor dat doel. Een der eerste was die van Rudnerwold waar Wolter A. Ko!k de leiding had. Ten slotte bleven er twee scholen over eén in Groningen en één in Arnhem. In de eerste was ds De Haan de voornaamste docent. In die van Arnhem ds Brummelkarnp, Deze laatste was de beste.
Mee ten gevolge van die verschillende opleidingen ontstonden er allerlei spanningen, conflicten en zelfs scheuringen in de jonge kerken. Prof. Bouwman vertelde eens dat duizenden zich ten gevolge van dde twisten van de Afgescheiden Kerken afkeerden en tienduizenden weerhouden werden zich bij die kerken aan te sluiten.
Een hervormde reveil-man schreef later dat àls de Afgescheiden Kerken niet door eindeloze twisten waren geteisterd, in die jaren nagenoeg alle gereformeerde christenen uit de Herv. Kerk zioh bij haar zouden hebben aangesloten, !Met eindeloos geduld hebben wijze broeders onder de Afgescheidenen toen geworsteld om hun opleidingsscholen te verenigen, Ze zagen duidelijk in dat een gescheiden opleiding een van de voornaamste oorzaken van de kerkelijke misère was, En dat die gescheidenheid een bron van steeds nieuwe spanningen en conflicten zou blij ven. En toen is in 1854 de Theologische Schoot in Kampen opgericht!
De afzonderlijke scholen werden daarin opgelost. En met grote wijmeid benoemde de synode de "hoofden van de voornaamste richtingen": De Haan, Van Velzen en Brummelkamp tot docent. Een meer "neutrale" figuur Helenius de Coek - een zoon van de vader der Afscheiding Hendrik de Cock, die reeds overleden was - werd er als een vierde docent aan het genoemde drietal toegevoegd, Zoals ik reeds eerder heb geschreven zijn de Afgescheiden Kerken, na de door de stichting' van de Kamper Schoof bekroonde éénwording daarvan, wonderbaar gegroeid. ]k meen te mogen zeggen dat de zegen des HEEREN rustte op dit wegdoen van alle twist, nijd, wantrouwen in het leven der kerken.
Terwijl de bevolking de ná 1854 volgende veertig jaar met 47% toenam ging het aantal leden van de Afgescheiden met niet minder dan 369% vooruit. Bovendien kwamen er in die periode drie kerkelijke verenigingen tot stand: in 1854, in 1869, en in 1892.
In de voorbije halve eeuw beleefden we liefst drie "grote" kerkscheidingen , benevens een aantal "kleine". Wat de vraag omtrent de bevoegdheid, de macht over de opleiding' van de predikanten betreft: daarover bestond bij' de Afgescheidenen geen enkel probleem! Dat was voor hen niet eens een vraag! Over die vraag is daarom ook nooit gediscussieerd! Laat staan getwist. De kerken en die afleen hadden de volle en uitsluitende beschikking en zeggenschap over de Theologische School. De School was de "School der Kerk".


Noten
1) In de Herv. Kerk geldt zelfs de bepaling dat alleen kandidaten in de theologie die hun "bul" aan een openbare universiteit hebben behaald tot een kerkelijk examen kunnen worden toegelaten. De kerkelijke machthebbers hebben van die bepaling steeds dankbaar gebruik gemaakt Oom kandidaten van de V.U. van de kansel te weren.
2) Groen van Prinsterer heeft altijd tegen de almacht van de staat bij de benoeming van hoogleraren in de theologie getoornd!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief