Want de Geest spreekt alle talen
2012-07-07
Op vakantie in het buitenland is het vaak mogelijk om een speciaal belegde Nederlandstalige kerkdienst te bezoeken.- Jaargang 56
- nummer 14
Op internet zijn daar genoeg lijstjes van te vinden. Maar het kan ook heel mooi zijn om buitenlandse broeders en zusters te ontmoeten en samen met hen in hun eigen diensten de Heer te loven. Een kleine greep uit talloze ervaringen, wereldwijd.
Alençon, Frankrijk – Johannes de Heer in het Hmong
Op tal van plaatsen en momenten heb ik het, op vakantie in het buitenland, de afgelopen decennia ervaren: Samen in de naam van Jezus heffen wij een loflied aan, want de Geest spreekt alle talen en doet ons elkaar verstaan. Maar nooit ervoeren we het sterker dan in de zomer van 1995 in dat kleine gereformeerde kerkje in Alençon, West-Frankrijk.
Uit het Handboek voor evangelisch Frankrijk hadden we opgepikt dat daar om 14.00 uur dienst zou zijn.
Maar toen we er met twee dochters en twee nichtjes arriveerden, bleek het niet zoals verwacht een Franse dienst te zijn, maar een samenkomst van één van de acht Laotiaanse gemeenten die Frankrijk telt: christelijke gemeenten van mensen die rond 1975 het communisme in Laos zijn ontvlucht en van wie vooral de ouderen alleen de Hmongtaal spreken. En zo maakten we die zondagmiddag twee uur lang een dienst in het Hmong mee. Vrijwel onverstaanbaar voor ons, maar de Geest ‘deed ons elkaar verstaan’.
Er werd gezongen. De woorden verstonden we niet, maar de melodie wel: Hoe groot zijt Gij, Volle verzeek’ring, Jezus is mijn en Welk een vriend is onze Jezus. Johannes de Heer in het Hmong. En wij, met een brok in onze keel, zongen in het Nederlands mee.
Daarna kwamen de kinderen naar voren om iets te zingen. Vervolgens een jeugdgroep en een vrouwengroep.
En ja hoor, één van de Laotiaanse broeders kwam naar ons toe met de vraag of wij ook iets wilden zingen. En zo zong de familie De Boer in een Laotiaanse dienst uit het Liedboek dat we bij ons hadden: De Heer is mijn herder en God is getrouw, zijn plannen falen niet.
Het klonk van geen kant, maar wat vonden onze Laotiaanse broeders en zusters het mooi!
Van de gebeden in de dienst verstonden we weinig. Alleen de woorden ‘Jezus’ en ‘Amen’. Maar dat was genoeg. Van de preek pikten we iets meer op doordat één van de Laotianen bij ons kwam zitten en de preek stukje bij beetje in het Frans vertaalde.
Het ging over de noodzaak van geestelijke groei. Over klaar zijn voor de komst van Christus als opdracht voor Laotianen, Fransen en Nederlanders.
Wat ‘oecumene van het hart’ in het Hmong is, weet ik niet. Maar we wisten ons als gereformeerde Nederlanders één met Ly Oudone, Chue Yer Yang en al die andere evangelische Laotianen. Zeker weten, de Geest spreekt alle talen en doet ons elkaar verstaan!
Ad de Boer
Espérausses, Zuid-Frankrijk – ‘A Toi la gloire’
Zomaar een zonnige zomerzondagmorgen in het diepe zuiden van Frankrijk, augustus 1991. In het dorpje Espérausses, ongeveer in het midden tussen Toulouse en Montpellier, stopt een donkerblauwe Volkswagen Golf met Nederlands kenteken bij het evangelisch-gereformeerde kerkje. Eén, twee, drie, vier deuren en een klep zwaaien open, en zeven jonge mensen tussen de 17 en 23 jaar komen tevoorschijn. Een paar oude mensen op straat staan vol verbazing te kijken. Ze weten niet wat hen overkomt. Ik ben één van die zeven. Het is mijn eerste kennismaking met de evangelisch-gereformeerde kerken in Frankrijk. Liever dan op zondag via een cassettebandje een uit Nederland meegenomen kerkdienst beluisteren, willen we een ‘echte’ kerkdienst bezoeken. Dat dat een dienst in het Frans betekent, nemen we op de koop toe. We schuiven aan bij een heel klein clubje mensen; veel meer dan twintig zijn het er niet. Wij zijn duidelijk de jongste aanwezigen. De meesten zijn boven de 50, misschien dat er nog een enkele veertiger tussen zit. De dienst lijkt op wat we in Nederland gewend zijn. Muzikale begeleiding is er niet, maar a capella zingen gaat prima. Alleen kunnen we het tempo maar net bijbenen, omdat we het Frans niet vloeiend beheersen. Maar het laatste lied kennen we: A Toi la gloire – U zij de glorie. De man naast mij zingt met een diepe bas feilloos de tegenstem. In zijn eentje! Na afloop van de dienst raken we met hem in gesprek. Hij blijkt hoogleraar rechten te zijn aan de Universiteit van Montpellier. Hij is bijzonder gastvrij: hij nodigt ons uit om de volgende week zondag, als we weer komen, zijn gasten te zijn. De volgende zondag zijn we weer present. Anders dan vorige week is er nu een predikant, op het oog vrij jong, naar we begrijpen uit Parijs. Hij heeft zelf voor de muzikale begeleiding gezorgd: alle melodieën zijn opgenomen en worden met een cassetterecorder afgespeeld. Er is goed bij te zingen. Na de dienst kijken we onze ogen uit in het oude, middeleeuwse huis van de hoogleraar. We raken in gesprek over de universiteit, over kerk-zijn, over van alles. Helaas bleef het die zomer bij twee zondagen. Maar in de jaren erna zochten we in onze vakanties steeds zo’n klein (en kwetsbaar) evangelisch-gereformeerd kerkje op om op de zondagen de kerkdienst te bezoeken. De Franse taal bleef voor ons een drempel, maar we hebben het volgehouden, omdat we merkten dat het voor de broeders en zusters daar een enorme bemoediging en stimulans is om te ervaren dat er ook onder de (Hollandse) toeristen christenen zijn. Jongeren nog wel!
Een Franse predikant: ‘Als bij jullie het ledental van een kerk onder de honderd komt, wordt de kerk binnen afzienbare tijd opgeheven. Als wij honderd of honderdvijftig leden zouden hebben, zouden wij denken dat het Koninkrijk gekomen is.’ (Meer weten? Kijk op: www.ssgkf.nl)
Jan Willem Ploeg
Praise the Lord in Kerala, India
‘Een uurtje met de jeep’, zei onze vriend Lukose. ‘Normaal gaan we met mijn brommer: mijn vrouw Usha, ik en onze twee kinderen.
Maar nu zijn we er zo.’ Tijdens de rit vroeg mijn man, Pieter, wie er zou preken. Lukose keek hem verbaasd aan: ‘Jij natuurlijk.’ Eigenlijk mochten we de hele dienst inrichten. We zagen er de humor wel van in. Wat was er mooier dan samen met onze broers en zussen uit India dicht bij de Heer te zijn?
We kwamen aan bij een klein gebouwtje.
Het was gevuld met ongeveer veertig mensen. Rubbertappers, theeplukkers et cetera Iedereen zat op de grond. De mannen rechts, de vrouwen links, hun hoofd bedekt met een deel van hun sari. De dienst was al volop begonnen. Ondanks het geringe aantal mensen gebruikte de voorganger vol vuur zijn microfoon om zijn woorden kracht bij te zetten. ‘Praise the Lord’, klonk het veelvuldig.
Een jongetje was afgelopen week voor het eerst naar school geweest.
Hij werd naar voren geroepen en schreef zijn eerste zin op een bordje: ‘In het begin was het Woord...’ ‘Praise the Lord!’ Daarna volgde het deel dat wij mochten invullen: een preek, liederen en een getuigenis. Toen de mensen begrepen dat ik al een week buikproblemen had, bad men vol overgave. Misschien verbaast het je, maar mijn problemen waren echt weg. ‘Praise the Lord!’ Onze dochters vonden trouwens dat ik het ook niet kon maken om klachten te houden. ‘Mam, ze bidden zo hard voor je alsof je ernstig ziek bent en nooit meer beter wordt.’ Wij leerden opnieuw dat zo veel geloof en zo weinig medicijnen gepaard gaan met bijzondere tekenen van onze Here God. Vertrouw op God, prijs zijn heilige Naam, bid onophoudelijk en geef Hem de eer.
Wij konden weer op weg, rijker dan ooit.
Laura Kleingeld
Evangelisch in Visp, Zwitserland – Opwekking in het Duits
Wij gaan al ruim tien jaar op vakantie naar het Zwitserse kanton Wallis en bezoeken daar plaatselijke kerkdiensten. In Visp (iets ten westen van Brig) hebben wij een hele fijne gemeente gevonden: de Freie Evangelische Gemeinde Visp.
De pastor, Daniel Rohner, houdt hele goede preken en het is er fijn zingen (Opwekking in het Duits)!
Het is een voor Duitse/Zwitserse begrippen vrij jonge gemeente en de leden zijn, zoals wij gemerkt hebben, erg betrokken op elkaar.
Men komt graag in gesprek met vakantiegangers en vindt het fijn om christenen te ontmoeten. De mensen zijn enthousiast en vriendelijk.
Er wordt tijdens de dienst gelegenheid geboden om iets te zeggen of een getuigenis te geven. Zo hebben wij enkele jaren geleden, toen zij van plan waren de Marriage Course te starten, iets verteld over die cursus, omdat wij die zelf ooit gevolgd hebben. We hebben verteld dat je die niet volgt omdat er iets fout zit in je relatie, maar juist om dat te voorkomen. Een soort apk.
Aangezien Wallis overwegend katholiek is en de bevolking erg gereserveerd staat tegenover deze evangelische gemeente (ze worden als sekte gezien), vinden de gemeenteleden het heel bemoedigend wanneer er buitenlandse christenen naar hun diensten komen.
De preken zijn in de vakantieperiode in het Duits, de mededelingen in dialect. Maar als je er vaker komt, kun je ook dat wel een beetje begrijpen. (Meer informatie: www.feg-visp.ch)
Rob en Joke Geuverink
Barmouth, Wales – ‘And Mimy loves Jesus too...’
Eén van mijn mooiste herinneringen aan kerkdiensten in het buitenland stamt nog uit de vorige eeuw. Wij verbleven in het prachtige Wales vlak bij het kustplaatsje Barmouth. Om daar te komen, staken we lopend via de oude spoorwegbrug de brede monding van de Mawdachriver over. Alleen al die wandeling was onvergetelijk.
In Barmouth gingen we ter kerke in de Yr Eglwys Bresbyteraidd, die naast diensten in het Welsh ook Engelstalige diensten belegde, op een toeristenvriendelijk tijdstip.
De voorganger sprak Engels op zijn Welsh en dat is gewoon heel helder. Welshmen zijn gewild om hun stemmen als voice-over of voor een mondelinge cursus Engels.
De prediking was eenvoudig en praktisch. Herkenbaar in de manier waarop hij Christus centraal stelde en het leven met Hem in afhankelijkheid van de heilige Geest. Misschien qua exegese niet zo sterk, maar je hart werd geraakt. Ook door de gemeenschap die er samenkwam. Warm en enthousiast. En het was heerlijk om die echte Engelse hymnes te kunnen zingen, begeleid door een zeer enthousiaste organiste in bloemetjesjurk onder een reusachtige hoed.
De hele entourage was die van James Herriot, de dierenarts uit de tv-serie. Zelfs met een typisch staaltje liefde voor de pets. Elk jaar keken we weer met spanning uit naar dat echt Engelse echtpaar.
Hij in een tweedpak, zij in een roze mantelpakje en tussen hen in op de kerkbank een witte poedel met strik, die de kerkdienst voorbeeldig, zij het op hondse wijze meemaakte.
Toen ik een keer de ‘fellowship’ na de dienst bijwoonde en iedereen een persoonlijk getuigenis mocht geven, vertelden deze mensen over hun liefde voor de Heer, besluitend met ‘and Mimy loves Jesus too’. Ongetwijfeld, en op hondse wijze: trouw en oprecht.
Ton Vos
Techendorf (Weissensee), Oostenrijk – ‘Ich will euch erquicken’
Misschien was het niet eens zo’n opzienbarende gebeurtenis, maar ons is het altijd bijgebleven. Juli 2006. We hadden onze tent opgeslagen op een camping in het zuiden van Oostenrijk, aan de Weissensee. Aan de overkant stond een prachtig wit kerkje, met kleurige gebrandschilderde ramen en de uitnodigende tekst (Matteüs 11:28) boven de houten toegangsdeuren: ‘Kommet her zu mir alle die ihr muhselig und beladen seid; ich will euch erquicken’. Ik geloof dat ik er alleen daarom al heen wilde, de eerste zondag dat we daar verbleven. Want moe was ik, die zomer.
We kwamen binnen onder sober orgelspel. Een stem zong. We konden niet goed zien wie het was, en het lied dat ze zong, kenden we niet. Maar het klonk zo zuiver in de stilte van dit kleine Godshuis.
Er druppelden nog een paar mensen binnen, waarschijnlijk ook toeristen, zo te horen zelfs uit verre buitenlanden, die aarzelend aanschoven in de houten banken, vriendelijk toegeknikt door de – voornamelijk oudere – mensen die daar al zaten. Techendorfers?
Er ging die zondag een gastpredikant voor, uit München, vertelde hij toen hij zich voorstelde. Deze man, in liturgisch gewaad, wist met zijn aparte Duitse tongval het evangelie op een gemoedelijke manier indringend dichtbij te brengen.
Niet alles was te verstaan, maar wat we ervan begrepen, trof ons.
Maar het meest bijzondere ervoeren wij aan het avondmaal, dat aansluitend werd gevierd. De predikant nodigde ons met een simpel gebaar uit om naar voren te komen, tot vlak voor het prachtige altaar met de beeltenis van de opgestane Heer, en daar vormden zij die kwamen met elkaar een kleine kring. We kenden elkaar niet, spraken elkaars taal ook vast niet allemaal, maar we wilden wel samen belijden dat Jezus Christus onze Verlosser is.
‘Ich will euch erquicken’. Ontroerend om elkaar zo te verstaan in een teken uit de hemel.
Coosje Haan