Wat te groot is lijkt gering!

1976-08-20
  • Jaargang 20
  • nummer 32
De simpele eenvoud
Wanneer Israël aan de grens van het beloofde land gekomen is spreekt Mozes in de naam van de HERE een woord van grote eenvoud uit: "Zie, de HERE, uw God, heeft het land tot uw beschikking gesteld, trek op, neem het in bezit...". De HERE is hier als een vader, die wat moois voor zijn zoontje heeft meegebracht. Hij houdt het omhoog...
"Dit is voor jou, kom het nu maar halen!". Zo simpel en eenvoudig wordt de verovering van het beloofde land hier aan Israël voorgesteld. Die verovering wordt eigenlijk van alle mensenheldhaftigheid beroofd - de zoon die het mooie kado komt halen! Inderdaad, simpele eenvoud. Nu zou het dus ook heel gemakkelijk moeten zijn! Een kind kan het begrijpen en verwerken! Maar zo is het helemaal met. Het is voor Israël en voor Gods kinderen van alle eeuwen zo oneindig moeilijk te geloven dat het zo simpel en eenvoudig is. Wij nemen telkens weer aanstoot niet aan het ingewikkelde maar aan het eenvoudige van het verbond. Wij zutlen nooit tegen de HERE zeggen dat het eenvoudiger is en moet zijn dan Hij het ons zegt. Neen, telkens weer hoor je, dat het zo simpel en zo eenvoudig natuurlijk niet is.
Bergen van ongeloof moeten verzet worden, voordat wij aan de eenvoud toe zijn. Voor het dal van die eenvoud zet ons ongeloof di reikt een berg neer!

Het reusachtige
Hoe komt het eigenlijk, dat Gods eenvoud niet geloofd wordt? Aoh, na Gods eenvoudige belofte komt een ànder bericht binnen. Ik bedoel hier het rapport van de twaalf verkenners, die door Mozes zijn uitgezonden. We kunnen dat rapport lezen in Num. 13. En dat rapport eindigt met de veelzeggende woorden: "Het volk echter dat in het land woont is sterk en de steden zijn ommuurd en zeer groot en ook de kinderen van Enak zagen wij daar…" (28). U moet er wel op letten, dat we hier niet te doen hebben met een overdrijving van de tien ongelovige verkenners, het is het zakelijke rapport van alle twaalf! Het gaat hier echt om de feiten. De "interpretatie", de uitleg, van die Feiten komt pas later.
En dáárbij gaan de wegen uiteen. Het is maar al te waar. De verkenners hebben steeds maar omhoog moeten kijken! Naar de muren van de steden, naar de mensen ook, vooral naar de kinderen van Enak! En ah je steeds maar tegen muren en mensen moet opzien, dan kan dat opzien je hart en geest gaan doortrekken en beheersen.
Zodat je tenslotte tegen de hele tocht gaat opzien! M,s tegen een berg van onmogelijkheden! Zo is het gegaan met de tien. En met het hele volk! Er waren er maar twee die hun hart en geest wisten te bewaren voor de binnendringende vrees. Je kunt niet zeggen, dat die twee dapperder waren. Je kunt het echt niet op een psychologische manier verklaren, Als dàt het alleen maar was, dan zou je hen in één moeite door voor dappere gekken moeten verklaren. Als je niet meer hebt dan een beetje karakterkunde, dan moet je de tien gelijk geven. Wat was dan eigenlijk het verschil tussen de tien en de twee?

De vraag naar het geloof: Wat domineert?
Er zijn maar weinig plaatsen waar we de regenstelling van geloof en ongeloof zo duidelijk en leerzaam voor onze ogen krijgen als indézegeschiedenis. Daar waren twee elementen: Het eerste was de belofte van de HERE. In die belofte komt duidelijk uit, dat het voor Hem een heel simpele zaak is... Kom het kado maar halen!". Het tweede element was het rapport van de verkenners: Wat voor de HERE heel simpel is, dat is van ons uit bekeken iets reusachtigs in de letterlijke betekenis van het woord, want wij moesten er tegen opzien... tegen de muren en tegen de mensen! Wat voor de HERE een dwerg is, dat is voor Ons altijd nog een reus!
En dan gaat alles zich toespitsen op de heel simpele vraag: Wat geeft nu de doorslag? Wat zal het volk zeggen? Zal het morrend en mokkend opmerken, dat die dwerg voor God voor ons toch maat een reus is en dat we "dus" met die reusachtige realiteit te maken hebben? Of za'! het blij zeggen, dat de reuzen voor ons tenslotte maar dwergen zijn voor God en dat dat laatste de doorslag geeft? Wordt de eenvoudige belofte van God verdronken in de zee van de reusachtigheid onder de betuiging, dat het zo simpel natuurlijk niet is? Of worden de reuzen gevangen in de omtuining van Gods eenvoudige beloftewoord onder de belijdenis, dat het reusachtige tenslotte maar gering is? Dat tweede is de keus van het geloof. En dat tweede is de waarheid! Dat is later wel gebleken. Toen het volk na veertig jaren werkelijk optrok naar Jericho, toen bleek wel dat ze gedragen werden bij elke stap en dat de overwinning hun in feite al gegéven was. Maar het eerste - de heerschappij van het reusachtige óver het beloftewoord - dat is de leugen. En de leugen voert naar de ondergang.
We horen op de zondag een vertroostende en bemoedigende preek, waarin ons wordt voorgehouden de belofte van Christus, dat Hij met ons zal zijn al de dagen, tot aan de voleinding der wereld (Matth. 28 : 20). Op de maandag komt het werk weer en de radio en de TV. Dan wordt de naam van Christus weinig meer vernomen en dan schijnen de bekende grote namen weer alles te beheersen en allen vrees in te boezemen. Wat gebeurt er dan met ons? Zeggen we van de maandag uit tegen de preek van zondag, dat het toch zo simpel niet is? Of zeggen we van de preek uit tegen de groten van de wereld, dat ze dwergen zijn bij onze God? Het eerste is de keus van de tien waarbij de gehoorzaamheid wordt opgegeven en de reis naar Jeruzalem onderbroken.
Het tweede is het geloof van de twee, waarbij de HERE wordt aangeroepen en de reis wordt voortgezet. Dan houden we het vast: Wat te groot lijkt is gering. Gering bij de HERE onze God. En daarom geen onmogelijkheid voor ons omdat Hij ons draagt.
Wat heeft de kinderen van God bewogen en beziggehouden in hun strijd, in vervolgingen, in doodsgevaren, in honger? Ze hebben vast steeds weer tegen zichzelf en tegen elkaar gezegd: "Zie, de HERE, onze God, heeft het land tot onze beschikking gesteld". Ze hebben geworsteld om het reusachtige te laten omtuinen door het eenvoudige beloftewoord. Ze hebben gebeden, dat ze in deze waarheid mochten blijven wandelen.
Dat ook in hun leven het reusachtige en onoverkomelijke gering zou mogen blijken te zijn door de hulp en de kracht van Israëls trouwe God. Ze hebben gebeden en ze zijn verhoord geworden! Inderdaad, wat heeft in ons leven de boventoon?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief