Tussen catechese en "kattebak"
1976-08-20
De theoloog van professie zal het hebben over catechese. Jongelui zeggen: "Vanavond hebben we kattebak!". De hiermee beginnende reeks artikelen wil daartussen het midden houden. Het gaat Dm een verhaal over catechese, dat werd gehouden voor de T.S.B. (de Theologische Studie Begeleiding) en dat, enigszins omgewerkt, zich beweegt "ergens" tussen de wetenschappelijke pool en het praat- en denkvlak van de gemiddelde catechisant uit de oudere jeugd.- Jaargang 20
- nummer 32
Hopelijk zullen de theologen hun geleerde of hooggeleerde wenkbrauwen niet tezeer fronsen, als het peil te zeer daalt, en (evenzeer: hopelijk) zullen jongelui zich niet laten afschrikken, als er eens een beetje geleerdigheid om de hoek komt.
Tenslotte zullen we het samen moeten doen: de theoloog, de catechiseermeester en de catechisant. Die catechiseermeester kan soms een ander zijn dan de theoloog. Hij kan een wijs ouderling zijn, niet theologisch geschoold, wel wijs in de Schriften. Maar hij zal het zeker vandaag aan de dag niet kunnen stelden zonder duchtige kennisname van wat er DP de theologische markt gebracht wordt. En daar kan de vakman hem bij helpen.
En wat dat samendoen betreft: de dominee kan het alleen niet maken! Om een voorbeeld te geven: Wat denkt men van het uit het hoofd laten leren van korte duidelijke omschrijvingen van begrippen als doop, avondmaal, geloof, zoals de catechismus die geeft?
Dit van buiten leren wordt tegenwoordig door de jongelui ervaren als "stom". Wie het toch, zij het in bescheiden mate, wil klaarkrijgen, moet de jongens kunnen overtuigen van het nut. En daarvoor moet gepraat worden, En, tenslotte, zullen de jongelui het moeten doen.
De catecheet kan het in zijn eentje niet maken. Vandaar mijn hoop, dat jongeren van tijd tot tijd eens over de schouder van pa en ma zullen meelezen, AIs zij goeie reacties hebben, mogen ze wat mij betreft, te zijner tijd, in deze kolommen, ook aan het woord.
Enorme aandacht voor het onderwijs
Er wordt in onze tijd, bijzonder veel aandacht gegeven aan wetenschappen als onderwijskunde en didaxologie, Didaxologie is zoiets als de wetenschap, die studie maakt van het overdragen van kennis. Daarvoor heeft men niet a:}I1een binnen de wereld van het onderwijs belangstelling, Ook het bedrijfsleven heeft er veel belang bij. Soms stopt men grote bedragen in onderwijsresearch, Een efficiënte kennisoverdracht brengt zijn gelid weer op. Ook in de politiek gaat het Dm kennisoverdracht (lees: indoctrinatie, als het gaat Dm het drijven van een ideologie). Vandaar dat Russische geleerden zich met deze wetenschappen ZO' intens bezighuden.
Trouwens: allerwege speelt het kind een grote rol. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. En die toekomst zi~~ er donker ~it. Wi~ onze wereld leefhaar blijven, dan zal de komende generatie het anders moeten doen, Dat is één van de drijvende motieven achter de opbloei van de menswetenschappen en daaronder de onderwijskunde. Het is duidelijk dat Dok theologische opleidingen zich mo eten aanpassen. Zij leiden DP voor het ambt van herder èn leraar.
De dominee zal ook catechiseermeester zijn. Mag er dan aandamt zijn voor de vraag: hoe draag je nu de kennis over?
Hedendaagse onderwijsmotieven
Deze pericoop wil geen pijn doen. Speciaal onderwijsidealisten niet. We mogen vooropstellen dat er dikwijls hard en fijn gewerkt wordt, Door christenen en niet-christenen. Er is vee!
idealisme en dikwijls een warme belangstelling voor de jeugd. En dat is fijn.
Het is ook duidelijk, dat, wie praten over hedendaagse onderwijsmotieven, generaliserend spreken moet, Het zal hem nooit lukken om alle motieven onder één hoofd te vangen.
Daarvoor zijn ze veel te verscheiden. Maar dat neemt niet weg, dat er een hoofdstroom is.
Die werd hierboven at aangeduid. We leven in een uiterst spannende tijd. Het gaat erop of er onder. Als we doorgaan op de manier van de laatste tijd, graven we ons eigen graf. Denk alleen maar aan onze consumptiewoede. Het moer dus anders! En Dm die verandering te bewerkstelligen moet men beginnen bij de jeugd. En om de jeugd te veranderen moeten de lerarenopleidingen veranderd worden. En om de a.s. leraren te veranderen is een andere didactiek nodig. Alles zit hier vast aan alles.
Het begrip" verandering" speelt een grote rol in de didaxologie, De "Beknopte Didaxologie"
van Dr E. de Corte e.a. formuleert het onderwijsdoel als volgt: het gaat Dm het aanbrengen van "duurzame veranderingen in de gedragingen van de leerlingen". Dit streven dient gericht te zijnop de vraag hoe de ontwikkelingstendens van de maatschappij "te beïnvloeden of om te buigen zou zijn" (66, 67). Op blz. 122 wordt gezegd; dat het daarbij gaat om"de toekomstig wenselijke samenleving". Uiteraard kan dit streven een optimistische kleur krijgen. Dan kan het zelfs uitmonden in politiek messianisme. Het kan Dok een pessimistisch of krampachtig karakter krijgen. Maar ookdan is het een enorme drijfveer. Als ik me niet vergis is hiermee een hoofdstroom in het hedendaagse onderwijsveld aangeduid.
De jeugd van de kerk staat daar midden in.
En omdat de jeugd van de kerk jeugd van Christus is, is de grote vraag: Wat zegt onze hoogste Profeet en Leraar?
Europees Humanisme
Indrukwekkend was het pakket onderwijsmateriaal, dat de bezoeker van de Onderwijstentoonstelling te Utrecht kon meenemen. Daarbij is een belangwekkende publicatie van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, getiteld: "De mens in het onderwijsproces".
Het gaat 'hier Dm een vanwege de Raad van Europa uitgegeven reeks onderwijspublicaties van de hand van onderwijsdeskundigen uit een aantal Europese landen, waaronder de Britse prof. Allcock. Deze geleerde stelt de grote betekenis van de zogenaamde mensvormende vakken DP de voorgrond, Naar zijn oordeel moeten alle vakken trouwens "vanuit een 'humanistische' visie gegeven worden". Het gaat hierbij om een "Europees humanisme, waarbinnen de humanisering van het onderwijs tot zijn recht kan komen. Dat Europese humanisme rijst optegen de achtergrond van de grote vraagstukken, waarvoor Europa staat. Heel opmerkelijk is dat naar de opvatting van Allcock in deze "humanistische benadering de leraar en de onderwijzer een vitale rol spelen". De "uiteindelijke oplossing van het vraagstuk zal gezocht moeten worden in de leraaropleiding en de daaraan ten grondslag liggende research". Allcock omschrijft dit humanisme als "een filosofische denkwijze gebaseerd op menselijke belangen en documenten van menselijke verworvenheden". Hij heeft tegen de term echter het bezwaar, dat in sommige taalgebieden "humanisme" gebruikt wordt als aanduiding van een levens- en wereldbeschouwing, die niet op het geloof in een persoonlijk God stoelt en volgens welke de oorsprong van zede en rede in de mens zelf ligt, waardoor de rol, die de godsdienst heeft gespeeld in de menselijke ontwikkeling buiten beschouwing wordt gelaten". Hij Iaat dus de· term "humanisme" liever ongebruikt . Maar direct na deze opmerking volgt dan toch weer de conclusie: "Waar het omgaat is de humanisering van het onderwijsproces. Daarbij neemt de leraar de sleutelpositie in.
Tenslotte zal de leraar zelf, welk vak hij ook geeft, door zijn eigen persoonlijkheid het beste voorbeeld kunnen geven van een werkelijk 'humanistische instelling'. Dan sluit het artikel met de uitspraak van een Frans onderwijsdeskundige: "Een leraar onderwijst niet wat hij weet, maar wat hij is". Ik geef dit verhaal zonder commentaar door.
Ik dacht zonder veel argumenten te kunnen stellen, dat we hier te maken hebben met een hoofdstroom ookin het Nederlandse onderwijsdenken. En nogmaals: velen van onze jongelui staan daar midden in. En zij dragen het teken van de doop aan hun voorhoofd. Er wondt enorm veel werk van hen gemaakt. Reden te over om veel werk te maken van de catechese.
Nog eens: jong en oud
Nog even een staartje. Mocht één van de jongeren zo stoer geweest zijn, zich door de voorgaande rijstebrijberg heen te ellen, dan voorzie ik vragen en protesten als deze: "Maar man, we moeten er toch samen wat van maken, christenen en niet-christenen? Wij kerkmensen kunnen het toch niet alleen? Mag je dan niet blij zijn met een beetje humaniteit in de beestachtigheid van het menselijk egoïsme? We hebben toch de goedwillende buitenkerkelijke of andersdenkende nodig? Je mag toch dankbaar zijn voor wat ze aan goede dingen meebrengen? Begrijpt u eigenlijk wel, waar u het over hebt als u zegt: er op of er onder! Dat is maar geen praatje! Weet u wel, dat wij bang zijn voor onze eigen toekomst?"
Ja en dan zitten we midden in de vragen. Ds J. Hoeve zegt: "En dan mag voor mij een christen het humanum vanuit zijn geloof en het evangelie lallen Functioneren en een marxist of humanist vanuit zijn denkwereld" (geciteerd uit: De school met de Bijbel, 19e jaargang no. 4). De vraag is: wat denk je van zo’nuitspraak?
Ik zou zeggen: laten catechiseermeesters en catechisanten daar eens een paar avonden aan besteden. De zaak is uitermate actueel. En de Schrift is er vol van. Voor mij was het nu voldoende achtergrond en actualiteit te hebben geschetst, Hierdoor 'krijgt de verzuchting van Wilhelmus a Brakel nog meer Mem. Hij zei: "lck kan niet insien, hoe een predikant met een goet gemoer kan leven en sterven, die syn werk niet maakt van catechiseren".